Isis (jazzrockband)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Isis was een Amerikaanse jazzrockband uit de jaren 70. De band is vernoemd naar de Egyptische godin van de vruchtbaarheid en verrichtte pionierswerk voor vrouwen in de popmuziek.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste twee albums[bewerken]

Zangeres-gitariste Carol MacDonald, drumster Ginger Bianco en de later gekomen gitariste Susan Ghezzi spelen in diverse bands voordat ze in 1972 Isis oprichten. Aanvankelijk is ook pianiste Carol O' Grady hierbij betrokken. De kernleden worden bijgestaan door Stella Bass (zang/bas), de Cubaanse percussioniste Nydia Liberty Mata en een klassiek geschoolde blazerssectie bestaande uit Jean Fineberg (sax/zang), Lauren Draper (trompet/zang) en Lolly Bienenfield (trombone/zang).

Na met veel moeite een reputatie te hebben opgebouwd in het New Yorkse clubcircuit tekent Isis in 1973 als vijfde vrouwenband bij een major (Buddah). In het najaar van 1974 verschijnt het debuutalbum dat vergelijkingen oproept met bands als Chicago, Blood, Sweat & Tears en Earth, Wind and Fire; ook Santana en zelfs Britse bands als Black Sabbath, Yes en Jethro Tull worden genoemd. Een ander referentiekader is de bluesrockformatie Ten Wheel Drive van ex-Goldie & the Gingerbreads-zangeres Genya 'Goldie' Ravan.

Het album trekt de aandacht door de hoesfoto waarop de dames in zilverkleurige bodypaint poseren en bereikt de onderste regionen van de Billboard Top 100. Maar alle positieve reacties ten spijt breekt Isis niet door bij het grote publiek; de voornaamste redenen zijn dat vrouwenbands niet serieus worden genomen en dat Carol MacDonald in nummers als She Loves Me voor haar homoseksualiteit uitkomt.

In plaats van hits scoort Isis voorprogramma's bij grote namen (in wording) als KISS, Aerosmith en The Beach Boys maar ook bij collega-vrouwenband Fanny. Desondanks is er geen sprake van een druk schema waardoor de bandleden ook ander werk aannemen en in sommige gevallen zelfs vervangen moeten worden. Eind 1974/begin 1975 maken Susan Ghezzi (tegenwoordig illustratrice van kinderboeken) en Lauren Draper plaats voor Renate Ferrier en Ellen Seeling. Daarnaast komt er versterking van Edith Dankowitz (sax/zang) en oorspronkelijk Gingerbreads-pianiste Margo Lewis.

Met deze bezetting trekt Isis naar de studio van Allen Toussaint in New Orleans om het tweede album op te nemen waaraan ook June Millington van het net ontbonden Fanny haar medewerking verleent. Ain't No Backin' Up Now, dat vooral soul-, funk- en disco-invloeden bevat, verschijnt in september 1975 maar ook ditmaal blijven de verkoopcijfers zwaar achter en gaat Isis het nieuwe jaar in zonder platencontract.

Breaking through & breaking up[bewerken]

Door gebrek aan succes wordt het steeds moeilijker om de band bij elkaar te houden. Carol MacDonald, Margo Lewis, Jeanie Fineberg, Ellen Seeling en nieuwkomer Faith Fusillo (zang/gitaar) gaan verder Mary Lynn 'Lynx' Sheffield (sax/gitaar) en de zussen Benita en Anne Lacatutta (bas en drums). Die laatste twee worden op hun beurt weer vervangen door Barbara 'Abacate' Coib en Vivian Stoll.

Het is deze bezetting (minus Fineberg en Seeling) die bij United Artists tekent en in 1977 Breaking Through uitbrengt; de plaat heeft muzikaal weinig van doen met de twee voorgangers en ondanks de doelbewust commerciële sound (met een grotere rol voor Fusillo en Sheffield) blijft de gewenste doorbraak uit.

