Israëlische Westoeverbarrière

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De barrière tussen Hebron en Beër Sjeva. Deze foto is genomen vanuit Israël richting de Westelijke Jordaanoever.

De Israëlische Westoeverbarrière of `Israëlische muur´ is een in 2003 door Israël geplande en deels gebouwde constructie van wegen, hekken, prikkeldraad, muren, greppels, torens en poorten van circa 620 km, langs de groene lijn, in de Westelijke Jordaanoever en in een klein gedeelte door Israël.

De naam van de barrière is zelf onderwerp van discussie. Israël, zijn internationale sympathisanten en andere voorstanders van de bouw van de barrière, gebruiken de naam afscheidingshek en veiligheidshek om de barrière aan te duiden. Palestijnen, hun internationale sympathisanten en andere tegenstanders van de bouw van de barrière, spreken van een "apartheidsmuur". In de media wordt ook de term Israëlische muur of afscheidingsmuur gebruikt.

Aanleiding tot de bouw van de barrière[bewerken]

Israël stelt dat het hoofddoel van de barrière is om terroristen te kunnen weren uit Israëlische steden en dorpen, inclusief soms op de Westelijke Jordaanoever. Daarnaast stelt Israël dat een belangrijk bijdoel is de vermindering van diefstal van auto's, inboedels en agrarische infrastructuur en producten. Ook zou de betonnen muur en gedeeltes van de barrière bedoeld zijn om te voorkomen dat geschoten kan worden op Israëliërs.

Sinds het begin van de tweede intifada pleegden Palestijnen in hun verzet tegen de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever zelfmoordaanslagen op allerlei plekken in Israël, zoals discotheken, pizzeria's en bussen, waarbij burgers gedood werden. Vanaf 29 september 2000 (begin van de tweede Intifada) tot en met 30 juli 2005 kwamen 972 Israëliërs (waaronder 122 kinderen) om het leven. Aan Palestijnse zijde kwamen 3315 mensen om het leven (waaronder 661 kinderen). [1]

Een van de door de Israëlische regering voorgenomen maatregelen om Israëlische burgers te beschermen was de bouw van de Westoeverbarrière.

Sinds het begin van de bouw van de barrière is het aantal terroristische aanslagen in Israël met 90 procent gedaald.[2]

Oppositie tegen de barrière[bewerken]

Muurschildering in Bethlehem met Bijbels visioen: Jeruzalem, stad van vrede, moeder van alle volkeren (Psalm 150)

Volgens de Palestijnse Autoriteit en andere tegenstanders is het doel om gebieden de-facto te annexeren die bij de Palestijnse Autoriteit horen. 30.500 Palestijnen leven op gebied in de Westelijke Jordaanoever, maar worden door de barrière afgesneden van de rest van de bevolking.

Veel Palestijnen zijn door de komst van de barrière afgesneden van hun landbouwgrond, familie of medische zorgen. Voor Palestijnse boeren zijn speciale toegangspoorten gemaakt waardoor ze naar hun landbouwgrond kunnen. Langs deze toegangspoorten worden tweemaal daags slechts gedurende een beperkte periode een door Israëlische militairen gecontroleerde doorgang toegelaten. 244.000 Palestijnen zijn ten minste aan drie kanten ingesloten door de barrière, hierdoor moeten mensen in sommige gevallen uren reizen voor een afstand die voor de komst van de barrière een paar minuten bedroeg. In medische noodgevallen kan die extra reistijd mensenlevens kosten. Wel gelden er specifieke reglementen met betrekking tot de doorgang van medische voertuigen, dit om de kans op het verlies van een mensenleven te minimaliseren.

Volgens een rapport van de Wereldbank uit 2007 heeft de bezetting van de Westelijke Jordaanoever de Palestijnse economie verwoest. Economisch herstel zou de afhankelijkheid van internationale hulp met een miljard dollar per jaar verminderen.

