Inferentie (statistiek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In de statistiek duidt het begrip inferentie op het generaliseren van waarnemingen, kenmerken, eigenschappen uit steekproeven naar de gehele populatie. Doorgaans wordt dit gekoppeld met een uitspraak over de statistische onzekerheid Een voorbeeld: uit de resultaten van een willekeurige steekproef (1000 onderzochte personen) blijkt dat 14% van de ondervraagden werkloos is. Mogelijke inferenties zijn dan:

  • Puntschatter: 14% van de populatie is werkloos
  • Betrouwbaarheidsinterval: met 95% zekerheid valt te stellen dat in de populatie het werkloosheidspercentage tussen de 11,8% en 14,2% ligt
  • Een uitspraak over een statistische hypothese: de hypothese H dat 10% van de bevolking werkloos is (met rechtseenzijdig alternatief), wordt verworpen.

Inferenties in andere vormen, zoals een verdelingsuitspraak, een credibiliteitsinterval, of een classificatie zijn ook mogelijk.