Internationaal Monetair Fonds

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lidstaten van het IMF

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is een organisatie voor monetaire zaken. Ze werd samen met de Wereldbank in 1944 met het systeem van Bretton Woods opgericht in het kader van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, en werd in december 1945 voor het eerst officieel in werking gesteld door 29 nationale regeringen. Het is een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties.

Anno 2012 heeft het IMF 188 lidstaten. Het heeft 107 miljard dollar in leningen uitstaan aan 87 landen.

Doelstellingen[bewerken]

Het IMF richt zich op:

  1. het promoten van monetaire samenwerking en stabiliteit.
  2. het bewaken van economische groei, wisselkoerssysteem, werkgelegenheid, ... (via jaarlijkse consultaties en rapporten).
  3. tijdelijke financiële hulp aan landen om tekorten op de betalingsbalans te corrigeren. Zo hebben de betrokken landen de nodige tijd om binnenlandse maatregelen uit te voeren.


De belangrijkste doelstellingen van het IMF zijn: het bevorderen van wisselkoersstabiliteit en een vrij internationaal betalingsverkeer, het voorzien in de behoefte aan internationale liquiditeiten en het verlenen van financiële steun aan leden die problemen hebben met hun betalingsbalans.

Middelen[bewerken]

  • De grootste bron van middelen zijn hun eigen middelen: het eigen kapitaal van de instelling. De lidstaten moeten 'lidgeld' (quota) betalen bij de toetreding tot het IMF. Bij de vaststelling van de quota wordt er rekening gehouden met het BBP, de transacties op de lopende rekeningen en met hun reservepolitiek. Om de vijf jaar worden de quota's herbekeken en eventueel aangepast.De lidstaten mogen 75% van hun quotum in hun eigen nationale valuta storten, ten minste 25% moet in internationaal aanvaarde valuta's worden betaald.
  • Hoe hoger de quota, hoe meer stemrecht een lidstaat krijgt. Dit maakt dat de stemmingsmacht van de verschillende lidstaten zeer ongelijk verdeeld is.
  • Het IMF kan ook leningen aangaan bij zowel private als bij officiële instellingen.

Het IMF leent geld uit aan lidstaten die met betalingsproblemen te kampen hebben: als een land er niet in slaagt om voldoende buitenlands geld te verdienen door de uitvoer van goederen of diensten om alles te kunnen betalen wat het importeert, kan het een beroep doen op het IMF. In ruil daarvoor moeten landen die deviezen lenen, instemmen met een pakket van economische hervormingen die tot doel hebben om op de lange duur tot een evenwichtige betalingsbalans te komen. Deze economische hervormingen bestaan voornamelijk uit: verhogingen van de belastingen, verlagen van de overheidsuitgaven, privatiseren van staatsbedrijven en dereguleren. Door de betalingsbalansproblemen op te lossen verminderen de wisselkoersschommelingen en wordt het internationale betalingsverkeer gemakkelijker. Het IMF gelooft dat vrijere wereldhandel en een betere integratie van landen in de wereldeconomie leidt tot minder betalingsbalansproblemen.

Vertoont de betalingsbalans van een lidstaat een tijdelijk tekort, dan kan het valuta's lenen van het IMF in ruil voor de eigen valuta. Dat is "op het IMF trekken". Het recht op deze bevoegdheid heet trekkingsrecht. Trekkingsrechten kunnen onvoorwaardelijk en voorwaardelijk zijn. Zonder dat het IMF daar voorwaarden aan koppelt, mogen de landen die aangesloten zijn en een tekort hebben aan deviezen, 25% van het door henzelf gestorte quotum opnemen in deviezen. Men zegt dan dat er getrokken wordt in de reservetranche. De reservetranche stijgt wanneer andere landen de valuta van het lid bij het IMF aankopen. Als een land nog meer moet lenen, wordt getrokken in de krediettranche. Deze trekkingsrechten zijn voorwaardelijk, omdat het IMF aan het betrokken land eisen stelt m.b.t. het te voeren economisch beleid, om zodoende de betalingsbalansproblemen op te lossen. Een lid dat op het IMF trekt, moet binnen de 3 à 5 jaar zijn eigen valuta terugkopen. Er geldt dus een terugkoopverplichting, het geleende bedrag moet afgelost worden.

SDR's[bewerken]

Naast de onvoorwaardelijke en de voorwaardelijke trekkingsrechten bestaan er ook nog special drawing rights. Het zijn door het IMF toegekende onvoorwaardelijke rechten aan centrale banken op het verkrijgen van deviezen. Het IMF kan een lidstaat aanwijzen om valuta te leveren aan een land met betalingsbalansproblemen in ruil voor SDR's die het land bezit en heeft gekregen van het IMF. In tegenstelling tot de onvoorwaardelijke en de voorwaardelijke trekkingsrechten is er geen terugbetalingsverplichting.

Leiding[bewerken]

Aan het hoofd van het IMF staat een directeur. Naar traditie is dit altijd een Europeaan, terwijl aan het hoofd van de Wereldbank altijd een Amerikaan staat. Sinds oprichting waren de volgende mensen directeur van het IMF:

Benelux[bewerken]

Vanaf 1 november 2012 vormen België, Nederland en Luxemburg een kiesgroep binnen het dagelijks bestuur van IMF (executive board), waarbij Nederland en België afwisselend om de vier jaar de bewindvoerder c.q. de plaatsvervangend bewindvoerder leveren. De Benelux-kiesgroep vertegenwoordigt ook nog een groot aantal voornamelijk Oost-Europese landen maar ook landen zoals Israël en Cyprus. Het stemquotum van de nieuwe kiesgroep bedraagt 6,5%. Dit quotum is na dat van de Verenigde Staten, China en Japan in grootte het vierde belangrijkste in het IMF-bestuur. Tevens is afgesproken dat België en Nederland op ministerieel niveau jaarlijks rouleren in de vergaderingen van het Internationaal Monetair en Financieel Comité, het politieke beleidsorgaan van het IMF.

Kritiek[bewerken]

Verschillende groeperingen hebben kritiek op het IMF. Zo beweert men dat het IMF geen problemen heeft met dictators en schendingen van mensenrechten, het arbeidsrecht en milieuwetgeving zolang dit economische voordelen voor het Westen sorteert. Ook wordt beweerd dat het IMF te veel een liberale, open markteconomie voorstaat, waardoor sommige arme landen alleen verder in de schulden worden geholpen. Volgens de econoom Joseph Stiglitz leiden de eisen tot herstructurering die het IMF aan zijn leningen verbindt wel tot bestrijding van inflatie, maar is dit beleid slecht voor economische groei en werkgelegenheid.

Vanuit libertarische hoek is er ongeveer dezelfde kritiek op de organisatie. Zij beweren echter dat het IMF onder het mom van pro-vrije markt juist de vrije markt verstoort met zijn opgelegde regelgeving en het belonen van inefficiënt gedrag, waardoor het land alleen nog maar meer in de problemen komt. Het IMF is structureel tegenstander van belastingverlagingen, en adviseert zijn klanten juist altijd belastingverhogingen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Op de website van het IMF worden regelmatig researchrapporten gepubliceerd, waaronder de halfjaarlijkse World Economic Outlook (april en oktober).