Ionisatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Ionisatie is het proces waarbij een atoom of molecuul uit ongeladen toestand een elektron kwijt raakt of er bij krijgt; en als gevolg daarvan verandert in een ion. Een voorbeeld is het oplossen van zoutzuur (HCl) in water. Zoutzuur is oorspronkelijk een overwegend polair covalente verbinding, maar door de attractiekrachten van het polaire water zal zoutzuur ioniseren in H+ en Cl-.

Een atoomkern of nucleus bevat neutronen en protonen. De neutronen zijn neutraal van lading, de protonen zijn positief geladen. Een kern is daarom positief geladen. Een geheel atoom is echter neutraal, dit komt door de negatief geladen elektronen die zich in orbitalen rond de kern bevinden. De massa van de elektronen is veel kleiner dan de massa van de protonen of de neutronen, maar er zijn evenveel protonen als elektronen nodig om het atoom neutraal van lading te maken. Een elektron is namelijk precies evenveel negatief als dat een proton positief geladen is. Een atoom krijgt een positieve elektrische lading als die een elektron verliest. Een geladen atoom wordt een ion genoemd, het atoom of molecuul is dan geïoniseerd. Indien de lading van het atoom positief is, dan spreken we over een kation. Indien ze negatief geladen is spreken we van een anion. Heeft het atoom twee elektronen verloren dan zeggen we dat het atoom tweemaal geïoniseerd is. Een ionisatie is geen spontaan proces. Hiervoor is energie nodig, die ionisatie-energie wordt genoemd.

Ionisatie vindt onder andere plaats bij vuur, zoals een gasvlam of een kaarsvlam en bij hoogspanning, bijvoorbeeld in een beeldbuistelevisie, een ionisator of bepaalde printers.

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen