Inkomenselasticiteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De inkomenselasticiteit van de vraag meet de mate, (de elasticiteit), waarin de vraag naar een bepaald goed verandert, als het inkomen van de vragende partij verandert. De elasticiteit wordt berekend als de ratio van de percentuele verandering in de vraag en de percentuele verandering in het inkomen. De inkomenselasticiteit is bijvoorbeeld gelijk aan twee, wanneer een 10% stijging van het inkomen leidt tot een 20% hogere vraag.

Interpretatie[bewerken]

De vraag naar inferieure goederen daalt, wanneer het consumenten-inkomen stijgt.

Een negatieve inkomenselasticiteit van de vraag wordt geassocieerd met inferieur goederen; een stijging van het besteedbaar inkomen zal leiden tot een daling in de gevraagde hoeveelheid en kan leiden tot substitutie door andere, meer luxe goederen.

Een positieve inkomenselasticiteit of wordt geassocieerd met primaire goederen en een stijging van het besteedbaar inkomen zal leiden tot een stijging van de gevraagde hoeveelheid van dat goed. Als de inkomenselasticiteit van de vraag naar een goed kleiner is dan 1, spreken we van noodzakelijke goederen. Als de inkomenselasticiteit van de vraag naar een goed groter is dan 1, spreken we van luxe goederen.

Een inkomenselasticiteit van nul, ook wel inelastische vraag genoemd, treedt op wanneer een inkomenstijging niet tot veranderingen in de gevraagde hoeveelheid leidt. De prijzen zullen dan natuurlijk ook niet veranderen. Men spreekt in dit geval van “sticky prices”, dat wil zeggen dat de prijzen zich niet of slechts traag aanpassen, wanneer de economische omgeving verandert.

Wiskundige definitie[bewerken]

Meer formeel wordt de inkomenselasticiteit van de vraag gegeven door,

\, \epsilon_d,

voor een gegeven Marshalliaanse vraagfunctie

 Q(I,\vec{P})

voor een goed

\epsilon_d = \frac{\partial Q}{\partial I}\frac{I}{Q}

of anders:

\epsilon_d={Y_1 + Y_2 \over Q_1 + Q_2}\times{\Delta Q \over \Delta Y}

Met inkomen I , en prijzenvector \vec{P}.

Vele normale goederen hebben een inkomenselasticiteit van de vraag die tussen nul en één ligt: de uitgaven voor deze goederen zullen meestal stijgen, wanneer het besteedbaar inkomen toeneemt, maar niet zo snel als het inkomen zelf, zodat de uitgaven voor deze goederen verhoudingsgewijs dalen als het besteedbaar inkomen stijgt. Voor voedsel staat dit proces bekend als de wet van Engel.

Zie ook[bewerken]