Interne geneeskunde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Interne geneeskunde of inwendige geneeskunde is in Nederland respectievelijk Vlaanderen de benaming van een van de specialismen in de geneeskunde, dat zich bezighoudt met het voorkomen, diagnosticeren en behandelen van ziekten van de inwendige organen van de volwassen patiënt. Een arts die zich hierin gespecialiseerd heeft is een internist.

De opleiding interne geneeskunde duurt na het basisartsexamen nog eens 6 jaar: 4 jaar algemene interne geneeskunde en 2 jaar speciële opleiding.

De oorsprong van de interne geneeskunde is te vinden in de 19e eeuw. Toentertijd werd het vakgebied aangeduid als dat van artsen die de laboratoriumwetenschap combineerden met patiëntenzorg. Nog steeds zijn veel internisten dan ook betrokken bij wetenschappelijk onderzoek naar de achtergronden en de gevolgen van ziekten en naar therapieën.

Het stellen van een diagnose bij klachten op gebied van de interne geneeskunde is vaak een ingewikkeld en doordacht proces. Hierbij vormen het verhaal van de patiënt - de zogeheten anamnese - en het lichamelijk onderzoek de belangrijkste aanknopingspunten. De internist stelt met deze gegevens een differentiële diagnose op - een lijst met diagnosen die passen bij een bepaalde combinatie van symptomen. Soms zijn aanvullende onderzoeken nodig om achter de oorzaak van de symptomen van de patiënt te komen. Laboratoriumonderzoek, pathologisch en cytologisch onderzoek, radiologisch onderzoek, nucleair onderzoek en de medische microbiologie zijn belangrijke hulpmiddelen om de diagnose te stellen, en eventueel later in het proces de behandelingsresultaten te monitoren. Na het aanvullend onderzoek komt tenslotte een diagnose naar boven als de meest waarschijnlijke - de werkdiagnose.

In de behandeling van ziekten kan een internist medicatie voorschrijven of leefstijlveranderingen adviseren. Een internist opereert in principe niet, maar kan een operatie wel adviseren en hiervoor doorverwijzen naar een chirurgisch collega. Bij de preventie van ziekten heeft de internist een voorlichtende taak en ook daarbij kunnen op indicatie medicijnen voorgeschreven worden. Dit wordt gedaan met de wetenschap dat een vastgesteld gezondheidsrisico kan leiden tot de ontwikkeling van nieuwe ziekte. Internisten zijn vaak binnen een ziekenhuis belast met de coördinatie en afstemming van zorg rondom een zieke waar verschillende medisch specialisten en eventueel paramedici bij betrokken zijn.

Subspecialismen[bewerken]

Tot halverwege de 20e eeuw werd de interne geneeskunde als één vakgebied gezien, maar onder invloed van de Amerikaanse geneeskunde ontstonden er subspecialismen binnen de interne geneeskunde. Hierdoor omvat de interne geneeskunde tegenwoordig de volgende deelgebieden:

In perifere ziekenhuizen bedrijven internisten het vak meestal in de volle breedte, hoewel velen een aandachtsgebied hebben. In academische ziekenhuizen geldt dat juist omdat het vakgebied zo breed is, veel internisten zich gespecialiseerd hebben in bepaalde aandoeningen. De algemeen internist is daar in de minderheid, en er zijn veel subspecialisten aan het werk. Basis blijft echter de holistische benadering van de patiënt.