Initiatiefwet
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een initiatiefwet is in het Nederlandse parlementaire stelsel een wet waarvan het ontwerp door een lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal is gemaakt en ingediend, op basis van het recht van initiatief (het recht om wetsvoorstellen in te dienen) dat de Tweede Kamerleden hebben.
Het aantal initiatiefwetsvoorstellen bedroeg tussen 1970 en 2000 175, waarvan er 63 wet zijn geworden. Tussen 1945 en 1970 waren deze getallen resp. 16 en 3.
Initiatiefwetsvoorstellen kunnen zijn aangenomen, verworpen of ingetrokken, of nog actief in behandeling zijn, maar het komt ook vrij vaak voor dat ze een slapend bestaan leiden.[1]
Voorbeelden [bewerken]
Bekende initiatiefwetten zijn:
- initiatiefwet-Hillen: afbouw van het eigenwoningforfait bij hypotheekaflossing (wet Hillen)
- initiatiefwet-Vendrik/Verburg: openbaarheid topinkomens (wet-Harrewijn)
- initiatiefwet-Dittrich: spreekrecht nabestaanden in rechtszaken
- initiatiefwet-Van de Camp: bestrijding wapengeweld
- initiatiefwet-Van Heemst/Vos: sluiting drugspanden
- initiatiefwet-Duivesteijn: bijdrage aan lagere inkomens voor eigen woning
- initiatiefwet-Van Boxtel: afschaffing verplichte aanstellingskeuring
- initiatiefwet-Vermeend/Moor: bevordering werkgelegenheid langdurig werklozen
- initiatiefwet-Roethof/Haas-Berger: hulp aan weggelopen minderjarigen
- initiatiefwet-Van der Doef/De Beer: periodieke autokeuring
- initiatiefwet-Geurtsen/Van Schaik: legalisering casino's
- initiatiefwetsvoorstel-Waalkens: strafbaarstelling van het plegen van ontuchtige handelingen met dieren en pornografie met dieren
| Bronnen, noten en/of referenties |