Intonatie (muziek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Intonatie heeft in de muziek betrekking op de marge, waarbinnen een toon in hoogte en klankkleur kan variëren, zonder dat hij als een andere toon wordt ervaren. Deze twee aspecten hebben beiden specifieke toepassingen, namelijk ten eerste het juist spelen van een toon binnen een bepaalde muzikale context, of ook 'zuiver' spelen, en ten tweede het bepalen van de klankkleur van een toon, bijvoorbeeld bij de bouw van een instrument.

Intonatie door spelers[bewerken]

Soms wordt van intonatie gebruikgemaakt om ook de suggestie van 'kleuring' van een toon te realiseren. Zo kan bijvoorbeeld een cellist een toon een fractie te laag spelen om te suggereren dat deze een donkerder kleur heeft. Hierbij heeft tevens de toepassing van vibrato (voornamelijk door de toonhoogtepositie van de onderkant van het vibrato, de grootte van de amplitude en de snelheid) een invloed op de door de luisteraar ervaren intonatie.

In de hedendaagse Westerse muziek wordt meestal gebruikgemaakt van gelijkzwevende temperatuur, er zijn 12 tonen per octaaf, toch zullen bijvoorbeeld zangers en violisten exacter intoneren om een betere consonantie te bereiken. In bijvoorbeeld hindoestaanse muziek is er sprake van 22 (micro)tonen per octaaf (shruti's), waardoor in dit geval intonatie een veel grotere rol speelt.

Intonatie in instrumentbouw[bewerken]

In de instrumentbouw heeft het begrip intonatie een meer op de klank betrokken betekenis.

Bij het bouwen van bijvoorbeeld piano's, orgels en harmoniums en bij het gieten van klokken heeft het begrip intonatie een bijzondere betekenis. De instrumentenbouwer werkt aan de klankkleur van het instrument door mechanische wijzigingen aan te brengen. In de meeste ateliers is er iemand gespecialiseerd in het intoneren, deze intonateur doet niet anders dan de tonen in alle registers van een instrument eenzelfde klankkleur te geven. Het is voor de totale klank van het instrument of de registers ervan immers belangrijk dat alle snaren of pijpen hetzelfde klinken en dat er een mooie overgang is tussen de bas en de discant. Bij een orgel kan het instrument pas na het intoneren gestemd worden. De intonatie van orgels is van het tijdsbeeld afhankelijk. Zo klinkt een orgel uit de renaissance anders dan een orgel uit de barok of de romantiek.

Bij een piano horen naast de snaren (stemmingsintonatie) ook de hamertjes regelmatig geïntoneerd te worden (voor de klankkleur). Intonatie bepaalt hier of een pianotoon scherp of wollig klinkt. Als de toon te scherp is kan door met een intonatiepen in de vilten hamerkop te prikken de spanning van het vilt op de kop worden verlaagd. Hierdoor wordt de toon van de piano wolliger, met minder scherpe boventonen. Als de piano te wollig klinkt kan door de kop te schuren het vilt iets dunner worden, waardoor de houten kern van de hamerkop meer hoorbaar wordt in de aanslag, en waardoor dus meer hogere boventonen worden geproduceerd, zodat de piano scherper klinkt. Een geschoold pianotechnicus (pianostemmer) voert meestal deze werkzaamheden uit. Door veelvuldig spelen op een piano zal in de loop der tijd de klank ook scherper worden, omdat door het contact tussen het vilt van de hamerkop en de snaar het vilt wordt geplet. Intoneren van een hamerkop kan niet onbeperkt vaak geschieden, omdat bespeling en elke intonatiesessie in feite slijtage veroorzaken aan de hamerkop. Als de hamerkop te vaak is geschuurd of de hamers te versleten zijn worden doorgaans nieuwe hamerkoppen geplaatst. Bij een nieuw instrument hebben de hamertjes zich bovendien vaak nog niet 'gezet', er zit nog geen groefje van de snaar in het vilt. Na een periode van 'inspelen' wordt dan alsnog de piano in zijn geheel of worden individuele hamerkoppen geïntoneerd ter egalisatie.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Intonatie (spraak)