Hoewel Israël beweert in principe vrije doorgang te verlenen aan Palestijnen, kan Israël besluiten om in speciale omstandigheden de poorten gesloten te houden. Ook kan zij aan bijvoorbeeld familieleden van veroordeelde of vermeende terroristen een vergunning voor doorgang weigeren of intrekken.

Bij voltooiing van de afscheiding zal het Palestijnse gebied in de Westelijke Jordaanoever (dat gemarkeerd wordt door de groene lijn) met 20 procent geslonken zijn en door Israël zijn geannexeerd. Daarnaast zal door de afscheiding de Westelijke Jordaanoever zijn opgedeeld in verschillende kleinere deelgebieden die geen contact meer met elkaar hebben. Dit brengt vergaande schade toe aan het Palestijnse economische verkeer.

De barrière is in Bethlehem maar ook elders een object geworden waarop met graffiti en muurschilderingen, internationale artiesten zoals de Brit Banksy, maar ook jongerengroepen en pelgrims hun protest tegen de scheiding op creatieve wijze tot uitdrukking brengen.

De opbouw van de barrière[bewerken]

De Westelijke Jordaanoever met de route van de barrière (mei 2005)

De precieze ligging van de barrière staat nog niet definitief vast. De barrière volgt op bepaalde plekken de groene lijn van het wapenstilstandsakkoord van 1949, maar op andere plekken dringt zij diep (tot 20 kilometer[3]) in de Palestijnse gebieden in om bijvoorbeeld joodse nederzettingen in te sluiten.

Langs het grootste gedeelte is de barrière een hek, voorzien van prikkeldraad, een greppel van vier meter diep en op regelmatige afstand een controlepost van het Israëlische leger. In steden als Jeruzalem en Qalqiliya is de barrière een zes à tien meter hoge muur, die net als de voormalige Berlijnse Muur soms wijken doorsnijdt. Ook Bethlehem is inmiddels bijna geheel ommuurd. Van het in september 2005 voltooide gedeelte (213 kilometer) is het voornaamste verticale bouwwerk voor 7,7% muur en voor de rest hek. De voltooide barrière zal voor minder dan 5% uit muur bestaan en voor meer dan 95% uit hek. Aan Palestijnse kant wordt hierover gezegd, dat een hekwerk gemakkelijker kan worden verplaatst in het kader van een flexibele confiscatiepolitiek van het land op de Westbank ten gunste van de settlers en dat de Apartheidsmuur past binnen een strategie om de gehele Palestijnse bevolking van Westbank in ommuurde steden bijeen te brengen, ten einde zo meer druk uit te oefenen om ze definitief uit Palestina te doen vertrekken.

Israëliers kunnen meestal zonder problemen een vergunning krijgen om de barrière te passeren, maar Palestijnen ondervinden hier vaak problemen mee. Sommigen wordt zonder opgave van reden een vergunning geweigerd, zodat het voor deze groepen moeilijk of onmogelijk wordt om bijvoorbeeld familie aan de andere zijde te zien.

De kosten van bouw wordt geraamd op 2 tot 2,8 miljard Amerikaanse dollar. Volgens critici maken deze kosten het niet aannemelijk dat Israël de op volgens hun ingenomen naadzone (seamzone) zal teruggeven.

Op 22 februari 2004 is Israël begonnen een gedeelte van acht kilometer van de barrière te verwijderen. De barrière wordt hierdoor niet onderbroken: inmiddels is een grotere omsluiting klaar. Ook heeft de Israëlische regering besloten geen noord-zuid barrière door de Jordaanvallei te bouwen.

In Israël is de geldigheid van een bepaald traject door het Israëlische hooggerechtshof onderzocht. Deze oordeelde op 29 juni 2004 dat een gedeelte van 30km ten noordwesten van Jeruzalem niet aangelegd mag worden.

