Ijo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Historische Ijo stadstaten en naburige steden
Ijobeeld
Ijomasker

De Ijo, of ook Ijaw,[1] zijn een volk dat woont in de Nigerdelta in het huidige Nigeria.

Geschiedenis[bewerken]

De Ijo hebben zich vanaf de 12e eeuw[2] verspreid over de Nigerdelta gevestigd. Zij woonden in autonome groepen, waarvan het bestuur lag bij een raad van alle mannen uit het dorp, onder leiding van een oudste, en bedreven in de zoetwatermoerassen visserij en landbouw. Aan de kust werd overgegaan op zeevisserij en zoutwinning. In de dorpen die hier ontstonden, was de band met de clan minder belangrijk. De leiding werd hier toegekend aan competente individuen, of mensen uit een goede familie. Deze leiders noemden zich amanyamabo ofwel stadseigenaar, en waren de voorlopers van latere plaatselijke koningen. De Ijovissers en zoutwinners langs de kust, die zelf geen landbouwers waren, dreven handel met de Igbo in het binnenland, wat de ontwikkeling naar een stedelijke beschaving bespoedigde.

Er zijn meer dan dertig Ijoclans. Taalkundig en historisch zijn er verschillende ontwikkelingen geweest onder de clans ten westen van de rivier de Nun in de delta, en die ten oosten ervan, waar de stadstaten Nembe, Ibani (Bonny), Kalabari, Okrika en Opobo lagen.[3] Het oosten van het gebied is historisch het meest betrokken geweest bij de internationale handel.

Cultuur[bewerken]

Net als de Yoruba, maakten de Ijo in hun religie geen afbeeldingen van het centrum van hun religie, die onze moeder (Wonyinghi) heette, en kenden een groot aantal denkbeeldige wezens, 'engelen' of 'geesten', met concretere eigenschappen. Deze waren ook voor hun het communicatiemiddel met het bovennatuurlijke. Mensen waren voor de Ijo echter voor hun geboorte geesten, genaamd teme, die in het rijk van Wonyinghi verbleven, waar ze weer terugkeren na de dood.

Trivia[bewerken]

Een uitgestorven Nederlands Creools uit Berbice, een lokale taal in Guyana, is voor een deel op de taal uit het oostelijk Ijogebied gebaseerd.[4]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. In oude Europese geschriften komen de Ijo ook voor onder de naam Jos. z. E. MBokolo: Afrique Noire, deel 1, Parijs, 1995
  2. D. Niane: General History of Africa, deel 4, Unesco, 1984
  3. E. Alagoa, A History of the Niger Delta: An Historical Interpretation of Ojo Oral Tradition, Ibadan, 1972
  4. J. Arends, P. Muysken, N. Smith, Pidgins and creoles: an introduction, p. 233 e.v., Amsterdam/Philadelphia, 1994