Ibrahim (profeet)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ibrahim offert zijn zoon

Ibrahim (Arabisch: ابرَاهِيم ) is binnen de islam een belangrijke profeet en boodschapper, die in het jodendom en christendom bekend is als Abraham. Hij is geboren in Babylonië. Ibrahim komt uit het nageslacht van de boodschapper Nuh via zijn zoon Sam. Tussen het overlijden van Nuh en Ibrahim zitten enkel de profeten Hud en Salih. Dit zou een tijdsbestek hebben van zo'n 1143 jaar. Tussen Hud en Ibrahim zou ongeveer 630 jaar zitten. Algemeen wordt Ibrahim na Mohammed als de belangrijkste profeet in de islam beschouwd.

In de Koran is Ibrahim de boodschapper van de Suhuf-i-Ibrahim, voorafgaand aan Mohammed en de Koran. De Koran benadrukt een voortzetting te zijn van de eerdere boodschap die Ibrahim ontving. Ibrahim wordt nadrukkelijk moslim en hanif genoemd en de discussies rondom zijn geloof of hij jood of christen was, volledig afgekeurd. Zo zegt Soera De Koe 135: En zij zeggen: "Weest joden of christenen, dan zult gij worden geleid". Zeg (hun): "Neen, maar (volg) de godsdienst van Abraham, de oprechte: hij behoorde niet tot de afgodendienaren". De Koran noemt hem monotheïst en ook de vader van monotheïstische volkeren. In soera De in de Rangen Behorenden is het verhaal terug te vinden van een niet bij naam genoemde zoon die Ibrahim volgens de opdracht van God moet offeren. Omdat Ibrahim aan die opdracht wil voldoen wordt hij uiteindelijk vrijgesteld door God.

Het Offerfeest in de islam is een herdenking van het offer van Ibrahim. Hoewel het verhaal in de Koran niet gedetailleerd is, gaan de islamitische tradities verder in op de bedoelingen en de achtergronden van het verhaal. Ibrahim werd door God gevraagd te offeren wat hem het dierbaarst was. Ibrahim, die rijk aan bezittingen was, maar slechts één zoon had, van wie hij erg veel hield, begreep dat God de beschikking had over leven en dood. Ook begreep hij dat God hem niets kon vragen dat zondig was. Hij was er, hoeveel moeite het hem ook kostte, toe bereid zijn zoon te offeren, want die was hem het liefst. De meeste islamitische tradities gaan ervan uit dat het om zijn zoon Ismaïl gaat. Vlak voordat Ismaïl geofferd zou worden, verscheen de engel Djibriel. Deze vertelde Ibrahim dat de opdracht volbracht was, en dat hij de beproeving had doorstaan. In de omgeving vond Ibrahim een ram, die vervolgens werd geofferd. Zo maakte God aan Ibrahim duidelijk dat hij geen mensenoffers wil, maar gehoorzaamheid.

Ibrahim was genoodzaakt Hagar en hun zoon Ismaïl de woestijn in te jagen. Maar God redde hen echter door het doen ontspringen van de bron Zamzam en beloofde, zoals ook vermeld in Genesis/Beres'jiet 21:19, dat Ismaïl de vader zou worden van een groot volk: de Arabieren. Volgens de plaatselijke traditie zouden Hagar en Ismaïl zich gevestigd hebben in Mekka, alwaar Ibrahim hen op kwam zoeken. Ibrahim en Ismaïl herbouwden samen de Ka'aba, die oorspronkelijk gebouwd was door Adam, maar zij was vervallen en werd gebruikt voor afgoderij. Moslims beschouwen Adam als de eerste monotheïst, een hanif. Er zijn nog verschillende verhalen binnen de islamitische tradities dat Ibrahim nog regelmatig bij Ismaïl op bezoek kwam.

Zie ook[bewerken]

  • Abraham voor de joodse en christelijke visie