Inductiekookplaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een inductiekookplaat
De binnenkant van een inductiekookplaat

Een inductiekookplaat is een type kookplaat dat gebruikmaakt van het principe van inductieverhitting. Voor het inductiekoken zijn speciale inductiepannen nodig. Sommige gewone pannen kunnen ook gebruikt worden als er in de panbodem magnetiseerbaar materiaal is verwerkt.

In een inductiekookplaat zijn elektrische spoelen geplaatst. Deze genereren onder de pan een magnetisch veld dat met een frequentie van tussen de 25 en 100 kilohertz. Hierdoor gaat een elektrische wervelstroom door de panbodem lopen die door de weerstand van de bodem wordt omgezet in hitte. Bovendien wordt warmte opgewekt door magnetische hysterese. Doordat de pan rechtstreeks verhit wordt gaat weinig energie verloren. Dit is anders dan bij bijvoorbeeld een gasfornuis waarbij de warmtebron zich onder de pan bevindt waardoor ook de omgeving van de pan verwarmd wordt.

Inductiekoken staat bekend als veilig. De pan wordt weliswaar heet en daardoor ook de kookplaat, maar na verwijdering van de pan koelt die vrij snel weer af. Een waarschuwingssymbool in de vorm van een H verschijnt na het verwijderen van de pan net zolang tot de kookplaat afgekoeld is. De meeste inductiekookplaten detecteren of er ook daadwerkelijk een pan boven de spoel staat. Dit doen ze door te meten of er voldoende energie wordt opgenomen. Wanneer dit niet meer het geval is, dan wordt er niets verhit en schakelt het apparaat zichzelf uit. De meeste inductiekookplaten zijn afgedekt met een hittebestendige glas-keramieke plaat waar vuil zich slecht aan hecht.

Het eerste octrooi voor een inductiekookplaat werd al toegekend in 1907 in het Verenigd Koninkrijk. Toch zou het tot de jaren 70 duren voordat de inductiekookplaat daadwerkelijk op de markt verscheen. Toen was dat octrooi uiteraard al verlopen.