Isjtar (godin)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Ištar (godin))
Ga naar: navigatie, zoeken
Poort van Isjtar in het Pergamonmuseum, Berlijn

Isjtar (DIŠTAR DINGIR INANNA 𒀭𒌋𒁯, in wetenschappelijke literatuur: Ištar, Engels: Ishtar) is een van de godinnen uit het antieke Mesopotamië. Ze is de Akkadische tegenhanger van de Sumerische godin Inanna en de in gangbare Nederlandse vertalingen van de Bijbel genoemde noordwest-Semitische naamgenote Astarte. Zij is ook bekend als Anunit, Ashtoreth, Athtirat of Athtarat en Atarsamain.

Karakteristieken[bewerken]

Afbeelding van Isjtar verwant aan die van Inanna. Isjtar is hier afgebeeld op een vaas, 2e millennium v.Chr., opgegraven nabij Larsa, tentoongesteld in het Louvre, Parijs.

Isjtar is een vruchtbaarheidsgodin, maar ook godin van liefde, oorlog en seks.[1] In het Babylonisch pantheon, was zij de goddelijke personificatie van de planeet Venus.[2]

Isjtar werd boven al geassocieerd met seksualiteit: haar cultus hield heilige seksgebruiken in; haar heilige stad Uruk werd "Stad van de Heilige Vrouwen" genoemd en zelf was zij de "courtisane van de goden".[2] Isjtar had veel minnaars.

Cultus[bewerken]

Als Sumerische Inanna werd zij voor het eerst rond 3000 v.Chr. vereerd in Uruk (Unug in het Sumerisch, bekend als Erech in de bijbel) in de vroege periode van Mesopotamische geschiedenis. Istar was de Akkadische naam, die de Sumerische (Inanna) in de 18e eeuw v.Chr. begon te verdringen.

In bezweringen, gebeden, mythen, inscripties etc. werd Inanna/Isjtar vereerd en aangeroepen als de brenger van levenskracht. Maar er was ook een donkere kant aan deze godin van leven. Als godin van vruchtbaarheid en seksualiteit had zij tevens de kracht landbouwgrond te vernietigen en dieren onvruchtbaar te maken. Ze werd aangeroepen als godin van de oorlog, tijdens veldslagen en achtervolgingen, in het bijzonder door de oorlogszuchtige Assyriërs. Volgens de overlevering verscheen Isjtar voor een veldslag voor het Assyrische leger, gehuld in krijgstenue en gewapend met pijl en boog. (Mogelijk was zij de voorloper van de Griekse godin Athene, die ook meestal zo afgebeeld werd.) Als echtgenote van de oorlogsgod Sjalman werd de Isjtar van Jeruzalem (Asjtoreth) Salmanitu genoemd. Sommigen brengen de namen Esther en Mordekai uit het Bijbelboek Esther in verband met respectievelijk Isjtar en Mardoek.

In alle grote centra had Inanna, later Isjtar, haar tempels: E-anna, "huis van An", in Uruk; E-makh, "groot huis", in Babylon; E-masj-masj, "huis van offers", en in Nineveh. Inanna was de beschermheilige van prostituees en werd waarschijnlijk verzorgd door priesteres-prostitutees. (Zowel mannen als vrouwen). De (latere) toegewijden van Isjtar waren maagden, die zolang als zij in haar dienst waren, niet mochten trouwen.

Zij werd vaak afgebeeld op de troon van de Hemel zittend en stond onder andere in voor het Hiëros gamos. Tegen de Babylonische tijd werd Isjtar nog altijd beschreven als degene die de koning aanstelde: "Zij die de koning met gezag begiftigde". Ze werd in een bepaalde inscriptie ook aangeduid als "Zij die aan alle koningen de scepter, de troon, het jaar van regeren geeft", en ook "Raadgeefster van alle heersers, zij die de regeerperiodes van de koningen in handen houdt".
Een van de eerste koningen, Sargon van Akkad schreef ca 2300 v.Chr. dat zijn moeder hogepriesteres was en zijn vader onbekend. Later ging hij "houden van Isjtar" en "ik oefende toen jaren het koningschap uit". Er is een parallel verhaal bij de Nubiërs.

