Incipit
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een incipit (Latijn: het begint) bestaat uit de eerste woorden van een tekst: een manuscript, een gedicht, een lied, een hymne, een gebed of een pauselijke encycliek. Toen titels nog niet in gebruik waren, diende het incipit als identificatie van een tekst.
Dit gebruik vinden we terug bij encyclieken: de eerste woorden dienen als naam. Daartoe worden de eerste woorden zorgvuldig gekozen, opdat een zinvolle naam ontstaat.
Voorbeelden[bewerken]
- Bijbel: 'In den beginne' (Genesis).
- Manuscript: 'Van dichten comt mi cleine bate' (Beatrijs), 'Willem die Madocke maakte' (Van den vos Reynaerde)
- Encycliek: Rerum novarum, Quadragesimo anno (40 jaar later)
- Hymne: Ave Maria, Magnificat, Stabat mater, Tantum ergo
- Gebed: Wees gegroet, Onze Vader
- Gedicht: 'Hebban olla vogala', 'Denkend aan Holland' (Hendrik Marsman), 'Ik ging naar Bommel om de brug te zien' (Martinus Nijhoff), 'Boem paukenslag' (Paul van Ostaijen), 'And did those feet in ancient time' (William Blake)
- Lied: 'In naam van Oranje, doe open de poort' (Abraham Schooleman), 'Een karretje op een zandweg reed' (J.P. Heije), 'Zie, de maan schijnt door de boomen' (J.P. Heije), 'Altijd is Kortjakje ziek', ''O sole mio' (Giovanni Capurro)
- Aria: Nessun dorma
Muziek[bewerken]
In de muziek wordt het begrip in een soortgelijke betekenis gebruikt: de beginmaten van een compositie.