Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee
Verkeersscheidingsstelsels hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de afname van het aantal aanvaringen
Verkeersscheidingsstelsels hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de afname van het aantal aanvaringen
Ondertekend 20 oktober 1972 in Londen
In werking getreden 15 juli 1977
Portaal  Portaalicoon   Politiek
IMO-verdragen

Algemeen
IMO CONVENTION
Veiligheid
SOLAS · STCW · COLREG · LL · SAR · SUA · CSC · IMSO C · SFV · STCW-F · STP
Milieu
MARPOL · INTERVENTION · LC · OPRC · AFS · BWM · SRC
Aansprakelijkheid en compensatie
CLC · FUND · NUCLEAR · PAL · LLMC · HNS · BUNKER · WRC
Overige
TMC · FAL · SALVAGE

Portaal  Portaalicoon   Maritiem

De Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaring op zee, BVA (International Regulations for Preventing Collisions at Sea, COLREGs) zijn de internationale verkeersregels op zee. In deze regels zijn onder andere de onderlinge uitwijkregels tussen schepen vastgelegd. De bepalingen zijn opgesteld door de Internationale Maritieme Organisatie in 1972. De bepalingen bestaan uit 38 voorschriften verdeeld over zes delen.

Deel A; Algemeen[bewerken]

Deel A beslaat de voorschriften 1 t/m 3. Deel A behandelt op welke schepen en vaartuigen en op welke wateren het BVA van toepassing is, wie er verantwoordelijkheid draagt met betrekking tot het aan de regels houden en een begripsomschrijving. VOORSCHRIFT 1
Toepassing
a. Deze voorschriften zijn van toepassing op alle vaartuigen in volle zee en op alle wateren die daarmee in verbinding staan en bevaarbaar zijn voor zeegaande vaartuigen.
b. Niets in deze voorschriften verzet zich tegen het toepassen van bijzondere voorschriften uitgevaardigd door een bevoegde instantie voor reden, havens, rivieren, meren of binnenwateren, die in verbinding staan met de volle zee en bevaarbaar zijn voor zeegaande vaartuigen. Zulke bijzondere voorschriften dienen zoveel mogelijk overeen te stemmen met deze voorschriften.
c. Niets in deze voorschriften verzet zich tegen het toepassen van bijzondere voorschriften uitgevaardigd door de regering van een staat met betrekking tot aanvullende positie- of seinlichten, dagmerken of fluitseinen voor oorlogsschepen en voor schepen in konvooi of met betrekking tot aanvullende positie- of seinlichten of dagmerken voor schepen bezig met de uitoefening van de visserij in vlootverband. Deze aanvullende positie- of seinlichten, dagmerken of fluitseinen zullen voor zover mogelijk zodanig zijn, dat zij niet kunnen worden gehouden voor enig licht, dagmerk of sein, elders in deze voorschriften voorgeschreven.
d. Door de IMO organisatie kunnen verkeersscheidingsstelsels worden aangenomen, waarop deze voorschriften van toepassing zijn.
e. Indien de betrokken regering van mening is dat een vaartuig van bijzondere constructie of bestemd voor bijzondere opdrachten, met betrekking tot het aantal, de plaats en de zichtbaarheid van lichten of dagmerken alsook de boog waarover de lichten dienen te schijnen, alsook met betrekking tot de plaatsing en kenmerken van apparaten voor geluidsseinen, niet volledig kan voldoen aan de bepalingen van één of meer van deze voorschriften, dient zulk een vaartuig met betrekking tot het aantal, de plaats en de zichtbaarheid van lichten of dagmerken, zomede de boog waarover de lichten dienen te schijnen, alsook ten aanzien van de plaatsing en kenmerken van apparaten voor geluidsseinen, te voldoen aan zodanige andere bepalingen als naar oordeel van de regering voor dat vaartuig het meest met deze voorschriften overeenkomen.
VOORSCHRIFT 2
Verantwoordelijkheid
De regel van de advocaat
De bedoeling van deze regel is dat diegene die deze reglementen moet toepassen er zich bewust van moet zijn dat hij zich niet moet blind staren op wat er exact in de reglementen is omschreven in een bepaalde situatie. Het betreft hier niet alleen een nalatigheid in de naleving van deze voorschriften. Er wordt eveneens rekening gehouden dat elke voorzorgsmaatregel moet genomen worden volgens het gewone zeemansgebruik. Kortom: hier wil men vooral zeggen "gebruik uw gezond verstand met het reglement indachtig"HET GOEDE ZEEMANSCHAP. Dit zal verder zijn effect hebben op het beoordelen van die fameuze bijzondere omstandigheid waarin het vaartuig zich kan bevinden. Dit is een voorafgaandelijke waarschuwing van de wetgever aan de reder, kapitein, enz... voor eventuele discussies die later zouden kunnen ontstaan als gevolg van een voorval.
Afwijken van de voorschriften moet mogelijk zijn met het goede zeemanschap in het achterhoofd.
VOORSCHRIFT 3 Algemene begripsomschrijving
De meeste gebruikte uitdrukkingen die welbepaalde begrippen moeten vormen:
een vaartuig, een WVV, een zeilvaartuig, vaartuig bezig met de uitoefening van de zeevisserij, watervliegtuig, onmanoeuvreerbaar vaartuig, beperkt manoeuvreerbaar, varende, in zicht van elkaar, beperkt zicht.

