In partibus infidelium

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Aartsbisschoppen en bisschoppen In partibus infidelium was tot 1882 in de rooms-katholieke kerk de formele benaming van de titulaire bisschoppen. Deze Latijnse woorden betekenen "in het gebied der ongelovigen". zonder bisdom. De term werd meestal afgekort tot in partibus, IPI of IP.

Het gebruik van deze term is ontstaan in de periode dat bisschoppen uit hun bisdom werden verjaagd door kerkelijke twisten of heidense veroveringen. De aanduiding werd dus gebruikt wanneer bisschoppen hun bisdom niet konden besturen. Voor de reformatie waren dit de niet-christelijke gebieden in bijvoorbeeld Klein-Azië, later werden er de niet-katholieke gebieden mee bedoeld, waar het bisdom Utrecht een voorbeeld van is. De eerste bisschoppen In partibus infidelium werden onder Paus Leo X benoemd. Onder Paus Pius V werd deze term voor het eerst op grote schaal gebruikt. Een bisschop in partibus infidelium had niet de rechtsmacht van de residerende diocesane bisschoppen die in hun bisdommen verblijven en deze ook besturen. De bisschop "IPI" had wèl wijdingsmacht[1].

De kardinaal-priesters, de secretarissen van de Romeinse congregaties (de "ministers" van de paus), apostolische vicarii in de missiegebieden, nuntii en de bisschoppen-coadjutores werden en worden ook nu nog in een dergelijke bisschopszetel benoemd. Kardinaal Johannes Willebrands was titulair bisschop van Mauriana in Mauretania Cæsariense[2]. Dit bisdom bestaat al sinds vele eeuwen alleen nog in naam.

In 1882 werd de aanduiding door een circulaire van de Congregatie voor de Propaganda Fide vervangen door titulair bisschop, maar het begrip wordt informeel nog wel gehanteerd.De correcte wijze om een dergelijke bisschop aan te duiden is nu "N.N. Archiepiscopus Corinthius in Achaiâ" of " N.N. titulair bisschop van Korinthe".

Referenties

Referenties:
  1. ^ Katholieke Encyclopædie, 1939.
  2. ^ Op [1]
 
Persoonlijke instellingen
in andere talen