Associatie met Venus[bewerken]

Kudurru Melishipak Louvre Sb23 Ishtar-star.jpg

Isjtar van Babylon, opvolgster van Inanna, wordt geassocieerd met de planeet Venus (een continent op Venus wordt tegenwoordig Isjtar Terra genoemd door astronomen). Het dubbele aspect van de godin (scheppend en vernietigend) komt mogelijk overeen met de enorme verschillen in de fasen van Venus tijdens de winter- en zomermaanden. In de Sumerische taal heet de planeet "MUL.DILI.PAT", wat "unieke ster" betekent. In sommige latere Babylonische teksten werd deze planeet Masat genoemd, hetgeen letterlijk 'profetes' betekent.

Inanna (soms gespeld als Inana) betekent "Grote vrouwe van An" (An is de god van de hemel). De exacte betekenis van Isjtar is onbekend, al is het mogelijk dat de naam dezelfde stam heeft als Assur, wat haar "de leidende" of "baas" zou maken. De naam is in ieder geval Semitisch van origine.

Mythologie[bewerken]

In een van de meest opvallende Sumerische mythes reist Inanna door zeven hellepoorten naar de onderwereld. Bij het passeren van elke poort verliest zij kledingstukken en attributen, totdat zij de laatste poort volkomen naakt doorgaat. De koningin van de onderwereld vermoordt haar, en hangt haar dode lichaam aan een haak aan de muur. Wanneer Inanna uit de onderwereld terugkeert door tussenkomst van haar oom, de slimme god Enki, moet zij volgens de regels van de onderwereld iemand vinden om haar plaats in te nemen. Op weg naar huis komt zij haar vrienden tegen in diepe rouw, maar in de stad van haar cultus, Kulaba, zit haar minnaar Dumuzi, (een zoon van Enki), pontificaal op een troon. Zij laat hem arresteren en hij wordt van de troon gesleept om als haar vervanger te dienen in de onderwereld. Later mist zij hem, en regelt het zo dat zijn zuster hem 6 maanden van het jaar vervangt. (Dit verhaal ligt waarschijnlijk aan de oorsprong van het Griekse verhaal van Persephone)

Afbeelding[bewerken]

Ishtar houdt haar symbool vast, Louvre

Op een zegel uit Babylon toont Isjtar die een door slangen omwonden scepter vasthoudt. Het draagt de inscriptie "Vrouwe van Visie van Kisurru". Elders werd zij ook 'Zij die de Orakels leidt' genoemd en 'Profetes van Kua'. Babylonische tabletten vermelden talloze gelegenheden van berichten waarmee priesteressen profetisch advies geven in de heiligdommen van Isjtar. Sommige daarvan waren heel belangrijk voor het politieke gebeuren.

Op monumenten en zegelrollen wordt Inanna/Isjtar vaak afgebeeld zittend op de koninklijke troon van de hemel, een staf waarlangs twee slangen kronkelen vasthoudend, of met pijl en boog, maar ook wel in eenvoudige lange gewaden met een kroon op haar hoofd en een achtpuntige ster als haar symbool. Ook zijn er grote hoeveelheden beeldjes gevonden die de godin naakt voorstellen met haar armen gekruist over haar borst, of met een kind in haar armen.

Zij is de "Ster van Babylon", de "Grote Godin". In de Bijbel wordt ze Ashtoreth, Anath, Asherah, Esther en Koningin van de Hemel genoemd (Jer. 44:19), maar ook "De Grote Hoer" of de "Hoer van Babylon" (Openbaring 17:5), Moeder van Harlots, Godin Har, de medelevende prostitué. Veel liturgische prijsgezangen in de tenach zijn overigens geplagieerd van Babylonische gebeden aan Isjtar, aldus B. Warner. In de tempel van Jeruzalem werd de Moedermaagd Mari genoemd, ook Mari-Anna of Myriam[bron?]. Haar heilige vrouwen rouwden jaarlijks in een ritueel voor de offerdood van Tammuz (Ezekiel 8:14).

