Impasto

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Impasto-zelfportret van Rembrandt van Rijn uit ca. 1669 (Wallraf-Richartz-Museum, Keulen).

Impasto is een schildertechniek waarbij de verf in zeer dikke streken of klodders op het kunstwerk wordt aangebracht. Impasto is tevens een term uit de pottenbakkerskunst en betekent onbewerkte gebakken klei.

Door het gebruik van impasto wordt de structuur van het oppervlak van het kunstwerk versterkt, waarmee speciale, zeer realistische effecten kunnen worden bereikt. Zo gebruikte Rembrandt deze techniek om bijvoorbeeld de kleding of sieraden van de geportretteerden te benadrukken. Een voorbeeld is het schilderij Het joodse bruidje waar vooral de arm van de man door het gebruik van impasto aandacht trekt. Ook moderne kunstenaars gebruiken veelvuldig impasto, veelal door gebruik van een paletmes. Door bijvoorbeeld impasto te gebruiken bij het naschilderen van een muur, wordt een zeer realistisch effect bereikt, omdat de onregelmatige verfstructuur kleine schaduwen werpt, die overeenkomen met de structuur van een ruwe muur in de werkelijkheid.

Nadeel van impasto is dat het verfoppervlak vrij gauw stof opvangt en daardoor vies wordt.

Voor de impastotechniek mag de verf vrijwel niet vloeibaar zijn. Zo wordt de verf vaak direct uit de tube gebruikt. De impastotechniek is dan ook geheel niet toepasbaar bij een dunne verfsoort als tempera, maar wel bij olieverf, acrylverf of alkydverf.

Impasto (in de betekenis van onbewerkte klei) urnen zijn bekend uit de proto-Etruskische Villanovacultuur (1000-700 voor Chr.). In het huidige Italië werden impasto objecten zoals bijvoorbeeld urnen vervaardigd. Met name deze urnen zijn teruggevonden in graven.