Interferon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Interferonen (IFN) zijn natuurlijke eiwitten (glycoproteïnen) die in de cellen van het immuunsysteem van de meeste gewervelde dieren, en dus ook van de mens, worden afgescheiden na contact met virussen, bacteriën of schimmels. Ze spelen een belangrijke rol bij de werking van het immuunsysteem. Interferonen behoren tot de groep cytokinen. De effecten van interferon tegen virussen werden voor het eerst ontdekt in 1975. Ze worden dan ook interferonen genoemd omdat ze interfereren met de virale replicatie. Er zijn ongeveer 20 verschillende soorten interferon die in het menselijk lichaam voorkomen. Deze verschillende soorten interferon zijn belangrijk bij het controleren en verwijderen van acute en chronische infecties. Als geneesmiddel wordt interferon gemaakt met recombinant-DNA technieken. Het is onder andere werkzaam bij reumatoïde artritis en chronische hepatitis B en hepatitis C.

Soorten[bewerken]

Er worden meerdere types interferonen onderscheiden:

Type I:

Type II:

Type III:

IFN-α en IFN-β[bewerken]

Alfa- en bèta-interferonen zijn type I interferonen die geproduceerd worden na een virale infectie. Ze zullen dus zorgen voor een afweer tegen toekomstige virale infecties. Ze hebben bovendien een antitumorale werking, doordat ze celgroei afremmen en Natural Killer-cellen gaan stimuleren. De celtypes die gevoelig zijn voor type I interferon zijn onder andere macrofagen, dendritische cellen, lymfocyten, hepatocyten (levercel), adipocyten (vetcel), neuronen en endotheelcellen.[1] Terwijl er bij mensen van één gen ook één subtype IFN-β kan worden geproduceerd, zijn er voor IFN-α maar liefst 13 functionele genen die meer dan 22 subtypes IFN-α opleveren. [2]

IFN-γ[bewerken]

Gamma-interferonen (ook wel type II) worden geproduceerd door T-lymfocyten, en worden ook immuun-interferonen genoemd. Ze reguleren de immuunprocessen in het lichaam door stimulatie of remming van bepaalde stoffen afhankelijk van de omstandigheden en activeren de macrofagen.

IFN-δ[bewerken]

Delta-inferferonen, voor het eerst beschreven in 1993, komen voor bij verschillende zoogdieren, maar zijn tot nu toe nog niet beschreven bij mensen. IFN-δ vertoont grote overeenkomst met IFN-ζ/limitin en komt gelijk met IFN-τ tot expressie in de blastocyste.[3]

IFN-ζ (limitin)[bewerken]

Als type I interferon hebben zèta-interferonen, ook bekend als limitin, een werking die sterk lijkt op die van IFN-α. Naast anti-virale en anti-tumorale effecten heeft IFN-ζlimitin echter een veel mildere suppressieve activiteit op lymfoide en myeloide hematopoëse.[4]

IFN-λ[bewerken]

De lambda-interferon familie is onderdeel van de nieuwe klasse type III interferon. Structureel lijken IFN-λ1 (ook interleukine-29), IFN-λ2 (IL-28A), and IFN-λ3 (IL-28B) op IFN-γ, maar hebben functioneel meer gemeen met IFN-α/β. Dit laatste komt doordat zij dezelfde signaaltransductieroutes activeren, de receptor is echter een andere. Hierdoor activeert IFN-λ bijvoorbeeld geen macrofagen.[1] Momenteel wordt onderzocht of IFN-λ bruikbaar is voor behandeling van onder andere chronische hepatitis C infectie.[5]

IFN-τ[bewerken]

Voorkomt afbraak zwangerschap in het rund en het schaap. Het blastocyste-embryo geeft IFN-τ af, zodat oxytocinereceptoren in het endometrium worden geblokkeerd. Door deze blokkering wordt er minder PGF2α wordt afgegeven door het endometrium. Er wordt hier dus mee voorkomen, dat het corpus luteum in regressie gaat in het ovarium.

IFN-ω[bewerken]

De aminozuursequentie van omega-interferon komt voor 75% overeen met die van IFN-α. Voor zover bekend bindt IFN-ω aan dezelfde receptor als IFN-α en IFN-β.[2] Momenteel wordt onderzocht of IFN-ω bruikbaar is voor behandeling van onder andere chronische hepatitis C infectie.[5] IFN-ω wordt op dit moment al bij infecties met Felien immunodeficiëntievirus (FIV; 'kattenaids') en felien leukemievirus (FeLV) toegepast.[6]


Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Lasfar A, Abushahba W, Balan M, Cohen-Solal KA (2011). Interferon lambda: a new sword in cancer immunotherapy. Clin Dev Immunol. 2011: 349575 . PMID:22190970.
  2. a b Bekisz J, Schmeisser H, Hernandez J, Goldman ND, Zoon KC (2004). Human interferons alpha, beta and omega. Growth Factors. 22: 243-51 . PMID:15621727.
  3. Cochet M, Vaiman D, Lefèvre F (2009). Novel interferon delta genes in mammals: cloning of one gene from the sheep, two genes expressed by the horse conceptus and discovery of related sequences in several taxa by genomic database screening. Gene. 433: 88-99 . PMID:19110041.
  4. Oritani K, Kanakura Y (2005). IFN-zeta/ limitin: a member of type I IFN with mild lympho-myelosuppression. J Cell Mol Med. 9: 244-54 . PMID:15963247.
  5. a b Vezali E, Aghemo A, Colombo M (2011). Interferon in the treatment of chronic hepatitis C: a drug caught between past and future. Expert Opin Biol Ther. 11: 301-13 . PMID:21250869.
  6. Doménech A, Miró G, Collado VM, Ballesteros N, Sanjosé L, Escolar E, Martin S, Gomez-Lucia E (2011). Use of recombinant interferon omega in feline retrovirosis: from theory to practice. Vet Immunol Immunopathol 143: 301-6 . PMID:21719116.