Deel B; Uitwijken[bewerken]

Afdeling I; Gedrag van vaartuigen bij elk soort zicht[bewerken]

Afdeling I beslaat de voorschriften 4 t/m 10. In deze voorschriften wordt beschreven wanneer deze regels van toepassing zijn, hoe er uitkijk gehouden moet worden, wat veilig varen inhoudt, wanneer er gevaar voor aanvaring is, welke maatregelen er genomen kunnen worden om een aanvaring te voorkomen, wat nauwe vaarwateren zijn en wat een verkeersscheidingsstelsel is.
VOORSCHRIFT 4
De voorschriften in deze afdeling zijn van toepassing bij elk soort zicht. In dit voorschrift wordt bepaald dat: om het even welk soort zicht er heerst, de voorschriften 5, 6, 7, 8, 9, 10 altijd van toepassing zijn.
VOORSCHRIFT 5
UITKIJK:elk vaartuig dient te allen tijde goede uitkijk te houden door te kijken en te luisteren alsook door gebruik te maken van alle beschikbare middelen die in de heersende omstandigheden en toestanden passend zijn ten einde een volledige beoordeling van de situatie en van het gevaart voor aanvaring te kunnen maken.
VOORSCHRIFT 6 Veilige vaart
Elk vaartuig dient te allen tijde een veilige vaart aan te houden zodat het juiste en doeltreffende maatregelen kan nemen ter vermijding van aanvaring en kan worden gestopt binnen een aan de heersende omstandigheden en toestanden aangepaste afstand.
Bij de bepaling van een veilige vaart dient onder meer rekening te worden gehouden met de volgende factoren:
a. door alle vaartuigen: de zichtbaarheid, de verkeersdichtheid, de manoeuvreerbaarheid van het vaartuig, 's nachts de aanwezigheid van achtergrondlicht, de toestand van de wind, de diepgang ten opzichte van de beschikbare waterdiepte.
b. Bovendien,door vaartuigen met een goedwerkende radar.
radarinstellingen controleren.
VOORSCHRIFT 7 Gevaar voor aanvaring
a. Elk vaartuig dient alle beschikbare middelen te gebruiken passend in de heersende omstandigheden en toestanden, om te bepalen of er gevaar voor aanvaring bestaat. In geval van twijfel wordt een zodanig gevaar geacht te bestaan.
VOORSCHRIFT 8 Maatregelen ter vermijding van aanvaring.
Doelmatig en ruim op tijd maatregelen nemen:
Deze uitwijking moet visueel goed zichtbaar zijn met het blote oog of op radarbeeld, indien daarvoor genoeg ruimte is, dit moet vermijden dat tijdens het kruisen van elkaar de vaartuigen niet gehinderd worden door elkaar, veilige afstand onder elkaar. Indien nodig vaart minderen om tijd te winnen, stoppen of achteruitslaan.
Veel voorkomende manoeuvre in drukbevaren plaatsen zoals de Dover strait is mikken op het hek van het andere vaartuig. In dichte mist kan dat niet mits dit sturen een raar zicht geeft aan de tegenligger die tot de kruiskoers het gevoel heeft van rammen (aanvaring). Dit is een common practice voor ferry schepen. Uit angstzweet dat bij hem uitbreekt kan hij heel raar reageren soms en dat kan in een aanvaring ontaarden.
Voorang moet soms verleend worden: bepaalde vaartuigen mogen niet belemmerd worden maar in geval het toch zo is moet hij maatregelen ondernemen.
VOORSCHRIFT 9 Nauwe vaarwateren en vaargeul
Een vaartuig dat de richting van een nauw vaarwater volgt dient de buitenzijde van het vaarwater aan zijn stuurboordzijde te houden, zo dicht als veilig en uitvoerbaar is.
Een vaartuig met een lengte van minder dan 20 meter of een zeilvaartuig mag de doorvaart van een vaartuig dat slechts in het nauwe vaarwater of de vaargeul veilig kan varen niet belemmeren.
Stuurboordwal aanhouden zover dit veilig en uitvoerbaar is.
Ten anker gaan vermijden
Wanneer de doorvaart aan stuurboordzijde niet mogelijk is door ankerliggers of zo, wanneer men zich naar een ander vaarwater moet begeven en dat men kleiner is dan 20 meter of een zeilvaartuig is, mag men geen manoeuvre uitvoeren die voorranggebruikers van de vaargeul belemmeren.

