Intifada

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Poster van Ayman Bardaweel uit 1990.
Graffiti

Intifada (Arabisch انتفاضة intifāḍah, letterlijk "afschudden") is een Arabisch woord. In het Nederlands werd het bekend door een aantal opstanden in de Palestijnse gebieden tegen de Israëlische bezetting.[1][2]

Het woord werd ook gebruikt in Libanon en in Irak. In 1987 begon een intifada waar later pas algemeen naar verwezen zou worden als de Eerste Intifada en die duurde tot ongeveer 1993.

In 2000 werd de term Tweede Intifada gebruikt voor een hernieuwing van het Israëlische-Palestijnse conflict na het bezoek van Ariel Sharon (toenmalig oppositieleider van Israël) aan de Tempelberg. Deze Tweede Intifada wordt ook wel Al-Aqsa-Intifada of Aqsifada genoemd, verwijzend naar de Al-Aqsamoskee die op de Tempelberg gebouwd is.

Door sommige deskundigen en columnisten wordt de term 'derde intifada' gebruikt, die in verschillende betekenissen wordt gebruikt. Deze term is echter nog niet algemeen geaccepteerd. Voor een bespreking zie onder.

In andere delen van het Midden-Oosten is de term recentelijk ook gebruikt geweest, onder andere ter aanduiding van de oppositie in Libanon tegen de pro-Syrische regering na het overlijden van Rafik Hariri en de Sjiitische opstand tegen de Amerikaanse troepen in Irak.

De Elektronische Intifada is, naast de benaming van een website[3] die het verloop van de Eerste en Tweede Intifada documenteert, ook de term waaronder cyberaanvallen van Israëlische en Palestijnse computerkrakers vallen.

Eerste Intifada (1987-1993)[bewerken]

De Eerste Intifada was een ongecoördineerde uitbarsting van geweld en volksprotest tegen de Israëlische aanwezigheid in de Westelijke Jordaanoever.[1][2] Dit protest werd naast gewelddadig verzet zoals het gooien van stenen en molotovcocktails tevens gekenmerkt door algemene stakingen, burgerlijke ongehoorzaamheidsacties, het weigeren van betalen van door Israël opgelegde belastingen, politieke graffiti, het oprichten van een ondergronds scholennetwerk (na het uitbreken van de Eerste Intifada beval de Israëlische regering het sluiten van alle Palestijnse scholen) en het boycotten van Israëlische producten.

Na de uitbarsting werden verschillende acties gecoördineerd door het Verenigd Leiderschap van de Intifada (een overkoepelend orgaan van vier partijen - Fatah, PFLP, DFLP en PPP - die in de Bezette Gebieden actief waren. De partijen hebben een band met PLO, die verder in eerste instantie niet betrokken was. De PLO-leiding bevond zich toen in Tunis (Tunesië).

Gedurende de eerste zes jaar van de uitbarsting werden meer dan 3.600 aanvallen met molotovcocktails, 100 handgranaataanvallen en 600 acties met geweren en/of explosieven gerapporteerd door het Israëlische defensieleger.[4] Geweld binnen de Palestijnse kringen was ook een prominent kenmerk van de Intifada, met wijdverbreide executies van vermeende Israeli-collaborateurs. Gedurende de eerste Intifada, werd een geschat aantal van 1100 Palestijnen gedood door Israëlische strijdkrachten en 164 Israëli door Palestijnen. Hiernaast werd ongeveer een duizendtal Palestijnen gedood door Palestijnen vanwege vermeende collaborateurschap, hoewel minder dan de helft daadwerkelijk contact had met de Israëlische autoriteiten.[5][6]

In 1990 waren de meeste leden van het Verenigd Leiderschap van de Intifada gearresteerd en verloor de Eerste Intifada haar samenhang.

Tweede Intifada (2000-2005)[bewerken]

De woede was groot, toen bleek dat de Palestijnse verwachtingen (verbetering van de leefomstandigheden, veiligheid, vrede en vrijheid) door het Oslo-proces niet werden waargemaakt, dat Israël het bestuur nog steeds in handen had,[1][2] dat de nederzettingen werden uitgebreid (Israël verdubbelde het aantal kolonisten van 200.000 tot 400.000) en dat de economische situatie slechter was dan vóór 1987.