Bijgestaan door Laurie Frink en oud-leden als Mata en Draper toert Isis door Amerika en de Cariben als voorprogramma van BT Express, Dr. Buzzard's Original Savannah Band (voorloper van Kid Creole & the Coconuts) en Blondie. Daarna krijgen de dames een residentie in Greenwich Village totdat ze in 1980 besluiten om er een punt achter te zetten. Carol MacDonald kijkt echter terug op een band die "een goede leerschool" is geweest met wel "73 leden in zeven jaar tijd".

Soloprojecten[bewerken]

Na hun vertrek bij Isis blijven de meeste ex-leden actief in de muziek, en vaak houden ze er meerdere activiteiten op na; hieronder worden vooral de vrouwenbands vermeld waarin ze zijn gaan spelen.

  • Nydia Mata:
Nuvola single chevron right.svg Zie Nydia Mata voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
  • Carol MacDonald bracht in 1981 een solo-album uit met onder meer de AC/DC-cover Girl's Got Rhythm.
  • Jean Fineberg en Ellen Seeling speelden met artiesten van formaat (o.a. Chic en Luther Vandross) en richtten in 1980 hun eigen band op. Deuce (waarin ook Mata speelde) bracht ze twee albums uit waarvan het debuut uit 1986 met gastbijdragen van Carol MacDonald. In 1989 verhuisden Fineberg en Seeling naar Californië waar ze sinds 1998 de Montclair Women's Big Band leiden. Daarnaast saxt, fluit en drumt Fineberg nog steeds in andere bands
  • Lolly Bienenfeld was begin jaren 90 te zien in de tv-show van Joan Rivers met de band van saxofoniste Kit McClure; hun toenmalige zangeres was niemand minder dan Spargo's Lilian Day Jackson. Ook speelde Bienenfeld jarenlang bij Diva, dat eveneens te maken kreeg met de vooroordelen jegens vrouwenbands.
  • Stella Bass verhuist naar Atlanta en richt er haar eigen band op (met mannelijke en vrouwelijke muzikanten) waarmee ze soul- en bluescovers speelt op bruiloften en partijen. Ze heeft twee solo-albums uitgebracht met gospel- (Glory Train uit 2007) en bluesnummers (Walking Blues uit 2011). In 2012 was de Stella Bass Band te zien in de film Hall Pass.

2001: de comeback en het afscheid[bewerken]

Op 13 november 1997 kwamen Carol MacDonald en Ginger Bianco bijeen voor een eenmalige reünie van Goldie & the Gingerbreads; dertig jaar na de breuk van deze band en 22 jaar na het laatste optreden van de oorspronkelijke Isis-bezetting. Begin 1998 namen ze een onderscheiding in ontvangst voor hun bijdrage aan de popmuziek.

Daarna formeerden ze met Lolly Bienenfield een nieuwe Isis; de overige leden waren Denny Cole (gitaar), Bonnie Parker (bas), Pam Fleming (trompet), Laura Dreyer (sax) en Paula Jeanine (percussie).

De comeback vond op 26 januari 2001 plaats in de oude vertrouwde Bottom Line als hoofdact van een showcase voor vrouwelijke muzikanten. Plannen voor een nieuw album op MacDonalds label Second Coming Records werden echter nooit gerealiseerd.

Het lukte de stichting Women In Music om de originele leden plus de vervangsters bijeen te krijgen voor een jamsessie. Het was een van de laatste hoogtepunten in de geschiedenis van de band, want door ziekte moest Carol MacDonald afhaken; ze overleed op 12 maart 2007, de dag waarop artiesten worden ingewijd in de Rock 'n Roll Hall Of Fame. Een half jaar later, op 20 september, kreeg Ginger Bianco, tijdens een prijsuitreiking van de homorechtenorganisatie GLBT Historical Society, een onderscheiding voor haar verdiensten.

Laurie Frink (2013) en Lynx Sheffield (2014) zijn inmiddels ook overleden; Faith Fusillo, naar verluidt transseksueel, worstelt met persoonlijke problemen.

Externe links[bewerken]