Geluidsseinen kunnen dan uitgegeven worden: namelijk ten minste 5 korte stoten op de scheepshoorn.
Oplopen: het oplopend vaartuig moet zijn intenties bekendmaken door een geluidssein uit te geven: twee lange gevolgd door een korte stoot ik ben van plan u op te lopen aan uw stuurboordzijde, ofwel twee lange gevolgd door twee korte stoten hetzelfde maar aan bakboordzijde. Akkoord wordt gegeven door lang, kort, lang, kort sein te geven.
In geval van twijfel:vijf korte stoten uitgeven.
Melden van aankomst bij een onoverzichtelijke bocht of werkzaamheden met een lange stoot is steeds goed.
VOORSCHRIFT 10 Verkeersscheidingsstelsels

Afdeling II; Gedrag van vaartuigen die in zicht van elkaar zijn[bewerken]

Afdeling II beslaat de voorschriften 11 t/m 18. In deze voorschriften wordt beschreven hoe schepen moeten uitwijken bij bepaalde manieren van elkaar naderen en welke scheepstypen voorrang hebben op een ander.

Afdeling III; Gedrag van schepen bij beperkt zicht[bewerken]

Afdeling III beslaat alleen voorschrift 19. In dit voorschrift wordt uitgelegd hoe schepen zich moeten gedragen bij beperkt zicht.

Deel C; Lichten en Dagmerken[bewerken]

Deel C beslaat de voorschriften 20 t/m 31. In deze voorschriften wordt beschreven welk type schip welk soort lichten of dagmerken moet voeren en bij welke omstandigheden deze gevoerd moeten worden.

Deel D; Geluids- en Lichtseinen[bewerken]

Deel D beslaat de voorschriften 32 t/m 37. In deze voorschriften wordt beschreven wat voor geluids- en lichtseinen er zijn en wanneer en hoe deze gebruikt dienen te worden.

Deel E; Vrijstellingen[bewerken]

Deel E beslaat alleen voorschrift 38. In dit voorschrift wordt verteld welke schepen niet aan deze regels hoeven te voldoen en wat voor schepen uitzonderingsgevallen zijn.

Aanhangsels[bewerken]

De aanhangsels bestaan uit vier delen, I t/m IV, in deze vier delen wordt beschreven wat de technische eisen zijn omtrent lichten (nood)seinen en dagmerken, waar deze geplaatst dienen te worden. Ook staan in de aanhangsels aanvullende eisen voor vissersschepen in elkaars nabijheid.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]