Incorporatie (taalkunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Incorporatie is in de taalkunde het verschijnsel dat een bepaalde vorm van het werkwoord meerdere betekenissen tegelijk uitdrukt, doordat een of meerdere argumenten - vooral zelfstandige naamwoorden - in het werkwoord zelf worden opgenomen. Het werkwoord of de werkwoordsvorm verandert hierdoor in een soort samenstelling.

Incorporatie is niet typerend voor een polysynthetische taal, hoewel het verschijnsel wel met name veel in deze talen voorkomt. Polysynthetisme betreft echter alleen het invoegen van morfemen in allerlei andere woorden en woordvormen. Dit kunnen werkwoorden zijn, maar ook andere woordsoorten.

Voorbeelden[bewerken]

Nederlands[bewerken]

In het hedendaagse Nederlands is het verschijnsel incorporatie niet erg productief. Het werkwoord stof-zuigen lijkt een voorbeeld, maar dit lijkt te zijn ontstaan door middel van retrograde vorming als de samenstelling stofzuiger er al eerder was. Het enige echte voorbeeld van incorporatie in modern Nederlands lijkt het werkwoord bumper-kleven te zijn.

Oneida[bewerken]

Het Mohawk, Oneida, Tsjoektsjisch en Cheyenne zijn voorbeelden van talen met incorporatie. Het volgende voorbeeld toont incorporatie in het Oneida:

waʔkhninú: ne kanaktaʔ
waʔ- k- hninu- ': ne ka- nakt-
VERL. TIJD- 1.SG- kopen- PUNC ne PREF- bed- SUF
"Ik heb een bed gekocht"

De werkwoordsstam hninu wordt gecombineerd met een markeerder die ruwweg de verleden tijd aangeeft. Een andere markeerder geeft de eerste persoon enkelvoud aan, en de markeerder PUNC geeft het perfectief aspect weer. Het lijdend voorwerp (ne kanaktaʔ) staat achter het werkwoord, en de betekenis van het grammaticaal partikel -ne is onduidelijk.

De volgende zin betekent hetzelfde, maar nu met incorporatie van het zelfstandig naamwoord:

waʔkenaktahninú:
waʔ- ke- nakt- a- hninu- ':
FACT- 1.SG- bed- EPEN- kopen- PUNC
"Ik heb een bed gekocht"

De stam met de betekenis "bed" is geïncorporeerd in de werkwoordsvorm en staat nu vóór het werkwoord. Daarnaast is de persoonsmarkeerder k- om puur fonetische reden veranderd in ke-: een voorbeeld van allomorfie. Tenslotte is er om een te lange medeklinkercluster te vermijden een epenthetische a- verschenen tussen de stam van het zelfstandig naamwoord en die van het werkwoord.

Betekenis van incorporatie[bewerken]

Hoewel zinnen met incorporatie strikt genomen hetzelfde betekenen als zinnen zonder incorporatie, is er wel degelijk een verschil in perspectief. Vaak maar niet altijd schept de geïncorporeerde vorm een grotere afstand tot het argument, waardoor de verwijzing een onbepaalder karakter krijgt (zie ook bepaaldheid). Soms worden hierdoor echt nieuwe betekenissen geschapen, zoals in deze twee Japanse zinnen:

  • 目を覚ます me o samasu , "de ogen open doen/ wakker worden".
  • 目覚まし mezamashi, "wekker".

In het Oneida ontstaat geen betekenisverschil door incorporatie.

Transitief / niet-transitief[bewerken]

Door incorporatie van het argument verandert het transitieve werkwoord over het algemeen in een niet-transitief werkwoord en wordt vaak ook als zodanig gemarkeerd. De zin "De man is hout aan het hakken" kan op 2 manieren in het Lakota worden vertaald:

  • wičháša ki čą ki kaksáhe (transitief)
  • wičháša ki čą-kaksáhe (intransitief)

In de tweede zin is het lijdend voorwerp (čą) ingecorporeerd in de werkwoordsvorm die daardoor letterlijk "hout hakken" betekent.