In Jeruzalem komt het grootste gedeelte van de Palestijnse bevolking ten westen van de barrière te wonen en een klein gedeelte aan de oostkant. Onroerendgoedprijzen in de wijken die ten oosten komen te liggen zijn sterk gedaald; inwoners verhuizen zowel naar overwegend Arabisch als joodse wijken. Onroerendgoedprijzen aan de westzijde van de barrière zijn echter gestegen. 216.000 Palestijnen in Oost-Jeruzalem zijn door de barrière afgesloten van de rest van de Palestijnse bevolking op de Westelijke Jordaanoever.

In september 2007 bepaalde het Israëlische hooggerechtshof dat het traject bij Bil'in, op de Westelijke Jordaanoever, verplaatst moest worden. Op 11 februari 2010 begon het leger met de werkzaamheden voor de verplaatsing, die ervoor moet zorgen dat de bewoners van Bil'in en omstreken een deel van de landbouwgrond (140 hectare) terugkrijgen die ze waren kwijtgeraakt. Bil'in was in de loop der jaren tot een symbool geworden van protesten tegen de veiligheidsafscheiding.

De internationale gemeenschap over de barrière[bewerken]

In oktober 2003 werd een ontwerpresolutie van de Verenigde Naties Veiligheidsraad, die de bouw van de barrière illegaal zou verklaren waar deze afwijkt van de groene lijn, verworpen door een veto van de Verenigde Staten. Dezelfde resolutie werd in december 2003 aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties voorgelegd, die deze met overgrote meerderheid aannam (vier landen stemden tegen en twaalf onthielden zich van stemming). Deze laatste niet-bindende resolutie stelt dat Israël zou moeten stoppen met de bouw en dat zij de reeds gebouwde gedeeltes weer weghaalt. Hierna werd aan het Internationaal Gerechtshof een advies-oordeel over de barrière gevraagd.

Van januari tot juli 2004 boog het Internationaal Gerechtshof in Den Haag zich over de legaliteit van de barrière. Israël betwistte de juridische geldigheid van de procedure en onthield zich van "verdediging". De meeste westerse landen, waaronder de Verenigde Staten en de Europese Unie, verleenden geen medewerking aan het Hof. Deze waren van mening dat de kwestie politiek en niet juridisch moest worden opgelost. In haar advies-oordeel van 9 juli 2004 achtte het Hof de bouw van de barrière een schending van internationaal recht en concludeerde dat de barrière afgebroken moest worden en dat er schadevergoedingen moeten worden betaald aan benadeelde Palestijnen.[4] Israël en de Verenigde Staten verwierpen de uitspraak, en de Europese Commissie vond dat de barrière slechts gedeeltelijk afgebroken moest worden. Israël stelde dat het Internationaal Gerechtshof door middel van de uitspraak het plegen van aanslagen op het land sanctioneert.[5]

Op 20 juli 2004 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties opnieuw een resolutie aan die de uitspraak van het Hof ondersteunde en zodoende de barrière illegaal achtte. 150 landen stemden voor de resolutie, 6 landen tegen en 10 landen onthielden zich van stemming. Tegen stemden Israël, de Verenigde Staten, Australië, Micronesië, de Marshalleilanden en Palau. Ook deze resolutie is niet-bindend en Israël kondigde aan door te gaan met de bouw.

Alle 25 landen van de Europese Unie stemden deze keer unaniem vóór de resolutie. Dat hield o.a. in "dat zij de verplichting hebben om de illegale situatie niet te erkennen die voortvloeit uit de constructie van de barrière en om geen hulp of bijstand te verlenen in het handhaven van de situatie die geschapen is door de bouw ervan".[6] De Europese Unie heeft hier in de praktijk echter geen consequenties aan verbonden.

Ook het Rode Kruis heeft zich uitgesproken dat de bouw van deze barrière strijdig is met de Conventies van Genève. Amnesty International verklaarde op 19 februari 2004 dat de barrière een schending is van het internationaal recht en bijdraagt aan ernstige mensenrechtenschendingen.[7] Ook Human Rights Watch en vele andere andere mensenrechtenorganisaties hebben zich tegen de Israëlische barrière uitgesproken en steunen de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof en de VN-resoluties.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties