Hypospadie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Hypospadie
Hypospadias3.jpg
ICD-10 Q54
ICD-9 752.61, 752.6
DiseasesDB 29907
MedlinePlus 001286
eMedicine ped/1136
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Hypospadie is een aangeboren afwijking waarbij de plasbuis van mannen niet uitmondt aan de top van de penis, maar aan de onderkant van de eikel of zelfs halverwege of aan de basis van de penis. Deze aangeboren afwijking is niet zeldzaam: het komt voor bij 1 op de 200 à 300 jongens.

Introductie[bewerken]

Hypospadie kent veel varianten met verschillende ernst. De lichtste vormen hebben een aan de onderzijde openliggende voorhuid en een plasgaatje dat enkele millimeters van de normale plaats afwijkt. Bij de ernstigste vormen kan de plasbuis uitmonden in of achter de balzak en kan het zelfs voorkomen dat direct na de geboorte het geslacht van de pasgeborene pas na verder onderzoek is vast te stellen. In ongeveer 50% van de gevallen gaat hypospadie samen met een aangeboren kromstand van de penis die operatieve correctie nodig maakt.

Behalve functionele problemen met plassen en met seksuele gemeenschap worden afwijkingen aan de geslachtsorganen vaak als psychologisch zeer belastend ervaren. Typische voorbeelden hiervan zijn schaamte bij gezamenlijk omkleden/douchen en angst voor het aangaan van (al dan niet seksuele) relaties.

Behandeling[bewerken]

De meeste jongens met hypospadie worden rond de leeftijd van 7-10 maanden geopereerd. Reden hiervoor is dat de penis dan voldoende ontwikkeld is om geopereerd te kunnen worden. Vroeg opereren heeft het voordeel dat de ingreep achter de rug is voordat de jongen het verband tussen jongen zijn en penis heeft gelegd. Ook groeit de penis op die leeftijd amper, wat het herstel na de operatie ten goede komt. Vroeg opereren heeft als bijkomstig voordeel dat het kind na de operatie, al dan niet met een nabehandeling met een blaascatheter, spontaan gaat plassen; een 5-jarige kan dit dagen tegenhouden.

Bij het herstel van de plasbuis, wordt soms de voorhuid gebruikt. Lichte vormen van hypospadie zonder kromstand hebben, behoudens moeilijk mikken tijdens plassen en een afwijkend cosmetisch aspect, geen belangrijke gevolgen voor seksualiteit. Ernstige vormen, zeker in combinatie met ernstige kromstand, hebben uitgebreide correctie nodig om een normaal seksueel bestaan mogelijk te maken. Ongeveer de helft van de hypospadieën kan in dagbehandeling worden gecorrigeerd. Ernstige vormen kunnen tot 10 dagen na operatie een blaascatheter voor urineafvoer nodig hebben.

Hypospadiechirurgie geldt als technisch lastige plasbuischirurgie, waarvoor ervaren kinderurologen nodig zijn. Het aantal complicaties ligt rond de 20%, maar deze zijn gelukkig meestal in dagbehandeling te corrigeren. Het gaat dan meestal om een klein lek, een nauw plasgaatje of een littekenrand.

Risicofactoren[bewerken]

Onderzoek van de Radboud Universiteit in Nijmegen in 2006 heeft de diverse risicofactoren aangetoond voor hypospadie: zwangerschappen op latere leeftijd, vruchtbaarheidsbehandeling (waaronder DES) en blootstelling van de vader aan hormoonverstorende pesticiden. Ook roken of medicijngebruik tijdens de zwangerschap, geeft een verhoogde kans op hypospadie.[1] Hypospadie kan erfelijk zijn; in circa één op de drie gevallen is een voorgeschiedenis van hypospadie in de familie.

Verwante aandoeningen[bewerken]

Een aan hypospadie verwante aandoening is epispadie. Hypospadie komt ook wel eens voor in combinatie met Spina bifida ('Open rug').

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Marijn M. Brouwers, Wouter F. J. Feitz, Luc A. J. Roelofs, Lambertus A. L. M. Kiemeney, Robert P. E. de Gier en Nel Roeleveld: Risk factors for hypospadias. Nijmegen, 2006.