Iphigeneia in Tauris

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Iphigeneia in Tauris (Oudgrieks: Ἰφιγένεια ἡ ἐν Ταύροις, Latijn: Iphigenia Taurica) is een tragedie van de Griekse tragediedichter Euripides. Het stuk werd voor het eerst opgevoerd ca. 414 v.Chr.

Inhoud[bewerken]

Dramatis personae[bewerken]

  • Iphigeneia, dochter van koning Agamemnon en koningin Klytaimnestra van Argos
  • Orestes, zoon van Agamemnon en Klytaimnestra
  • Pylades, boezemvriend van Orestes
  • Slavinnen van Iphigeneia, koor
  • Herder
  • Thoas, koning van Taurië
  • Bode, dienaar van Thoas
  • Athena

Samenvatting[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Na het offer in Aulis (zie Iphigeneia in Aulis) heeft Artemis het meisje Iphigeneia, dochter van Agamemnon en Klytaimnestra, naar haar heiligdom in het barbaarse Tauris (de Krim) gebracht, waar zij voortaan volgens de plaatselijke traditie elke vreemdeling moet offeren die daar voorbij komt. Ook haar broer Orestes die daar toevallig aanbelandt, wacht hetzelfde lot. Maar na een ontroerende herkenningsscène besluiten zij samen te vluchten met het cultusbeeld van Artemis. Als koning Thoas de vluchtelingen achtervolgt, wordt hij door de godin Athena (= dea ex machina) tegengehouden.