Op 28 september 2000 bezocht de toenmalige Israëlische oppositieleider Ariel Sharon, omringd door honderden Israëlische soldaten, de Tempelberg, de heiligste plaats in het jodendom, waar zich ook de Al-Aqsamoskee bevindt, in rangorde de 3de heilige plaats van de islam. Massale demonstraties en geweldsuitbarstingen braken kort hierna uit, ook in Israël zelf. Het was bij een demonstratie in Israël zelf dat de Israëlische politie 13 Israëlische Palestijnen doodschoot.[7] Reacties volgden en een spiraal van geweld barstte los waarbij van 29 september 2000 tot en met 30 juli 2005 972 Israëliërs (waaronder 122 kinderen) en 3301 Palestijnen (waaronder 653 kinderen) de dood vonden. Vele tienduizenden mensen raakten gewond en soms invalide. De meeste Israëlische doden vielen door zelfmoordaanslagen van Palestijnen.[8]

Hoewel de schuld, mede door de Palestijnen, voor de uitbraak van de Intifada bij Sharon en zijn bezoek aan de Tempelberg werd gelegd, werd de geweldsuitbarsting al in de zomer van 2000 na de zgn. Camp David summit, een topontmoeting tussen de Amerikaanse president Clinton en de Israëlische en Palestijnse leiders waarbij Arafat resoluut de Amerikaans-Israëlische vredesplannen afwees, door de Palestijnse leiding gepland.[9][10] Een Palestijnse minister in de PLO stelde bij een toespraak dat Sharons bezoek niet de oorzaak was maar dat het geweld al meteen na de topontmoeting bij Camp David was gepland.[11] Het bezoek van Sharon werd wel als de aanleiding voor het begin van de Intifada gebruikt.[12][13][14]

De PLO ontkent dat de Intifada is gepland en stelt dat het mislukken van de topontmoeting van Camp David de spanningen had doen toenemen.[14]

Slachtoffers[bewerken]

Tijdens de Tweede Intifada vielen aan Palestijnse zijde in totaal ruim vier keer zoveel slachtoffers als aan Israëlische zijde.[15] Volgens dezelfde organisatie waren de slachtoffers aan Israëlische zijde voor bijna 70% burgers terwijl de meerderheid van de Palestijnse doden tijdens "vijandelijkheden" vielen terwijl ruim 500 Palestijnen door andere Palestijnen werden gedood.[16] Volgens de krant Jerusalem Post is een deel van de burgerslachtoffers aan Palestijnse kant te verklaren doordat herhaaldelijk via de Palestijnse media oproepen worden uitgezonden aan burgers om zich als menselijk schild op te werpen of om aan demonstraties mee te doen. Ook worden spotjes uitgezonden die Palestijnse kinderen oproepen Israëlische troepen met stenen te bekogelen.[17] In de Palestijnse krant Al Ayyam werden op 17 mei 2004 oproepen geplaatst aan alle burgers "vrouwen, kinderen en ouderen" om een barrière te vormen die Israëlische bulldozers moesten tegenhouden bij hun zoektocht naar wapensmokkelaarstunnels tussen de Gazastrook en Egypte.[18]

Tijdens de tweede intifada pleegde Hamas meer dan 60 zelfmoordaanslagen, waarvan een deel werd uitgevoerd door vrouwen en kinderen.[19]

Lynchpartij Ramallah[bewerken]

Op 12 oktober 2000 arresteerde de Palestijnse Autoriteit twee Israëlische reservisten die per ongeluk Ramallah binnenkwamen. Geruchten deden de ronde dat de reservisten deel uitmaakten van een undercover Israëlische elite-eenheid, met als gevolg dat een Palestijnse meute het politiebureau bestormde en de soldaten doodsloeg en vervolgens hun verminkte lichamen vanaf de tweede verdieping op straat gooide. Een Italiaanse televisieploeg legde de moordpartij vast op video en zond dit internationaal uit.[20][21] De wreedheid van de aanval schokte het Israëlische publiek.[22] In reactie lanceerde Israël een serie van luchtaanvallen tegen doelen van de Palestijnse Autoriteit in de Westelijke Jordaanoever en Gazastrook. De politiepost waar de lynchpartij plaatsvond werd verwoest tijdens deze operatie.[23][24]

