Impressionisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Executie Keizer Maximiliaan van Mexico, Manet, 1868
De brug van Morot in de zomer, Sisley, 1888
San Marco Venetië, Boudin, 1895
Populieren in het Zonlicht, Monet, 1887

Het impressionisme is een 19e eeuwse stroming en stijl in schilderkunst en beeldhouwkunst. Het behoort tot de Moderne kunst, vooral in Frankrijk van 1860 tot 1880. Het was een vernieuwingsbeweging, niet alleen als revolterende stroming tegenover het toen algemeen aanvaarde en officieel erkende academisch classicisme, maar ook als totaal nieuwe stijltechnische conceptie.

Ook in de klassieke muziek werkte deze stroming door.

1rightarrow.png Zie Impressionisme (muziek) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.


Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

De beweging kreeg haar naam in 1874 door een toevallig krantenartikel. De revolterende beweging was echter al een tiental jaren oud en Édouard Manet had toen al een paar keer de herrie op gang gebracht, tegenover de officiële salonjury's. Zijn Absintdrinker werd al in 1859 geweigerd, terwijl zijn Olympia en zijn Déjeuner sur l'herbe zodanig schandaal verwekten, dat ze aanleiding gaven tot de eerste Salon des Refusés in 1863.

Voordien, in 1855, werd de Begrafenis te Ornans van Gustave Courbet geweigerd en had men, in 1850, de Barbizon-schilders al uitgescholden voor "Onverschoonde democraten". Eerst elf jaar na de eerste Salon des Refusés zou het impressionisme als zodanig in beeld komen en dan nog uit onverwachte hoek. Geleid door Edgar Degas en Pierre-Auguste Renoir hadden 31 jonge Franse schilders 165 werken samengebracht in het atelier van de fotograaf Nadar, in de Boulevard des Capucines 35, te Parijs. Ze hadden zich verenigd in een "Societé anonyme coopérative d'artistes peintres, sculpteurs, graveurs, à capital et personnel variables". Ze openden hun expositie op 15 april 1874, precies een maand voor de opening van het officiële "Salon".

Naast de voornoemde initiatiefnemers, exposeerden ook Paul Cézanne, Claude Monet, Berthe Morisot, Alfred Sisley, Camille Pissarro, Eugène Boudin, Adolphe-Félix Cals, Félix Bracquemond, Stanislas Lépine, Henri Rouart, Hélène Dubourg en anderen.

De expositie wekte schandaal, zowel omwille van de onverwacht banale onderwerpkeuzes als omwille van de onaanvaardbare stijltechnieken. In het Parijse blad "Charivari" van 25 april 1874, wilde de journalist-criticus Louis Leroy het ophefmakende doek van Claude Monet "Impression du soleil levant" belachelijk maken en noemde hij de exposanten "Les impressionistes".

Toch was het de Franse essayist Jules Castagnary, die in 1863 al schreef, naar aanleiding van het Salon des Refusés, bij zijn kennismaking met het werk van de Hollandse Johan Barthold Jongkind: ... Moi, j'aime ce Jongkind ... Chez lui, tout gît dans l'impression ... L'esquisse terminée, le tableau achevé, vous ne vous inquiétez pas de l'exécution: elle disparait devant la puissance ou le charme de l'effet.

Het impressionisme had zijn naam eindelijk gekregen en het zou nu, tot 1886, in 10 exposities over 12 jaar, zijn geruchtmakende weg gaan over en langs eindeloze discussies.

De impressionisten noemden zichzelf "Illuministen" en hebben de scheldnaam impressionisten later als geuzennaam aangenomen. Lang voor dit speelde waren deze schilders al buiten bezig en probeerden het juiste licht van dat vergankelijke moment weer te geven (vanaf 1863).

[bewerken] Impressionisme in de Nederlandse letterkunde

Het impressionisme in de Nederlandse letterkunde werd beïnvloed door de Fransen zoals de gebroeders de Goncourt. In Nederland kunnen impressionistische toetsen teruggevonden worden in het werk van Louis Couperus en bij de Tachtigers Gorter en Van Deyssel. Bij deze laatsten krijgt het meer de vorm van een sensitivisme waarbij het subject bestaat uit een verzameling van impressies en sensaties.

