IJsberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Beluister

(info)
Droogdok met brug bij Groenland.
Een ijsberg met een boot op de voorgrond, in de buurt van Upernavik (Groenland).
De ijsberg die mogelijk de Titanic tot zinken heeft gebracht.
Totaalopname van een ijsberg (fotomontage)
De B-15 ijsschots

Een ijsberg is een drijvende ijsmassa afkomstig van een gletsjer of een ijskap.

Binnen de poolcirkels is, door het poolklimaat, een groot aantal gletsjers te vinden die tot aan de zee reiken. Zo'n gletsjer schuift heel langzaam op naar beneden. Wanneer een gletsjer de zee bereikt, breken er grote brokken ijs af die vervolgens wegdrijven. Deze ijsbergen worden via de zeestroom naar warmere streken vervoerd en kunnen een afstand van meer dan 1000 km afleggen alvorens ze geheel gesmolten zijn.

IJsbergen kunnen een sissend geluid maken, doordat de lucht die onder druk in de ijsmassa opgesloten is, tijdens het smelten vrijkomt.

Samenstelling en formaat[bewerken]

Doordat de dichtheid van ijs 10% kleiner is dan die van water (±920 kg/m³ t.o.v. ±1025 kg/m³), blijft een ijsberg drijven, maar steekt slechts voor een klein deel boven het water uit. Deze verhouding is niet exact te bepalen omdat het percentage zuurstof in het ijs per ijsberg kan verschillen. Wel is zeker dat een ijsberg slechts voor een vijfde tot een zevende boven water ligt. Van een ijsberg zijn alleen de (smalle) uitstekende delen boven het water zichtbaar en niet de brede basis die onder water ligt. Vandaar de uitspraak het topje van de ijsberg.

IJsbergen zijn in het algemeen groot. De meeste hebben een hoogte tot 50 meter. Sommige steken meer dan 100 meter boven het water uit, vergelijkbaar met de hoogste kerktorens. In de Baffinbaai is ooit een ijsberg van 215 meter hoogte gesignaleerd.

Ook de horizontale afmetingen kunnen aanzienlijk zijn. In 2010 ontstond er bij Groenland een ijsberg met een oppervlakte van 260 km2.

Afstanden over zee[bewerken]

Door wind en zeestromen leggen ijsbergen 20 tot maximaal 100 kilometer per dag af. Ten zuiden van Newfoundland komen de ijsbergen in het water van de warme Golfstroom met een temperatuur van 18 tot 20 graden. Daarna smelten ze over het algemeen binnen een week weg. Wanneer ze het langer vol houden drijven ze verder naar het zuiden. De grootste houden het in de Golfstroom nog een maand uit. In 1926 is er zelfs een ijsberg bij de Bermuda-eilanden gesignaleerd.

Gevaren[bewerken]

Op het noordelijk halfrond worden per jaar zo'n 12.000 ijsbergen gevormd, waarvan er 8000 ontstaan langs de Groenlandse westkust. Een kleine 400 ervan drijven met de koude Labradorstroom zuidwaarts tot bij Newfoundland. Daar vormen ze een gevaar voor de scheepvaart. Vooral de kleinere brokken waarin ijsbergen uiteenvallen zijn gevaarlijk, doordat ze voor de radar onzichtbaar zijn. De mist, die vaak in gebieden met smeltend ijs ontstaat, maakt het nog gevaarlijker.

Doordat 80-90 % van de ijsmassa zich onder water bevindt, bestaat het gevaar dat men een vertekend beeld krijgt van de werkelijke omvang van de ijsberg, of wordt hij veel te laat opgemerkt. Als een schip tegen een ijsberg vaart kan dit tot een ramp leiden, zoals met de RMS Titanic op 14 april 1912. Daarom worden de bewegingen van ijsbergen door de International Ice Patrol gevolgd.

Vormen[bewerken]

Er zijn grofweg zes vormen te herkennen:

  • Koepel, ijsberg met een koepelvorm.
  • Ananas, deze heeft een aantal uitsteeksels.
  • Wig, aan de ene kant een steile wand en aan de andere een glooiende helling.
  • Droogdok, twee delen die alleen onder water aan elkaar verbonden zijn.
  • Brug, een variant van het droogdok, waarbij de twee delen zowel boven als onder water met elkaar verbonden zijn.
  • Blok, naar verhouding plat met een steile helling langs alle zijden.

IJsschotsen[bewerken]

Een ijsschots is een apart soort ijsberg. Deze zijn plat en hebben steile hellingen langs de randen. IJsschotsen ontstaan doordat stukken van een IJsplateau (drijfijs) afbreken. Een ijsschots kan kilometers lang worden. De extreme varianten zijn vooral rond Antarctica te vinden. In tegenstelling tot het noordelijk halfrond zijn ijsbergen daar niet aan seizoenen gebonden en komen ze het hele jaar voor.

De grootste ijsschots die tot op heden is gezien, werd in 1956 waargenomen in de buurt van Antarctica en mat 335 bij 97 kilometer, met een oppervlakte van ongeveer 31.000 km² (ongeveer even groot als België).

In maart 2000 maakte een ijsschots van 122 kilometer lengte en 27 kilometer breedte zich los van het Ross-ijsplateau (Antarctica). Deze werd IJsberg B-15 genoemd. Deze botste vervolgens met de Drygalski-ijstong waarna een stuk van 8 km² van de tong afbrak. Deze schots is in de loop van de tijd verbrokkeld. In november 2006 werden delen van B-15 in de buurt van het Nieuw-Zeelandse Timaru aangetroffen.

Een beroemde ijsschots is het Pobeda-ijseiland. Deze ijsschots ontstaat elke 40 tot 50 jaar opnieuw voor de kust van Koningin Maudland. Het eiland ontstaat doordat de Denmangletsjer (onderdeel van het Shackleton-ijsplateau) te lang is geworden en afbreekt. De ijsschots die dan ontstaat heeft dan een grootte van ± 1,5 km². Deze loopt een eind naar het noorden vast en blijft daar meestal 10 jaar liggen om daarna los te breken en naar het noorden af te drijven om vervolgens te smelten, waarna de cyclus opnieuw begint.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Een gedeelte van de tekst op deze pagina is afkomstig van de website van het KNMI, alwaar is vermeld: met dank aan Nicole van Lipzig, KNMI en Hugo Poppe, Katholieke Universiteit Leuven.
Vista-kmixdocked.png
Door op de afspeelknop te klikken kunt u dit artikel beluisteren. Na het opnemen kan het artikel gewijzigd zijn, waardoor de tekst van de opname wellicht verouderd is. Zie verder info over deze opname, bekijk de oorspronkelijke versie of download de opname direct. (Meer info over gesproken Wikipedia)