Drie-eenheid[bewerken]

P1050591 Louvre Kudurru de Meli-Shipak rwk.JPG

Inanna/Isjtar vormt een drie-eenheid samen met de maangod Nanna of Suen (Sin in het Akkadisch) en de zonnegod Utu (Akkadisch: Šamaš). Ze zijn personificaties van de aarde, de maan en de zon. Deze drie-eenheid overlapt een andere: An voor de hemel, Enlil voor de aarde en Enki (Ea in het Akkadisch) voor diepe wateren.

Isjtar figureert veelvuldig in het Gilgamesj-epos.

Zie ook[bewerken]

Ain Daratempel

Literatuur[bewerken]

  • Balter, Michael The Goddess and the Bull, Free Press, (2005).
  • Baringa, Anna & Cashford, Jules The myth of the Godess – evolution of an image
  • Brown, Dan De Da Vinci Code (2005)
  • Campbell, Joseph. The Masks of God: Occidental Mythology. New York: Penguin, 1976.
  • Davis-Kimball, Jeannine en Behan, Mona. Warrior Women: An Archaeologist's Search for History's Hidden Heroines, (2002), Warner Books ISBN 0-446-67983-6, ISBN 978-0-446-67983-1
  • de Vaux, Roland Ancient Israel, (1965)
  • del Giorgio, J.F. The Oldest Europeans. A.J. Place (2006). ISBN 980-6898-00-1
  • Ergener, Reşit Antaloia land of Mother Goddess (1988), Hitit publication Ankara, ISBN 9757521027.
  • Frazer, James, (1890), The Golden Bough, Penguin Classics, Nederlandse vertaling (selectie): ‘De Gouden Tak’
  • Gimbutas, Marija (1991) The Civilization of the Goddess
  • Guirand, F. "Assyro-Babylonian Mythology". New Larousse Encyclopedia of Mythology (trans. Aldington and Ames, London: Hamlyn, 1968), pp. 49–72.
  • Heydecker, Joe J. Die Schwestern der Venus; Die Frau in den Mythen und Religionen, München 1994
  • Jastrow, M. "Descent of the Goddess Ishtar into the Lower World" (The Civilization of Babylonia and Assyria, 1915). Sacred-Texts. 2 June 2002 <>.
  • Kirk, G. S., Myth: Its Meaning and Functions in Ancient and Other Cultures. Berkeley: Cambridge UP, 1973.
  • Mackenzie, Donald A., Myths of Babylonia and Assyria. London: Gresham, 1915.
  • Mellaart, James Catal Huyuk: A Neolithic Town in Anatolia. McGraw-Hill 1967.
  • Neumann, Erich. (1991). The Great Mother. Bollingen; Repr/7th edition. Princeton University Press, Princeton, NJ. ISBN 0-691-01780-8.
  • Patai, Raphael The Hebrew Goddess (1967), derde editie (1990) Wayne State University Press, ISBN 0-8143-2271-9
  • Stone M., Eens was God als Vrouw belichaamd. De onderdrukking van de riten van de vrouw, Katwijk, 1979. ISBN 9060775821
  • Walker, Barbara G. The Woman's Encyclopedia of Myths and Secrets (1986), Harper & Row, Londen, ISBN 006250925X
  • Warner, Marina Alone of all her sexe over de cultus van de maagd Maria.
  • Wilkinson, Philip, Illustrated Dictionary of Mythology. NY: DK, 1998.
  • Wolkstein and Kramer, Inanna: Queen of Heaven and Earth. New York: Harper & Row, 1983.
  • The Epic of Gilgamesh. Trans. N. K. Sandars. Harmondsworth: Penguin, 1985.

Noten[bewerken]

  1. Wilkinson, p. 24
  2. a b Guirand, p. 58