Inburgeringsplicht (Nederland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De inburgeringsplicht is vastgelegd in de Wet van 30 november 2006, houdende regels inzake inburgering in de Nederlandse samenleving (Wet Inburgering). De wet is in beginsel van toepassing op alle vreemdelingen van 16 tot 65 jaar van buiten de EU die duurzaam in Nederland willen en mogen verblijven en voor enkele specifieke groepen genaturaliseerde Nederlanders. Het doel van de verplichte inburgering is het verminderen van achterstanden bij de integratie van minderheden en het voorkomen van nieuwe achterstanden.

De wet van 2006 is nadien gewijzigd in de Wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet Inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige. Deze wet is op 1 januari 2013 in werking getreden. De wijziging behelst onder meer het zelf betalen van de inburgering, waarbij de mogelijkheid wordt geboden om daarvoor een sociale lening te sluiten.

Geschiedenis[bewerken]

Het eerste wetsvoorstel voor inburgering van vreemdelingen is op 21 september 2005 ingediend bij de Tweede Kamer door de toenmalige Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie Rita Verdonk. Het is op last van de Raad van State diverse keren gewijzigd, de laatste maal zelfs ná aanname van dit wetsvoorstel door de Tweede Kamer op 7 juli 2006, namelijk op 25 augustus 2006, nadat de Raad van State had geconcludeerd dat allochtonen met een Nederlands paspoort niet gediscrimineerd mochten worden ten opzichte van autochtonen met een Nederlands paspoort. Hiermee daalde het aantal mensen dat uiteindelijk moest inburgeren tot 250.000. De wet werd door de Eerste Kamer op 28 november 2006 aangenomen en op 1 januari 2007 ingevoerd.

Inburgeringsexamen[bewerken]

Het verstrekken van verblijfsvergunningen aan vreemdelingen tussen de 16 en 65 jaar van buiten de EU is met deze wet afhankelijk geworden van het behalen van een inburgeringsexamen. Op bepaalde gronden kan hierop een uitzondering worden gemaakt. Het examen bestaat uit twee onderdelen, namelijk een "Taalexamen" en een "Examen kennis van de Nederlandse samenleving". Dit inburgeringsexamen moet niet verward worden met het inburgeringsexamen buitenland, dat afgelegd moet worden op de ambassade in het land van herkomst voor dat je naar Nederland mag komen voor langere tijd. Het inburgeringsexamen buitenland is geregeld in de Wet Inburgering in het Buitenland van maart 2006.

Per 1 januari 2007 werd inburgeren volgens de Wet Inburgering dus verplicht. Nieuwkomers krijgen hiermee drie en een half jaar de tijd om het inburgeringsexamen te halen. Voor sommige groepen, o.a. voor analfabeten, geldt een termijn van vijf jaar. Met de invoering in 2007 van het Deltaplan Inburgering konden gemeenten aan iedere inburgeraar een aanbod doen voor een inburgeringstraject. Deze trajecten duren gemiddeld 12 tot 18 maanden, de inburgeraar wordt hierin klaargestoomd voor het inburgeringsexamen. Daarnaast hebben veel gemeenten door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu gefinancierde 'Taalcoachprojecten' lopen, waarbij een vrijwillige taalcoach de inburgeraar individueel ondersteunt.

Nederland is momenteel het enige land in de wereld dat eisen stelt aan de kennis van taal en maatschappij van nieuwkomers alvorens hen toe te laten op zijn grondgebied of hen toe te staan daar te blijven. Wel worden er internationaal veelal eisen gesteld om genaturaliseerd te kunnen worden en een paspoort te kunnen krijgen.

Vrijstelling[bewerken]

De inburgeringsplicht geldt niet voor die mensen die gedurende acht jaar van de leerplichtige leeftijd in Nederland wonen of beschikken over bepaalde Nederlandse diploma's, certificaten of opleidingsbewijzen. Zo geldt een vrijstelling voor houders van het Nederlands als tweede taal diploma.

Met de term "oudkomer" worden die allochtonen aangeduid, die al lange tijd in Nederland wonen en een Nederlands paspoort of een verblijfsvergunning hebben. Dit zijn meestal ouderen van boven de zestig jaar. Zij zijn eenmalig uitgezonderd van de inburgeringsplicht. Voor Antilliaanse en Arubaanse Nederlanders blijft voorlopig de bestaande Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN) gelden.

Ook mensen die de z.g. België-route, of met andere woorden de EU-route, hebben gedaan zijn vrijgesteld van de inburgeringsplicht.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

infosite over inburgeren