IBM

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
International Business Machines Corporation
IBM
IBM-kantoor in Amsterdam
IBM-kantoor in Amsterdam
Beurs NYSE: IBM
Oprichting Sinds 1888 werkzaam
Bedrijf sinds 16 juni 1911
Sleutelfiguren Ginni Rometty, Voorzitter/CEO
Mark Loughridge, CFO
Hoofdkantoor Armonk, New York
Werknemers 426.751 (2010)
Producten ICT
Omzet $ 106,9 miljard (2011)
Winst $ 15,9 miljard (2011)
Website (en) IBM.com
Portaal  Portaalicoon   Economie

International Business Machines Corporation (IBM, bijgenaamd Big Blue), gevestigd in Armonk, New York, is een bedrijf dat bij het grote publiek vooral bekend is vanwege de eerste IBM Personal Computer, de allereerste pc. Tot de kernactiviteiten van IBM behoren het ontwerpen en verkopen van computerhardware, -software, -technologie en dienstverlening in de IT-sector. Het bedrijf wordt ook wel Big Blue genoemd, refererend aan de grote macht van het bedrijf en het blauwe logo. De eerste Nederlandse vestiging werd in 1940 geopend.[1]

IT-markt[bewerken]

IBM is een van de grootste IT-bedrijven met wereldwijd meer dan 425.000 werknemers en een omzet van $106,9 miljard (2011). IBM is actief in meer dan 160 landen. Al 19 jaar op rij registreert IBM het wereldwijde recordaantal patenten door grote investeringen in (fundamentele) wetenschap en onderzoek.

Gebieden waar dit bedrijf zich mee bezighoudt zijn onder andere:

  • Business and IT Consulting
  • Business Process Outsourcing
  • Outsourcing Services
  • Financiering
  • IT-Projecten
  • Hardware
  • Software
  • Onderhoud hardware en software
  • Applicatieontwikkeling en onderhoud
  • Educatie
  • Business Continuity and Recovery Services

De pc-tak van IBM is in 2004 overgedaan aan het Chinese Lenovo, samen met de op het Intel platform gebaseerde servers (Netfinity, e-Servers).

Geschiedenis[bewerken]

IBM 704 uit 1954
IBM Personal Computer uit 1981

In 1896 richtte Herman Hollerith, de uitvinder van de ponskaart, de Tabulating Machines Company op. In 1911 kwam in de Amerikaanse staat New York de Computing Tabulating Recording Company (CTR) tot stand. Dit was een fusie van drie bedrijven: Holleriths ponskaartenbedrijf, de Computing Scale Company of America, waar weegschalen en vleessnijmachines werden geproduceerd, en tenslotte de International Time Recording Company, een producent van industriële uurwerken. In 1924 werd het bedrijf omgedoopt tot International Business Machines.

In 1920 kwam de Tabulator op de markt, een machine die ponskaarten kon printen. In 1924 werd het systeem gebruikt om de gegevens van 26 miljoen arbeiders op te slaan, in het kader van de Social Security Act van Franklin Roosevelt. Uiteraard werden ook -mechanische- ponskaartleesmachines ontwikkeld. Het deel van de organisatie dat onder de naam Hollerith opereerde, was echter ook verantwoordelijk voor de ponskaartsystemen in de concentratiekampen in nazi-Duitsland. IBM werkte dus samen met nazi-Duitsland, hetgeen een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van het bedrijf was.

Gedurende de jaren veertig begon men te werken aan elektronische rekenmachines met behulp van elektronenbuizen. Omstreeks 1955 werd het ringkerngeheugen ontwikkeld voor data-opslag, en in 1956 volgde de eerste harde schijf (de RAMAC).

In 1957 introduceerde IBM de wetenschappelijke programmeertaal Fortran.

In 1959 kwam met de IBM 1401 de eerste mainframe-computer op de markt en begon de bedrijfsautomatisering ingang te vinden, aanvankelijk op basis van ponskaarten.

