Irène Némirovsky

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Irène Némirovsky, 25 jaar oud

Irène Némirovsky (Oekraiens: Ірен Немировська) (Kiev, 11 februari 1903Auschwitz, 17 augustus 1942) was een Frans schrijfster, van Russisch-Joodse afkomst.

Leven en werk[bewerken]

Irène Némirovsky werd in de Oekraïne geboren als dochter van een Joodse bankier en werd voornamelijk opgevoed door een Franse gouvernante. Na de oktoberrevolutie in 1917 vluchtte ze met haar familie via Finland en Zweden naar Parijs, waar ze zich in 1919 vestigden. In de jaren twintig maakte haar vader er opnieuw fortuin. Irène volgde een studie literatuurwetenschappen aan de Sorbonne. In 1926 huwde ze met de eveneens Joodse Michel Epstein, met wie ze twee dochters kreeg: Denise (1929) en Élisabeth (1937).

Némirovsky begon reeds vanaf haar 18e met schrijven. Haar doorbraak kwam met David Golder (1929), dat in vele landen vertaald werd. Succes had ook Le Bal, in het jaar na verschijnen verfilmd met Danielle Darrieux in de hoofdrol. In al haar werken beschrijft Némirovsky de troebele situatie in het Frankrijk van na de Eerste Wereldoorlog, waar zich nieuwe menstypen ontwikkelden: oneerlijke speculanten, schatrijke avonturiers en louche, elegante vreemdelingen die nergens voor terugschrikken. Een opeenvolging van geweld geeft aan haar werk een dramatische sfeer.

Ondanks haar succes als schrijfster bleef Némirovsky zich in Frankrijk een vreemdeling voelen en werd ze gehinderd door het ook in Frankrijk voelbare antisemitisme. Kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vluchtte ze met haar man en kinderen naar Issy-l'Évêque, en verbleef vervolgens eerst in een hotel en later diverse andere plekken op het platteland. Ondertussen ging ze door met schrijven, hoewel ze nauwelijks meer kon publiceren.

Op 13 juli 1942 werd Irène Némirovsky gearresteerd en een dag later naar Auschwitz getransporteerd. Op 17 augustus stierf ze daar in de ziekenbarak, aan tyfus. Haar man had nog vertwijfeld geprobeerd haar vrij te krijgen, schreef onder meer een brief aan Pétain, maar werd in oktober 1942 ook zelf gearresteerd, naar Auswitz gebracht en daar direct in de gaskamer vermoord. Hun kinderen waren reeds eerder door hun ouders veilig ondergebracht in een klooster, waar ze de oorlog overleefden.

Herontdekking na haar dood[bewerken]

Na de oorlog zwierven de dochters van Némirovsky enige tijd rond met onder meer een koffer vol met manuscripten. Ze kregen nauwelijks hulp van Irènes moeder Fanny, die hen uiteindelijk in een weeshuis onderbracht. Na de dood van Élisabeth in 1997 besloot Dénise postuum het nog in haar bezit zijnde werk van haar moeder te publiceren. Aanvankelijk waren beide zusjes steeds in de veronderstelling geweest dat het vooral om schetsen en notities ging, maar bij nadere bestudering bleek er onder de manuscripten complete romans aanwezig, waaronder het (onvoltooide): Suite française (Storm in juni), dat internationaal voor een literaire sensatie zorgde. Némirovsky kreeg voor Suite française postuum de Prix Renaudot.

Suite française doet verslag van de uittocht in juni 1940, toen stromen vluchtelingen Parijs verlieten. Het lot van allerlei Franse families, van rijk tot arm, raakten met elkaar verweven. In een directe stijl beschrijft Irène Némirovsky de ontelbare kleine en grote lafheden en het broze saamhorigheidsgevoel van een volk op de vlucht. Het tweede deel van het boek schetst de sfeer tijdens de bezetting in een klein Frans dorpje: de kleinschaligheid van tijdelijke rust en wellevende omgang, een stilte voor een nieuwe storm.

In 2007 verschijnt postuum nog Némirovsky’s roman Chaleur du sang (De hitte van het bloed).

Bibliografie[bewerken]

Werk verschenen tijdens haar leven[bewerken]

  • Le Malentendu, 1923.
  • L'Enfant génial, 1927.
  • David Golder, 1929, Nederlands: David Golder
  • Le Bal, 1930. Nederlands: Het bal
  • Les Mouches d'automne, 1931.
  • L'Affaire Courilof, 1933, Nederlands : De zaak Courilof
  • Le Pion sur l'échiquer, 1934.
  • Films parlés, 1934.
  • Le Vin de solitude, 1935.
  • Jézabel, 1936.
  • La Proie, 1938.
  • Deux, Albin Michel, 1939.
  • Les Chiens et les loups, 1940.

Werk verschenen na haar dood[bewerken]

  • La Vie de Tchekhov, 1946.
  • Les Biens de ce monde, 1947.
  • Les Feux de l'automne, 1957.
  • Dimanche (nouvelles), 2000.
  • Dimanche et autres nouvelles, 2000.
  • Destinées et autres nouvelles, 2004.
  • Suite française, 2004, Nederlands Storm in juni.
  • Le Maître des âmes, 2005.
  • Chaleur du sang, 2007, Nederlands: De hitte van het bloed
  • Les vierges et autres nouvelles, 2009.

Literatuur en bronnen[bewerken]

  • A. Bachrach e.a.: Encyclopedie van de wereldliteratuur. Bussum, 1980-1984. ISBN 90-228-4330-0
  • E. Gille: Irène Némirovsky, een vrouw (biografie door haar dochter Élisabeth), Utrecht, 2005, ISBN 90-445-0674-9

Externe links[bewerken]