IJslands taalpurisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

IJslands taalpurisme (IJslands: málhreinsun of hreintungustefna) is het sociolinguïstisch verschijnsel van taalzuivering in het IJslands, vroeger en nu. Het doel is de vervanging van leenwoorden door het smeden van neologismen op grond van IJslandse/Oudnoordse wortels en het binnendringen van nieuwe leenwoorden te vermijden. In IJsland is taalzuivering archaïserend, waarbij men tracht zo veel mogelijk aan te leunen bij de taal die gesproken werd gedurende de gouden era der IJslandse letterkunde. Ze is ook consistent, wat betekent dat haar intensiteit constant blijft. Het verschijnsel ontwikkelde zich samen met de onafhankelijkheidsbeweging aan het begin van de 19e eeuw. Terwijl in die tijd de nadruk lag op het verwijderen van verdeensingen, worden heden ten dage voornamelijk anglicismen beoogd. Deze taalpolitiek geniet eenstemmigheid bij een grote meerderheid van de IJslandse bevolking en is een gevestigde leer. Ze geniet de volle steun van de regering door middel van het Árni Magnússon Instituut voor IJslandse studies, het IJslandse taalcomité, het IJslandse taalfonds en initiatieven als de dag van de IJslandse taal.

Doel[bewerken]

De IJslandse taal is het hoofdbestanddeel van de nationale identiteit der IJslanders. De hoofddoelen van hun purisme zijn het behoud van de taalstructuur, die in vergelijking tot andere Europese talen als het Engels of Frans zeer vervoegend te noemen is, en de dusdanige ontwikkeling van de moderne woordenschat dat over elk onderwerp, hoe technisch ook, in de eigen taal kan worden gesproken.

Smeden van nieuwe woorden[bewerken]

Het 'smeden' van nieuwe woorden (Nýyrðasmíð in het IJslands) is een belangrijk onderdeel van het streven. Verenigingen en enkelingen kundig in uiteenlopende vakgebieden werken samen met het IJslandse taalinstituut aan de uitbreiding van de vakwoordenschat. De herinvoering als vakterminologie van in onbruik geraakte Oudijslandse woorden is de meest gebruikte handelingswijze. Zo bestond het woord sími in het Oudijslands in de betekenis van draad en kreeg de nieuwe betekenis van telefoon. Anderzijds worden nieuwe woorden, zoals skammtafræði (kwantummechanica) of rafeindasmásjá (elektronenmicroscoop) gevormd door samenstelling van woorden uit de zuivere IJslandse woordenschat. Hierdoor is het voor IJslanders gemakkelijk vele woorden te ontleden en zo hun herkomst te achterhalen. Woordsamenstellingen komen heel vaak voor in de IJslandse taal. Door dit stelsel zijn de nieuwe woorden verenigbaar met het grammaticale en fonetische systeem. De laatste jaren moedigt de IJslandse regering belangstelling aan in de technologie en ontwikkeling van taalsoftware.

Leenwoorden[bewerken]

Ondanks een krachtig en onophoudelijk zuiverend streven gedurende de laatste twee eeuwen, vinden leenwoorden nog steeds ingang in de taal. Sommige worden zo aangepast dat ze aan de dwingende klank- en verbuigingsregels beantwoorden. Een voorbeeld is het woord bíll ("auto"), ontleend aan het Deense bil, dat op zijn beurt een verkorting van automobil is. Ook de maandnamen zijn bijvoorbeeld afgeleid van het Latijn, zoals het geval is in de meeste Europese talen.

Aanleren van vreemde talen[bewerken]

Hoe intens ook in zijn aard staat de IJslandse taalzuivering geenszins gelijk met beperkingen ten aanzien van het aanleren van vreemde talen. De studie van het Engels en het Deens is dan ook verplicht op IJslandse scholen. Het Deens wordt onderwezen vanwege de gewezen afhankelijkheid van Denemarken en vanwege de nog steeds bestaande economische, onderwijs- en culturele banden met dit land. Engels wordt aangeleerd als de wereldtaal vanwege de internationalisering van de IJslandse economie.

Zie ook[bewerken]

Boekenlijst[bewerken]

  • Halldór Halldórsson (1979). Icelandic Purism and its History. Word 30: 76–86 .
  • Kristján Árnason; Sigrún Helgadóttir (1991). "Terminology and Icelandic Language Policy". Behovet och nyttan av terminologiskt arbete på 90-talet. Nordterm 5. Nordterm-symposium: pp. 7-21.