Isabelle Huppert

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Isabelle Huppert (Karlsbad, 2009)

Isabelle Anne Huppert (Parijs, 16 maart 1953) is een Franse actrice en filmproducente.

Levensloop[bewerken]

Ze groeide op in een vrijzinnige en onbezorgde familie uit de gevestigde burgerij. Haar moeder Annick is lerares Engels en haar vader Raymond is een fabrikant van veiligheidsinrichtingen. Isabelle is de jongste van de vijf kinderen uit het gezin. Ze heeft drie zusters (Jacqueline, Elisabeth en Caroline) en een broer (Rémi). Isabelle bracht haar kinderjaren door in Ville-d'Avray (Hauts-de-Seine) en ging naar de middelbare school in Saint-Cloud en het conservatorium van Versailles. Ze studeerde Russisch aan de Faculté de Clichy en volgde dramalessen aan het Conservatoire national d’art dramatique.

Isabelle heeft drie kinderen: Lolita (geboren op 1 oktober 1983), Lorenzo (geboren in januari 1988) en Angelo (geboren in september 1997). Ze woont in Parijs met haar man Ronald Chammah.

Haar filmdebuut was in Faustine et le bel été in 1972. In César et Rosalie door Claude Sautet uit 1972 speelde ze de jonge zuster van Romy Schneider. Ze werkte samen met regisseur Otto Preminger in Rosebud (1975) en met Bertrand Tavernier in Le Juge et l'Assassin (1976). Voor haar rol in Le Juge et l’Assassin won ze Le prix Suzanne-Bianchetti. In 1975 werkte ze samen met Liliane de Kermadec in Aloïse. Haar meest indrukwekkende rol uit de periode 1972-1976 was de laatste verschijning van 5 minuten in Les Valseuses van Bertrand Blier waarin ze de 16-jarige maagd Jacqueline speelde, een meisje dat in opstand kwam tegen haar ouders en sterft omdat ze wegliep met Gérard Depardieu, Miou-Miou en Patrick Dewaere.

Isabelle Huppert kende haar internationale doorbraak in 1977 met de Zwitsers/Franse film La Dentellière. Het was de meest besproken film op het Filmfestival van Cannes. In Violette Nozière, een film uitgebracht in 1978, zette ze opnieuw een sterke acteerprestatie neer. Ze werd al snel één van de drukste en meest gevraagde actrices in Europa. Van 1977 tot 1983 maakte ze 16 films in zes jaar tijd. Haar imago van postadolescent of tienerslachtoffer (onder meer in het sociaal drama Dupont Lajoie) leek permanent, ze bleef rollen aannemen in films als Les Indiens sont encore loin (1977), Retour à la bien-aimée (1979), Les Soeurs Brontë (1979), La Dame aux Camelias (1980), Les Héritières (1980), Les Ailes de la Colombe (1981) en de in een Franse Afrikaanse kolonie gesitueerde misdaadfilm Coup de torchon waarin haar personage altijd jong stierf. In die periode was ze voor het eerst te zien in een Hollywoodproductie : ze vertolkte de hoofdrol in de peperdure western Heaven's Gate die een van de grootste flops uit de Amerikaanse filmgeschiedenis werd en zo United Artists aan de rand van de afgrond bracht.

Na jaren werk voelde Huppert zich moe in de zomer van 1982. Ze vertrok na de opnames van La Truite naar Italië voor een persoonlijke reis van drie maanden ondanks het feit dat Diane Kurys, de regisseuse en scenarioschrijfster van Coup de foudre, haar dolgraag voor de rol van Lena in haar film wou. Isabelle twijfelde om de rol aan te nemen omdat ze ongerust was dat ze niet overtuigend een moeder kon spelen. Toch nam ze de rol aan, wat meteen het begin was van een hechte vriendschap met Diane Kurys.

Na La Femme de mon pote (1983) van Bertrand Blier stopte ze voor ongeveer negen maanden met werken om te bevallen van en te zorgen voor haar eerste kind, Lolita. Uit verschillende interviews uit die tijd blijkt dat ze heel onzeker was over haar plaats in de filmwereld. Ze had toen al in meer dan 30 films gespeeld en had desondanks nog geen César gewonnen. Ze begon aan zichzelf te twijfelen en ging naar de psycholoog.

Isabelle Huppert kwam er stilaan weer bovenop en ging weer aan het werk in het begin van 1984. Ze werkte vooral samen met hechte vrienden: met Christine Pascal in La Grace (1984), Josiane Balasko in Sac de nœuds (1985) en haar zuster Caroline Huppert in Signé Charlotte (1985). Ze deed mee in buitenlandse producties. Zo was ze te zien in de Australische film Cactus (1986) van Paul Cox en in de Amerikaanse thriller The Bedroom Window (1987) van Curtis Hanson. Ze speelde ook mee in Milan noir (1987), een film die werd geregisseerd door haar man Ronald Chammah. In 1987 verscheen ze hoogzwanger in het Poolse drama Les Possédés van Andrzej Wajda.