"Derde Intifada"[bewerken]

Sinds midden 2004 wordt gebruikgemaakt van de term Derde Intifada. Deze slaat op het deels geweldloos verzet van Palestijnse dorpelingen (samen met bijvoorbeeld Arun Gandhi en de Israëlische groepering Anarchisten tegen de Muur) tegen de inname van hun gronden voor de aanleg van de Israëlische Westoeverbarrière.

Op Facebook wordt opgeroepen tot de derde Intifada die zou aanvangen op 15 mei 2011, dezelfde dag als de Pan-Arabische invasie van Israël in 1948.[25] Op de Facebook pagina is massaal instemmend gereageerd op de oproep.

De Palestijnse president Mahmoud Abbas verklaarde tegen een eventuele derde intifada te zijn en via diplomatieke weg te zoeken naar erkenning van de Palestijnse staat.[26]

Externe links[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c Noot: De militaire aanwezigheid in de Westelijke Jordaanoever wordt door de Palestijnen (onder andere) een illegale bezetting genoemd en door Israël beschouwd als betwist gebied waar beide partijen legitiem aanspraak op maken, zie hierna volgend bron.
  2. a b c (en) Bezet of betwist gebied, standpunt regering Israel
  3. electronicintifada.net
  4. (en) Palestinefacts.org
  5. Collaborators, One Year Al-Aqsa Intifada, The Palestinian Human Rights Monitoring Group, oktober 2001. Geraadpleegd 20 nov. 2012.
  6. Zachary Lockman, Joel Beinin (1989) Intifada: The Palestinian Uprising Against Israeli Occupation South End Press, ISBN 0-89608-363-2 en 9780896083639, p. 38
  7. Israëlische politie schiet 13 Israëlisch-Palestijnse burgers neer
  8. Achtergrondartikel van RTL nieuws
  9. How the War Began - KHALED ABU TOAMEH ([1])
  10. Wie is verantwoordelijk voor de eind september 2000 begonnen geweldsgolf (de ‘tweede intifada’)? - CIDI ([2])
  11. PA Minister: The Intifada Was Planned From the Day Arafat Returned From Camp David - MEMRI ([3]) - Een video van deze toespraak kan hier worden bekeken
  12. What started the al-Aqsa intifada in September 2000? ([http://www.palestinefacts.org/pf_1991to_now_alaqsa_start.php})
  13. The Second Intifada and After - O. Ben-Naftali, A. Gross ([4])
  14. a b Report of the Sharm el-Sheikh Fact-Finding Committee, April 30, 2001 - United States Institute of Peace ([5])
  15. (en) B'Tselem - Statistics - Fatalities - 29.9.2000-30.11.2007, B'Tselem 31 oktober 2007
  16. ibid.
  17. Engineering civilian casualties: Jerusalem Post 2 juni 2004
  18. ibid.: hier haalt de Jerusalem Post een artikel aan in het officiële Palestijnse Orgaan de Al Ayyam
  19. Oproep Hamas tot 'derde intifada' (12 december 2008)
  20. Asser, Martin. "Meute lyncht twee reservisten", BBC News, October 13, 2000. Geraadpleegd op 2006-09-03.
  21. Interview with Ramallah's chief of police, Haaretz, 20 oktober, 2000
  22. Feldman, Shai. The October Violence: An Interim Assessment, Jaffes Center for Strategic Studies, Strategic Assessment, Vol. 3 No. 3, November 2000.
  23. A day of rage, revenge and bloodshed. The Daily Telegraph (2000-10-13) Geraadpleegd op 02-07-09
  24. Israeli copters retaliate for soldiers' deaths. USA Today Geraadpleegd op 03-07-09
  25. Facebook page calls for 3rd intifada. Ynetnews (13 maart 2011) Geraadpleegd op 5 april 2011
  26. Abbas: geen nieuwe intifada tegen Israël, artikel in NRC Handelsblad, 20 april 2011