IJsberg
|
Beluister |
|
Een ijsberg is een drijvende ijsmassa afkomstig van een gletsjer of een ijskap.
Binnen de poolcirkels is, door het poolklimaat, een groot aantal gletsjers te vinden die tot aan de zee reiken. Zo'n gletsjer schuift heel langzaam op naar beneden. Indien een gletsjer de zee bereikt, breken er grote brokken ijs af die vervolgens wegdrijven. Deze ijsbergen worden via de zeestroom naar warmere streken vervoerd en kunnen een afstand van meer dan 1000 km afleggen alvorens ze geheel gesmolten zijn.
Van dichtbij maken ijsbergen een sissend geluid. Dit komt doordat de lucht die onder druk in de ijsmassa opgesloten zit, tijdens het smelten vrijkomt.
Inhoud |
[bewerken] Samenstelling en formaat
Doordat de dichtheid van ijs 10% kleiner is dan die van water (±920 kg/m³ t.o.v. ±1025 kg/m³), blijft een ijsberg drijven maar steekt deze slechts voor een klein gedeelte boven het water uit. Deze verhouding is niet exact te bepalen omdat het percentage zuurstof in het ijs per ijsberg kan verschillen. Wel is zeker dat een ijsberg slechts tussen een vijfde en een zevende boven water ligt. Van een ijsberg zijn alleen de (smalle) uitstekende delen boven het water zichtbaar en niet de brede basis die onder water ligt. Vandaar de uitspraak Het topje van de ijsberg.
IJsbergen zijn in het algemeen groot. De meeste hebben een hoogte tot 50 meter , ongeveer de hoogte van een flat van 20 verdiepingen. Sommige steken meer dan 100 meter boven het water uit, vergelijkbaar met de Bredase grote kerk en de Utrechtse Domtoren. In de Baffinbaai is ooit een ijsberg van 215 meter hoogte gesignaleerd.
Ook de horizontale afmetingen kunnen aanzienlijk zijn. In 2010 ontstond er bij Groenland een ijsberg met een oppervlakte van 260 km2.
[bewerken] Afstanden over zee
Door wind en zeestromen leggen ijsbergen 20 tot maximaal 100 kilometer per dag af. Ten zuiden van Newfoundland komen de ijsbergen in het water van de warme Golfstroom met een temperatuur van 18 tot 20 graden. Zodra zo'n ijsberg in de Golfstroom terecht komt smelt hij over het algemeen binnen een week weg. Indien ze het langer vol houden drijven ze verder naar het zuiden. De grootsten houden het in de Golfstroom nog een maand uit. In 1926 is er zelfs een ijsberg bij de Bermuda eilanden gesignaleerd.
[bewerken] Gevaren
Op het noordelijk halfrond worden per jaar zo'n 12 000 ijsbergen gevormd, waarvan er 8000 ontstaan langs de Groenlandse westkust. Een kleine 400 hiervan drijven met de koude Labradorstroom zuidwaarts tot bij Newfoundland. Daar vormen ze een gevaar voor de scheepvaart. Vooral de kleinere brokken waarin ijsbergen uiteenvallen zijn gevaarlijk, doordat deze voor de radar onzichtbaar zijn. Mist, die vaak in gebieden met smeltend ijs ontstaat, maakt het nog gevaarlijker.
Doordat ongeveer 8/9 van de ijsmassa zich onder water bevindt, bestaat het gevaar dat men een vertekend beeld krijgt van de werkelijke omvang van de ijsberg, of wordt deze veel te laat opmerkt. Als een schip tegen een ijsberg vaart kan dit tot een ramp leiden, zoals met de RMS Titanic op 14 april 1912. Daarom worden de bewegingen van ijsbergen door de International Ice Patrol gevolgd.
[bewerken] Vormen
Er zijn grofweg zes vormen te herkennen:
- Koepel, deze ijsberg heeft een koepelvorm.
- Ananas, deze heeft een aantal uitsteeksels.
- Wig, deze heeft aan de ene zijde een steile wand maar aan de andere een helling.
- Droogdok, Deze bestaat uit twee delen die alleen onder water aan elkaar verbonden zijn.
- Brug, Dit is een variant van de droogdok, hierbij zijn de twee delen zowel boven als onder water met elkaar verbonden.
- Blok, is naar verhouding plat met een steile helling langs alle zijden.
[bewerken] IJsschotsen
Een ijsschots is een apart soort ijsberg. Deze zijn plat en hebben steile hellingen langs de randen. IJsschotsen ontstaan doordat stukken van een IJsplateau (drijfijs) afbreken. Een ijsschots kan kilometers lang worden. De extreme varianten komen vooral rond Antarctica voor. In tegenstelling tot het noordelijk halfrond zijn ijsbergen hier niet aan seizoenen gebonden en komen ze het hele jaar voor.
De grootste ijsschots die tot op heden is gezien, werd in 1956 waargenomen in de buurt van Antarctica en mat 335 bij 97 kilometer en had een oppervlakte van ongeveer 31 000 km² (ongeveer even groot als België).
In maart 2000 maakte een ijsschots van 122 kilometer lengte en 27 kilometer breedte zich los van het Ross-ijsplateau (Antarctica). Deze werd de B-15 ijsberg genoemd. Deze botste vervolgens met de Drygalski-ijsstong waarna een stuk van 8 km² van de ijstong afbrak. Deze schots is in de loop van de tijd verbrokkeld. In november 2006 werden delen van B-15 in de buurt van het Nieuw-Zeelandse Timaru aangetroffen.
Een beroemde ijsschots is het Pobeda-ijseiland. Deze ijsschots ontstaat elke 40 tot 50 jaar opnieuw voor de kust van Koningin Maudland. Het eiland ontstaat doordat de Denmangletsjer (onderdeel van het Shackleton-ijsplateau) te lang is geworden en afbreekt. De ijsschots die dan ontstaat heeft dan een grootte van ± 1,5 km². Deze loopt een eind naar het noorden vast en blijft daar meestal 10 jaar liggen om daarna los te breken en naar het noorden af te drijven om vervolgens te smelten, waarna de cyclus opnieuw begint.
Bronnen, noten en/of referenties:
- Een gedeelte van de tekst op deze pagina is afkomstig van de website van het KNMI, alwaar is vermeld: met dank aan Nicole van Lipzig, KNMI en Hugo Poppe, Katholieke Universiteit Leuven.
| Zie de categorie Icebergs van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
