Innokenti Annenski

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Innokenti Annenski rond 1885

Innokenti Fjodorovitsj Annenski (Russisch: Иннокентий Фёдорович Анненский) (Omsk, 1 september 1855Sint-Petersburg, 13 december 1909) was een Russisch schrijver, dichter, vertaler en criticus. Hij werd gezien als een voorloper van het Russisch symbolisme en het acmeïsme.

Leven en werk[bewerken]

Annenski werd geboren als zoon van een hoge ambtenaar en een moeder die volgens de overlevering van Hannibal zou afstammen. Hij verloor zijn ouders echter al op jonge leeftijd en werd opgevoed door een oom Nikolaj, een vooraanstaand criticus en politiek activist. In 1879 studeerde Annenski af als filoloog aan de Universiteit van Sint-Petersburg, om vervolgens leraar klassieke talen en Russische literatuur te worden in Tsarskoje Selo (waar Anna Achmatova een van zijn leerlingen was).

Annenski begon al vroeg met het schrijven van verzen, maar publiceerde pas vanaf 1901. Zijn werken verwierven al snel enige bekendheid, niet alleen zijn dichtbundel Stille liederen uit 1904, gepubliceerd onder de naam Nik. T-o (Niemand), maar ook een aantal neo-classicistische tragedies (Melanippa Filosof, Tsar Ixion en Laodamia, uit respectievelijk 1902, 1904 en 1906). In 1906 verscheen een bundel literaire essays (Bespiegelingen, over Gogol, Lermontov, Gontsjarov en de door hem bewonderde Dostojevski), welke van grote invloed werd op de beweging van het Russisch symbolisme alsook het acmeïsme. Jonge dichters als Aleksandr Blok, Nikolaj Goemiljov en Valeri Brjoesov prezen zijn gedichten al vroeg. De beste kenmerkten zich door een zekere obscuriteit en subtiele associaties met halfvergeten herinneringen, waaronder zijn reisindrukken per spoor. Onmiddellijk na zijn dood in 1909 werd zijn bekendste dichtbundel Het cypressehouten kistje gepubliceerd. Annenski's grootste populariteit ontstond pas hierna, tussen 1910 en 1920, vanwege zijn verzen en vanwege zijn geroemde vertalingen van Franse symbolisten als Baudelaire, Rimbaud en Verlaine.

Annenski stierf in 1909 aan een hartaanval op het Tsarskoe Selo-station te Sint-Petersburg. Zijn dood werd geassocieerd met complexe familiaire problemen. Veel van Annenski's verzen waren opgedragen aan zijn schoondochter, voor wie hij een heftige maar onbeantwoorde liefde koesterde.

Gedicht (fragment)[bewerken]

Annenski rond 1900
En nu dat ik opnieuw aan je denk,
Aan de bruid tussen bloeiende struiken,
Doemen achter het roestige hek,
De hermetisch vergrendelde luiken.
Ieder langzaam neerdwarrelend woord,
Wit als bloesem, fragiel, onweerstaanbaar,
Klinkt voor mij als een droevig akkoord,
Maar slechts één heb ik lief - onbestaanbaar.

(vertaling Peter Zeeman)

Trivia[bewerken]

  • In 1979 werd een nieuwe, kleine, door de Sovjet-astrologe Ljoedmilla Zjoeraljova ontdekte planeet naar hem vernoemd: 3724 Annenski.
  • Annenski is voor het Nederlandse taalgebied voor zover bekend ontdekt door Wilfred Smit[1]. De vertaalde gedichten ' Twee liefdes' en ' Ik op de bodem' zijn opgenomen in zijn Verzameld werk.

Literatuur en bronnen[bewerken]

Publicaties in Nederlandse vertaling[bewerken]

  • I. Annenski (vertaling: K. Verheul): Stalen krekel, zeventien gedichten uit het cipressehouten kistje. (Tweetalig). Amsterdam, 1987. ISBN 90-214-5095-x.

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Zie nawoord Kees Verheul in: I. Annenski, Stalen Krekel, Amsterdam, 1987, p. 47