In commendam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In commendam (Nederlands: "In bewaring") – in het Nederlands wel aangeduid met in commende – was het (tijdelijk) verlenen van de titel van commendataire abt, uit hoofde waarvan de opbrengsten van een abdij gebruikt mochten worden ter verbetering van het eigen inkomen. Hierbij inde de abt slechts de opbrengsten, maar had geen bestuurlijke inspraak. De abt hoefde niet zelf niet in de abdij te wonen om aanspraak te kunnen maken op de gelden.

Geschiedenis[bewerken]

Het in commendam geven van abdijen vond zijn oorsprong in de vroege Middeleeuwen, toen dit voorrecht was weggelegd voor geestelijken, die door oorlogen verdreven waren uit hun eigen kerkelijke bestuursgebieden en zo van inkomsten verstoken bleven. Met een tijdelijke functie als commandataire abt kon in financiële ondersteuning voorzien worden. Veelal werd de functie vervuld in abdijen, waar op dat moment geen abt aanwezig was.

Vanaf de 8e eeuw namen ook wereldlijke leiders het recht op zich om aan bepaalde edellieden een abdij in commendam te geven om zodoende van deze onder andere militaire steun te verkrijgen. Door het grootschalig misbruik van dit voorrecht onder de leken werd dit recht vanaf 1122 verboden. Verder probeerden pausen van de 11e en 12e eeuw het uitdelen van dit recht onder geestelijken te beperken.

In de 14e en 15e eeuw nam het verstrekken van abdijen in commendam sterk toe, waarbij de pausen die in Avignon in ballingschap leefden gezien werden als de grote initiators van het fenomeen. Door de uitdeling van het voorrecht hoopten zij medestanders voor zich te winnen. Naast het nepotisme en het zich verrijken door de aflaathandel werd deze vorm van begunstiging een nieuwe reden voor hervormers om zich kritisch te uiten over het bestuur van de rooms-katholieke Kerk. Voor de abdijen zelf was deze vorm van zelfverrijking overigens desastreus; het ontbrak hen aan de benodigde inkomsten en zij kregen voor hun (onvrijwillige) donaties niets terug.

Vanaf de 17e eeuw nam het misbruik af, mede doordat bepaald werd, dat het alleen aan de paus was toegestaan het privilege van in commendam te verlenen. De laatste kardinaal, die gebruik maakte van het privilege was Giuseppe Melchiorre Sarto, de latere paus Pius X, die commendatair abt was van de benedictijner abdij in Subiaco (bij Rome).

Voorbeeld (in extremis)[bewerken]

Hoewel er in de 14e en 15e eeuw vele geestelijken misbruik maakten van het voorrecht, waren vooral de leden van de Della Rovere familie zeer actief op dit gebied. Naast het nepotisme (paus Sixtus IV, van het huis Della Rovere, benoemde zes familieleden tot kardinaal en zijn neef paus Julius II vijf familieleden) toonde de in commendam staat van verschillende familieleden het volgende :

Giuliano della Rovere –Paus Julius II
  • Giuliano della Rovere (paus Julius II)
    • Abdij van Grottaferrata
    • Abdij van St.-Paul, Verdun
    • Abdij van Ste. Marie, Bonneveau
    • Abdij van S. Sabino fuori le mura, Pisa
    • Abdij van St.-Pierre de Luxeuil, Besançon
    • Abdij van S. Sofia, Benevento
    • Abdij van St.-Symphorien, Metz
    • Abdij van S. Romoaldo, Camerino
    • Abdij van Sta.-Maria della Vangadizza, Adria
    • Abdij van Grandselve, Toulouse
    • Abdij van Ss. Pietro e Paolo de Moscheta (Florence)
    • Abdij van S. Bartolome de Anghiari, Arezzzo
  • Galeotto della Rovere
    • Abdij van Nonatola
    • Abdij van S.Benigno di Fruttaria
  • Marco della Rovere
    • Abdij S. Maria in Trastevere
    • Abdij van S. Martino, Viterbo
  • Leonardo della Rovere
    • Abdij van S. Giuliano, Spoleto
    • Abdij van Notre-Dame, Rodez
    • Abdij van S. Maria di Morimondo
    • Abdij van S. Agostino di Pondinicho, Casale Monferrato

Bron[bewerken]

  • Kloosterleven in de Middeleeuwen, door C.H. Lawrence, E. Frankemolle, Ad Rem Tekst