Ioniërs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Ioniërs waren de tweede stamgroep der Grieken, die het schiereiland al binnengedrongen waren sedert rond 1900 v.Chr. De Doriërs verdreven hen van het vasteland met uitzondering van Attica. De Ioniërs vestigden zich op de noordelijke Cycladen (onder meer op Naxos), de Sporaden, zoals Chios en Samos, en de westkust van Klein-Azië ten zuiden van Smyrna, waar hun belangrijkste steden kwamen te liggen: Milete en Ephese.

Dankzij hun gunstige ligging als schakel tussen oost en west bereikten deze steden snel een hoge culturele welvaart. Griekse dichtkunst, filosofie, geschiedenis en wetenschappelijk onderzoek vonden in Ionisch gebied hun oorsprong.

Ionië aanvaardde de soevereiniteit van koning Kroisos van Lydië, die na diens ondergang overging op de Perzen. De steeds grotere druk van het machtige Perzische achterland leidde echter in 500 v.Chr. tot de Ionische opstand door Histiaios, de tiran van Milete, die in 494 eindigde met de verwoesting van die stad en het voorspel vormde van de Perzische oorlogen. De politieke en culturele leiding ging over op Athene. Pas in de hellenistische periode kwamen de Ionische steden (vooral Ephese) weer tot bloei.

Zie ook[bewerken]