In 1961 volgde een vernieuwing op het gebied van de elektrische schrijfmachine: de hamertjes werden door een verwisselbaar bolletje (IBM-bolletje) vervangen, waarmee diverse lettertypes en zelfs wiskundige symbolen konden worden getypt. Dit letterbolletje was een voorloper van het margrietwiel. Er stonden 88 tekens op en het kon in alle richtingen ronddraaien om de ingetypte letters op het papier te zetten, met een maximale snelheid van 15 tekens per seconde. Het bolletje verving de traditionele letterhamertjes, die bij snel typen nog al eens met elkaar in de knoop konden raken. Het bolletje kon gemakkelijk vervangen worden om met een ander lettertype te kunnen schrijven, terwijl bij een klassieke typemachine helemaal geen andere lettertypes mogelijk waren. Dit type schrijfmachine werd in de jaren zeventig onder meer in Amsterdam geproduceerd.

In 1967 kwam de floppy disk op de markt, en in 1970 de streepjescode. De volgende stap was de IBM Personal Computer, waarvan de eerste versie in augustus 1981 werd geïntroduceerd. Dit was een kleine computer voor de zakelijke markt met een 16-bit microprocessor van Intel, de 8086/8088 en PC-DOS 1.0, het eerste besturingssysteem van Microsoft. Dit type computer zou de standaard worden in het zakelijk gebruik. De vrij vlot daarna geïntroduceerde IBM PC XT, uitgerust met een harde schijf werd de standaard computer, waar andere bedrijven zo veel mogelijk compatibel mee wilden zijn. Een dergelijk machine vergde ongeveer een investering van ca. 10.000 gulden (4.500 euro). Onder invloed van de nagemaakte machines van concurrenten (kloon-pc's) daalde de prijs snel. IBM zou later zelf ook een besturingssysteem voor Intel processoren schrijven, OS/2. Dit werd (commercieel) geen groot succes, alhoewel het in een aantal bedrijven nog steeds wordt gebruikt.

Sinds de tweede helft van de jaren zeventig breidde IBM zijn marktleiderschap uit met midrange computers voor middelgrote bedrijven. In deze categorie is IBM nog steeds marktleider met zijn System i (i5/OS of Linux), System p (AIX of Linux) en System x (Windows of Linux)-servers.

In 1991 werd de productie en verkoop van printers ondergebracht in een aparte divisie, Lexmark. Deze werd in 1995 verkocht. In 1996 wist IBM schaakcomputer Deep Blue de schaakkampioen Garri Kasparov te verslaan.

De consultancy afdeling van het toenmalige PricewaterhouseCoopers werd in 2002 overgenomen. Wereldwijd ging het om 30.000 medewerkers, in Nederland 1700.

In december 2004 verkocht IBM de pc-divisie aan de Chinese computerbouwer Lenovo. Lenovo betaalde $650 miljoen cash en $600 miljoen aan eigen aandelen voor de divisie. Aanvankelijk bestond er onzekerheid of de Amerikaanse overheid de overname goed zou keuren; de overheid dacht dat Lenovo misschien té gevoelige Amerikaanse technologie in handen zou krijgen. Voorstanders van de overname zeiden echter dat elk bedrijf over computertechnologie kan beschikken en dat Lenovo allang zelf de technologie bezat. Uiteindelijk werd op 9 maart 2005 de deal door de Committee on Foreign Investment in the U.S. (CFIUS) goedgekeurd en is deze overname een feit. Op 6 juni 2005 is IBM, in samenwerking met de Ecole Polytechnique Fédérale de Lausanne (EPFL), gestart met het Blue Brain Project. Doel van het onderzoek was een gedetailleerd model van de neocortex maken.

In 2008 werd voor het eerst de grens van de Petaflop doorbroken: een supercomputer wist 1015 berekeningen per seconde te volvoeren en in 2011 wist de computer Watson de tv-quiz Jeopardy! te winnen van menselijke kampioenen.

IBM gaat zijn verlieslijdende chipdivisie verkopen aan GlobalFoundries.[2] De twee IBM fabrieken in East Fishkill en Essex Junction gaan over en IBM betaalt aan GlobalFoundries $1,5 miljard.[2] GlobalFoundries zal voor tenminste 10 jaar de levering van chips voor de IBM-systemen verzorgen en krijgt verder toegang tot de technologie en kennis van IBM. IBM leidt op deze verkoop een totaal verlies van $4,7 miljard voor belastingen.[2] De transactie zal in 2015 worden afgerond.

Trivia[bewerken]

  • IBM's motto was 'Think.' Apples motto was 'Think different.'

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties