Indische nimmerzat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Indische nimmerzat
IUCN-status: Gevoelig[1] (2012)
Stork.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Ciconiiformes (Ooievaarachtigen)
Familie: Ciconiidae (Ooievaars)
Geslacht: Mycteria
Soort
Mycteria leucocephala
(Pennant, 1769)
PaintedStorkMap.svg
Afbeeldingen Indische nimmerzat op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Indische nimmerzat op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De Indische nimmerzat (Mycteria leucocephala) is een tropische waadvogel uit de familie van de Ooievaars.

Beschrijving[bewerken]

De Indische nimmerzat is een grote, slanke vogel die een lengte kan behalen van 95 tot 100 centimeter. Hij is over het algemeen wit gekleurd, met uitzondering van zijn vleugels en een kleine gedeelte van zijn borst. De vleugels hebben een zwarte kleur met witte markeringen. Een zwarte band met witte markeringen loopt horizontaal over zijn borst. De kleur van zijn onderrug is licht roze, net zoals zijn lange poten. Zijn kop is maar gedeeltelijk bedekt met veren. Zijn gezicht heeft een oranje kleur die overloopt is geel over zijn lange snavel. Deze buigt aan het uiteinde iets omlaag. Het vrouwtje van de Indische nimmerzat is iets kleiner dan het mannetje. De juveniele vogels zijn bruin van kleur als ze uit het ei komen. Pas als deze een jaar of 3 oud zijn, krijgen ze hun volwassen verenkleed. Een volledige volwassen vogel ontstaat pas na 4 jaar. Het geluid van de Indische nimmerzat bestaat uit het klapperen van de snavels, net zoals dat bij andere ooievaars ook voordoet. Ze hebben een zeer goed ontwikkeld zicht en hoor vermogen.

Gedrag en ecologie[bewerken]

De Indische nimmerzat heeft geen gevarieerd dieet. Ze voeden zich het liefst met vis; dit is het hoofdvoedsel. Maar in tijden van schaarste bij de vis, voeden ze zich ook met kikkers en slakken. Het voedsel vangen ze door met hun snavel in het water te steken en voor een gedeelte open te zetten. Hij blijft met zijn hoofd op en neer bewegen totdat hij een prooi voelt of ziet en er naartoe hapt. Het gebied waar de Indische nimmerzat voorkomt zijn vooral zoetwaterplassen en meren, vijvers en overspoelde velden. In al deze gebieden moeten genoeg bomen staan om in te rusten, slapen en vluchten. De Indische nimmerzat komt meestal in grote kolonies voor die dicht bij het water leven.

Voortplanting[bewerken]

De nesten bouwen ze, anders dan andere ooievaars, op de grond naast het water. Een nest bestaat meestal uit 3 tot 5 eieren. De incubatietijd van de eieren ligt tussen de 27 en 32 dagen. Ze broedden vaak samen in de buurt van reigers, aalscholvers, ibissen en lepelaars. Tot zijn 18de maand, kan een juveniele vogel een harde schreeuw maken om zijn ouders te roepen. Na deze maanden verdwijnt het geluid en maakt plaats voor een zachter geluid waarmee hij andere nimmerzatten kan waarschuwen of aantrekken. Beide ouders zorgen voor hun jongen. Het broedseizoen bij de Indische nimmerzat vindt plaats aan het einde van het natte seizoen. Dit is de tijd van het jaar dat de mannetjes hun baltsgedrag vertonen om de vrouwtjes te lokken.

Verspreiding[bewerken]

De Indische nimmerzat leeft op het Aziatische continent. Zijn gebied loopt van India en Sri Lanka tot aan Zuidoost-Azië.

Bronnen, noten en/of referenties