In dulci jubilo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In dulci jubilo is een 14e-eeuws kerstlied. De tekst wordt toegeschreven aan de Duitse mysticus Heinrich Seuse en het jaar van ontstaan is waarschijnlijk 1328.

Kenmerkend aan het lied is de ongewone afwisseling van Latijn en middeleeuws Duits. Uit de kringen van de Devotio Moderna zijn ook Nederlands-Latijnse varianten bekend, onder meer polyfone composities uit handschriften van de vijftiende eeuw.

Vista-kmixdocked.png
In dulci jubilo (download·info)

Tekst en vertaling[bewerken]

1.
In dulci jubilo
Nun singet und seid froh!
Unsers Herzens Wonne
Liegt in praesipio,
Und leuchtet wie die Sonne
Matris in gremio,
Alpha es et O!
1.
In zoete vreugde
Zingt nu en wees blij!
De vreugde van ons hart
ligt in de kribbe,
en straalt als de zon
in moeders schoot,
U bent alpha en omega! (het begin en het einde: alles)
2.
O Jesu parvule
Nach dir ist mir so weh!
Tröst mir mein Gemüte
O puer optime
Durch alle deine Güte
O princepps gloriae.
Trahe me post te!
2.
O tere Jezus
Ik verlang zo naar U!
Troost mijn gemoed
O, beste der jongelingen
Door al Uw goedheid
O prins van de glorie.
Breng me bij U!
3.
O Patris caritas!
O Nati lenitas!
Wir wären all verloren
Per nostra crimina
So hat er uns erworben
Caelorum gaudia
Eia, wären wir da!
3.
O liefde van de Vader!
O zachtmoedigheid van de Zoon!
We zouden allen verloren zijn
Door onze zonden
Maar hij heeft voor ons verdiend
De vreugde van de hemel
Waren we daar maar!
4.
Ubi sunt gaudia
Nirgend mehr denn da!
Da die Engel singen
Novi cantica,
Und die Schellen klingen
In regis curia.
Eia, wären wir da!
4.
Er is nergens meer
vreugde dan daar!
Waar de engelen
nieuwe liederen zingen,
en de bellen klinken
in het hof van de Koning.
Waren we daar maar!

Bewerkingen[bewerken]

Tot de componisten en muzikanten die dit lied bewerkt hebben behoren