De belangrijkste Vlaamse vertegenwoordigers waren Pol de Mont, Fernand Toussaint van Boelaere en Herman Teirlinck.

[bewerken] Kenmerken

Wat betreft inhoud en techniek was het impressionisme dus een reactiebeweging tegen de heersende conservatief-classicistische opvattingen van de salonjury's. De bedoeling bij de jongeren was het onmiddellijke beeld weer te geven van het direct geziene en op dat moment precies. Er was dus geen sprake meer van de fijn afgelijnde tekening van de voorwerpen. Zelfs bij de onderwerpkeuze richtte men zich op het alledaagse leven, ver weg van elke allegorie of enig nationalistisch triomfalisme.

Vooral de kleurenverdeling, of de menging ervan, werd totaal anders aangepakt. De elementaire kleuren werden in los naast elkaar geplaatste toetsen op doek gebracht, zodat ze op afstand de gewenste kleurvariaties vormden en aldus subtielere nuancering toelieten.

Belangrijk was hierbij niet meer de stoffelijke preciesheid van de vormen in de natuur, dan wel de kleurrijke oplossing die zon, licht en lucht als indruk weergeven.

Hoe zijn zij ontstaan? Waarschijnlijk door de uitvinding van de tube (door Geoffrey Rand in 1836). Al in 1838 waren er drie Engelse firma's die verf in tuben op de markt brachten en daarmee de schilders de gelegenheid gaven om buiten te werken. Vóór die tijd werd de verf in dierlijke blazen meegenomen, maar die laten zuurstof door en de verf hardt uit. Door de tube kregen ze de kans om direct buiten te werken en de toenmalige belangstelling voor licht deed de rest. (De kleurenleer van Chevreuil is dan al bekend).

Vooral in de literatuur merk je dat het impressionisme een zeer zintuiglijke kunst is. In het literaire impressionisme worden grote hoeveelheden zintuiglijke indrukken weergegeven. Samen geven ze een bepaalde stemming weer. De kenmerken van de taal die impressionisten hanteren in hun proza en poëzie zijn de volgende:

1. Het kwistig gebruik van bijvoeglijke naamwoorden. In het gebruik van de reeksen adjectieven zoals bij Lodewijk van Deyssel menen sommige lezers zelfs een parallel met het pointillisme aan te treffen.

2. Het gebruik van onomatopeeën (klanknabootsingen). b.v. knisperen, ka-bónk, rètteketèt,.

3. Het voorkomen van synesthesieën (het gelijktijdig reageren van twee zintuigen). Een donker geluid, een bittere geur..

4. Het gebruik van neologismen (nieuwvormingen), b.v. de rook "roet-rolde", de rook "scheur-vlood" door het "vlamme-schemeren" (Ary Prins). Een recenter voorbeeld van een neologisme is "praatpaal".

5. In proza tref je soms de zgn. Erlebte Rede aan, een mengvorm van directe en indirecte rede. Bijv. "Hij beweerde, hij zou heus wel komen".

[bewerken] Onderverdeling Impressionisme

Binnen het impressionisme zijn nog twee schilderstijlen ontstaan:

[bewerken] Verwante stromingen

Verwante stromingen binnen het Impressionisme zijn:

[bewerken] Impressionistische schilderijen

Voorbeeld van impressionistische schilderijen zijn:

  • De kathedraal van Rouen, harmonie in blauw, 1893 van Claude Monet
  • Dansen bij de Moulin de la Galette, Montmartre, 1876 van Auguste Renoir
  • Algerijns landschap: Ravijn van de wilde vrouw, 1881 van Auguste Renoir
  • De schommel, 1876 van Auguste Renoir
  • Windeffect, populierenserie, 1891 van Claude Monet
  • Het station St-Lazare, 1877 van Claude Monet

Zie ook:

Bij het postimpressionisme is Vincent van Gogh de bekendste kunstschilder.

[bewerken] Impressionistische kunstschilders

Impressionistische kunstschilders zijn onder anderen:

[bewerken] Impressionistische beeldhouwers

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links


Persoonlijke instellingen