Hypoglykemie
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht. Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts. |
| Hypoglykemie | |
|
|
|
| ICD-10 | E16.2 |
| ICD-9 | 250.8, 251.0, 251.1, 251.2, 270.3, 775.6, 962.3 |
| DiseasesDB | 6431 |
| MedlinePlus | 000386 |
| eMedicine | emerg/272 med/1123 med/1939 ped/1117 |
|
|
|
Hypoglykemie houdt in dat de bloedglucosespiegel te laag is. Alle organen van het lichaam hebben suiker nodig om te kunnen functioneren en voor de hersenen is een constante toevoer van suiker zelfs van levensbelang. Een bloedglucosewaarde onder 3,5 mmol/L wordt beschouwd als een hypoglykemie.
Inhoud |
[bewerken] Hypoglykemie bij diabetespatiënten
Diabetespatiënten gebruiken medicijnen of insuline om ervoor te zorgen dat de bloedglucosespiegel niet te hoog wordt. Deze medicijnen kunnen een hypoglykemie veroorzaken. Dit kan optreden als de dosering van de medicijnen of insuline te hoog is, als de patiënt te weinig eet of door een andere verstoring van het evenwicht, zoals bij ziekte. Ook forse inspanningen kunnen een hypo veroorzaken.
Een hypoglykemie leidt tot allerlei onplezierige en soms schadelijke effecten. Veel symptomen van hypoglykemie worden veroorzaakt door hormonen die het lichaam aanmaakt om de bloedglucosespiegel te laten stijgen, voornamelijk adrenaline en cortisol. Een snelle en krachtige hartslag, trillen, transpireren en een slap gevoel zijn tekenen dat het lichaam probeert de bloedglucosespiegel te verhogen. Soms kunnen de genoemde hormonen niet voorkomen dat de bloedglucosespiegel verder daalt. Uiteindelijk kan de bloedglucosespiegel dan zo laag worden dat de hersenen niet goed meer functioneren. Dan kan men verward en/of geïrriteerd reageren en zelfs bewusteloos raken.
Dergelijke symptomen kunnen sterk lijken op die van dronkenschap, maar moeten daarmee dus zeker niet worden verward. Op het moment van een ernstige hypoglykemie kan men vaak niet meer zelf eten of drinken om glucose in te nemen. Dan blijven er feitelijk nog twee mogelijkheden over: ofwel er wordt een glucose-oplossing direct in de bloedbaan (intraveneus) geinjecteerd (hetgeen alleen door gekwalificeerd medisch personeel kan en mag gebeuren) of er kan glucagon worden toegediend. Dit hormoon wordt normaal gesproken ook door het lichaam aangemaakt, maar bij diabetespatiënten is de glucagonrespons vaak verstoord of afwezig.
Glucagon is in een speciale uitvoering verkrijgbaar, die door een geïnstrueerde en geoefende leek kan worden geinjecteerd. Vaak zal bijvoorbeeld de partner van een diabetespatiënt worden getraind om in noodgevallen deze injectie te geven. De glucagon wordt in de grote bilspier geinjecteerd en zorgt ervoor dat de in de lever opgeslagen glucosevoorraad, die het lichaam bewaart voor noodgevallen, ineens of grotendeels wordt vrijgegeven. Binnen ca. 15-20 minuten zal de eerste verbetering zichtbaar moeten zijn, en na ca. 30 minuten behoort de patiënt weer goed aanspreekbaar te zijn. Ook in dit geval blijft het zinvol, zo niet noodzakelijk, om een arts te raadplegen.
[bewerken] Hypoglykemie bij niet-diabetespatiënten
Hypoglykemie bij niet-diabetespatiënten is een weinig voorkomend verschijnsel. Het kan een uiting zijn van een interne ziekte, zoals
- insulinoom, een insulineproducerende tumor in de alvleesklier
- bijnierschorsinsufficiëntie, een tekort aan hormonen die door de bijnierschors worden gemaakt, zoals door de ziekte van Addison
- sepsis
- grote kwaadaardige gezwellen (kanker)
- aangeboren stofwisselingsziekten
- dumpingsyndroom na chirurgische ingrepen in het maag-darmstelsel
Hypoglykemie wordt soms ook gezien bij gebruik van bepaalde (genees)middelen, zoals:
- salicylaten, zoals aspirine
- haloperidol
- kinine
- alcohol
Pasgeborenen kunnen een hypoglykemie ontwikkelen indien de moeder diabetes had tijdens de zwangerschap. Als zij na de geboorte geen grote glucosehoeveelheid van hun moeder krijgen, is hun insulinespiegel te hoog.
Ook na lang vasten, zoals bij anorexia nervosa kan een hypoglykemie optreden. Een van de meest voorkomende oorzaken van hypoglykemie bij niet-diabeten is echter het door de patiënt zelf heimelijk toedienen van insuline, hypoglycaemia factitia genaamd. Dit is een vorm van het Münchhausensyndroom.
[bewerken] Hypoglykemie en bloedglucosemeters
Bloedglucosemeters waarmee diabetespatiënten zelf thuis hun bloedsuikerspiegel kunnen meten, zijn specifiek gemaakt om hoge glucosewaarden precies te kunnen meten. De betrouwbaarheid van deze meters bij (te) lage bloedsuikerwaarden is laag.
[bewerken] Hypoglykemie na maaltijden
Sommige mensen ervaren klachten zoals zwakte, trillen, hartkloppingen of zweten na maaltijden. Dit fenomeen werd (functioneel) hyperinsulinisme genoemd. De gedachte was dat de klachten werden veroorzaakt doordat het lichaam met een te hoge insuline-afgifte reageerde op de inname van koolhydraten. Hierdoor zou na het eten van een suikerrijke maaltijd de bloedglucosespiegel te snel dalen en dat zou leiden tot de klachten.
Uit wetenschappelijk onderzoek is inmiddels duidelijk geworden dat functioneel hyperinsulinisme zeer onwaarschijnlijk is. Ten eerste komt een te lage bloedglucosewaarde na het eten van een suikerrijke maaltijd bij tenminste 10% van gezonden voor, zonder dat er sprake is van klachten[1]. Ten tweede correleren bij patiënten die van dit symptoom werden verdacht de klachten slecht met de glucosewaarden[2]. Ten derde werd bij klachten geen verhoogd cortisol of adrenaline gevonden[3].
In de reguliere geneeskunde wordt het bestaan van functioneel hyperinsulinisme dan ook sterk betwijfeld. In de alternatieve geneeskunde echter wordt wel geloofd in deze diagnose. Alternatieve behandelaars schrijven hun patiënten een streng suikervrij dieet voor, dat wil zeggen dat de patiënt geen dingen meer mag eten met een hoge glykemische index.
| Referenties: |