In de periode van 1983 tot 1987 leefde Huppert behoorlijk rustig, weg uit de kringen van de Franse cinema. Begin 1988 kreeg ze haar tweede kind, Lorenzo.

In 1988 maakte ze met Une affaire de femmes van Claude Chabrol haar rentree in de Franse cinema. Ze won voor haar rol van aborteuse de prijs voor de beste actrice op het Filmfestival van Venetië. Tien jaar na Violette Nozière werd ze herenigd met Claude Chabrol en ze gingen steeds vaker samenwerken. Ze vertolkte hoofdrollen voor hem in Madame Bovary (1991), La Cérémonie (1995) en Rien ne va plus (1997). Voor haar rol in La Cérémonie won Huppert niet alleen voor de tweede keer de prijs voor de beste actrice op het Filmfestival Venetië maar ook haar eerste César en dat na zeven nominaties in de voorbije 20 jaren. In haar toespraak bij de uitreiking was ze haar regisseur Chabrol zeer erkentelijk.

Isabelle Huppert bleef samenwerken met buitenlandse regisseurs zoals met de Duitser Werner Schroeter in Melina (1991), de Oekraïner Igor Minayev in L’Inondation (1994), de Amerikaan Hal Hartley in Amateur (1994) en de Italiaanse broeders Paolo en Vittorio Taviani in Le affinità elettive (1996). Verder zijn een aantal van haar Franse films uit die tijd het vermelden waard: Après l'amour (1992) van Diane Kurys en La Séparation (1994) van Christian Vincent. Ze maakte ook een terugkeer naar het theater met Un mois à la campagne in 1988, Orlando in 1993 en 1994 en Mary Stuart in het London Royal National Theater in 1996. In 1997 moest ze haar beroepsactiviteiten staken wegens zwangerschap.

Na de geboorte van haar derde kind Angelo in 1997 werd Isabelle herenigd met Benoît Jacquot. Ze maakte in 1981 Les Ailes de la Colombe met hem. De opnames van de nieuwe film, L'École de la chair waren gestart in februari 1998 en waren slechts voltooid twee dagen voor de Cannes aankondigingen van de officiële selecties voor de Competitie in 1998 van het Festival de Cannes. Sinds 1998 zouden Benoît en Isabelle werken aan drie films in de twee jaren daarna: L'École de la chair (1998), Pas de scandale (1999) en La Fausse suivante (2000). In 2009 kwam daar nog Villa Amalia bij.

Isabelle Huppert bleef haar prominente positie in de Franse cinema bevestigen terwijl ze het vierde decennium van haar carrière inging. Ze bleef constant twee tot drie film per jaar maken. Isabelle schuwde het niet om met regisseurs van een jongere generatie samen te werken. Dat was onder meer het geval in La Vie Moderne (1999) van Laurence Ferreira Barbosa, Saint-Cyr (2000) van Patricia Mazuy en Les Destinées sentimentales (2000) van Olivier Assayas. In 8 femmes (2001) van François Ozon en La Vie Promise (2002) van Olivier Dahan waagde ze zich zelfs aan samenwerking met een nog jongere generatie regisseurs. Daarnaast bleef ze werken met oudere regisseurs zoals Raoul Ruiz in Comédie de l'innocence (2000) en Claude Chabrol in Merci pour le chocolat (2000) enL'Ivresse du pouvoir (2006). Merci pour le chocolat was goed voor de prijs voor de beste actrice op het Montréal World Film Festival van 2000.

In 2001 bereikte de carrière van Isabelle Hupert een nieuw hoogtepunt met de film La Pianiste (2001) van Michael Haneke. Voor haar acteerprestatie ontving ze haar tweede prijs in Cannes. Later werkte ze nog twee keer samen met Haneke, onder meer voor het alom bekroonde drama Amour (2012). Volgens een poll van Studio Magazine was ze de meest geliefde actrice van het jaar 2002.

Films (selectie)[bewerken]

Prijzen en nominaties[bewerken]

  • Filmfestival Venetië
    • 1988 : Beste actrice, voor Une affaire de femmes (gewonnen)
    • 1995 : Beste actrice, voor La Cérémonie (gewonnen)
    • 2005 : Speciale Gouden Leeuw, voor Gabrielle (gekregen)
  • Filmfestival van Moskou
    • 2005 : Beste actrice, voor Madame Bovary (gewonnen)
  • World Film Festival van Montréal
    • 2000 : Beste actrice, voor Merci pour le chocolat (gewonnen)
  • European Film Awards
    • 2001 : Beste actrice, voor La Pianiste (gewonnen)
    • 2002 : Beste actrice, voor 8 femmes (gewonnen samen met de 7 andere actrices in de film)
    • 2004 : Prijs van het publiek voor de beste actrice, voor Ma mère (nominatie)
  • Étoiles d’Or
  • BAFTA
    • 1978 : Beste nieuwkomer, voor La Dentellière (gewonnen)
  • Internationaal Filmfestival van Valladolid
    • 1988 : Beste actrice, voor Une affaire des femmes (gewonnen)
  • Filmfestival van Bogota
    • 1989 : Beste actrice, voor Une affaire des femmes (gewonnen)

Externe link[bewerken]