Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee
| Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee | ||||
| Verkeersscheidingsstelsels hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de afname van het aantal aanvaringen | ||||
| Ondertekend | 20 oktober 1972 in Londen | |||
| In werking getreden | 15 juli 1977 | |||
|
||||
| IMO-verdragen | ||||
|
Algemeen |
||||
|
||||
De Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaring op zee, BVA (International Regulations for Preventing Collisions at Sea, COLREGs) zijn de internationale verkeersregels op zee. In deze regels zijn onder andere de onderlinge uitwijkregels tussen schepen vastgelegd. De bepalingen zijn opgesteld door de Internationale Maritieme Organisatie in 1972. De bepalingen bestaan uit 38 voorschriften verdeeld over zes delen.
Inhoud |
Deel A; Algemeen [bewerken]
Deel A beslaat de voorschriften 1 t/m 3. Deel A behandelt op welke schepen en vaartuigen en op welke wateren het BVA van toepassing is, wie er verantwoordelijkheid draagt met betrekking tot het aan de regels houden en een begripsomschrijving.
Deel B; Uitwijken [bewerken]
Afdeling I; Gedrag van schepen in zicht van elkaar [bewerken]
Afdeling I beslaat de voorschriften 4 t/m 10. In deze voorschriften wordt beschreven wanneer deze regels van toepassing zijn, hoe er uitkijk gehouden moet worden, wat veilig varen inhoud, wanneer er gevaar voor aanvaring is, welke maatregelen er genomen kunnen worden om een aanvaring te voorkomen, wat nauwevaarwateren zijn en wat een verkeersscheidingsstelsel is.
Afdeling II; Gedrag van schepen bij elk zicht [bewerken]
Afdeling II beslaat de voorschriften 11 t/m 18. In deze voorschriften wordt beschreven hoe schepen moeten uitwijken bij bepaalde manieren van elkaar naderen en welke scheepstypen voorrang hebben op een ander.
Afdeling III; Gedrag van schepen bij beperkt zicht [bewerken]
Afdeling III beslaat alleen voorschrift 19. In dit voorschrift wordt uitgelegd hoe schepen zich moeten gedragen bij beperkt zicht.
Deel C; Lichten en Dagmerken [bewerken]
Deel C beslaat de voorschriften 20 t/m 31. In deze voorschriften wordt beschreven welk type schip welk soort lichten of dagmerken moet voeren en bij welke omstandigheden deze gevoerd moeten worden.
Deel D; Geluids- en Lichtseinen [bewerken]
Deel D beslaat de voorschriften 32 t/m 37. In deze voorschriften wordt beschreven wat voor geluids- en lichtseinen er zijn en wanneer en hoe deze gebruikt dienen te worden.
Deel E; Vrijstellingen [bewerken]
Deel E beslaat alleen voorschrift 38. In dit voorschrift wordt verteld welke schepen niet aan deze regels hoeven te voldoen en wat voor schepen uitzonderingsgevallen zijn.
Aanhangsels [bewerken]
De aanhangsels bestaan uit vier delen, I t/m IV, in deze vier delen wordt beschreven wat de technische eisen zijn omtrent lichten (nood)seinen en dagmerken, waar deze geplaatst dienen te worden. ook staan in de aanhangesels aanvullende eisen voor visserschepen in elkaars nabijheid.
Zie ook [bewerken]
Binnenvaartpolitiereglement voor de regelgeving op Nederlandse binnenwateren