Identifier
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een identifier is in een programmeertaal een door de programmeur gekozen woord waaraan gerefereerd kan worden.
De programmeur wil bijvoorbeeld een waarde in het geheugen opslaan omdat hij die waarde later weer nodig heeft. Hij gebruikt dan een identifier om de waarde een naam te geven.
Ook gebeurt het vaak dat een programmeur een subroutine of functie maakt, die elders in het programma wordt aangeroepen. Zo'n subroutine of functie heeft dan een naam nodig, en die naam is een identifier.
Het spreekt vanzelf dat een goede programmeur steeds een naam kiest waaruit duidelijk blijkt waar de identifier voor dient. Het programma blijft daardoor begrijpelijk.
De regels waaraan een identifier moet voldoen zijn in bijna alle programmeertalen ongeveer dezelfde. Het is een reeks van letter en cijfers, te beginnen met een letter. Soms zijn er nog meer tekens die in een identifier mogen voorkomen, en soms is de lengte van een identifier beperkt. Sommige talen maken onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters, bij andere talen is dat verschil niet van belang.
Verder geldt in veel talen dat bepaalde woorden een speciale betekenis hebben en niet als identifier gebruikt mogen worden. Vooral COBOL is in dat opzicht berucht. Er zijn echter ook talen, zoals Fortran en PL/1, waarvan de syntaxis het mogelijk maakt de standaardwoorden te onderscheiden van identifiers.

