Ius commune

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Ius commune of Jus commune of Gemeen recht wordt tegenwoordig vooral gebruikt als aanduiding van het Romeins-canonieke recht, zoals dit vanaf de 11e eeuw tot en met de Vroegmoderne Tijd in geheel Europa onderwezen werd. Door de moderniserende receptie van de glossatoren en postglossatoren werd het ius commune de basis voor het burgerlijk recht van het Europese vasteland. Pas door de codificaties van de 18e en 19e eeuw werd deze belangrijke rol afgelost door nationale burgerlijke wetboeken. Het continentale ius commune wordt soms ook aangeduid als "geleerd recht", omdat het steeds met de academische context verbonden was. Hoewel de Engelse term common law letterlijk vertaald ook ius commune of gemeen recht betekent, moet men deze twee niet verwarren: het Engelse common law is juist niet gebaseerd op een gemeenschappelijk Europees recht.

Romeins Recht[bewerken]

Het Romeins recht maakte deel uit van het ius commune. Het Romeinse Rijk had in de Oudheid een hoogontwikkeld rechtssysteem ontwikkeld, dat via het Corpus Iuris Civilis overgeleverd was.

In de tijd van de Grote Volksverhuizing raakten belangrijke delen van het Romeins Recht in vergetelheid. Vanaf de elfde eeuw werd veel daarvan opnieuw ontdekt en wetenschappelijk bewerkt. Het werk van Irnerius en de stichting van de universiteit van Bologna speelde hierin een belangrijke rol. Doordat het Romeinse recht eeuwenlang bestudeerd werd door aankomende juristen werd het algemeen bekend.

De juristen gingen op heel verschillende gebieden aan het werk. Het Romeinse Recht dat ze bestudeerd hadden, werd allengs meer en meer toegepast, waardoor het in toenemende mate het lokale gewoonterecht begon te verdringen en te beïnvloeden. Dit proces wordt de receptie van het Romeinse recht genoemd. Hierbij werd het Romeinse recht in het algemeen niet rechtstreeks toegepast, maar speelden ook gezagrijke commentaren zoals de Glossa ordinaria van de glossator Accursius en de commentaren van de postglossator Bartolus de Saxoferrato.

Canoniek recht[bewerken]

Ook het canonieke recht wordt tot het ius commune gerekend. De katholieke Kerk had in de Middeleeuwen en de Vroege Middeleeuwen een belangrijke rol in het rechtspreken. Hieruit ontstond een omvangrijk eigen kerkelijk recht, dat in het Corpus Iuris Canonici, in veel opzichten gebaseerd op het Romeins Recht, werd samengebracht. Op juridische faculteiten werd naast het Romeins Recht dus ook altijd het canoniek recht onderwezen. Om deze reden spreekt men in de volksmond nog steeds over een studie "rechten".

Lokaal gewoonterecht[bewerken]

De tegenhanger van het ius commune of gemeen recht, dat van gelding was voor de meeste inwoners van Europa, was het lokale gewoonterecht. Dit gewoonterecht was - in tegenstelling tot het Romeins recht en het canoniek recht - niet schriftelijk vastgelegd. Het bestond bij de gratie van een geleefde rechtsovertuiging. Er moest dus enerzijds de langdurige gewoonte bestaan (longa consuetudo of usus), bovendien moest deze gewoonte op een rechtsovertuiging stoelen (opinio necessitatis). Het gewoonterecht verschilde van gebied tot gebied. Officieel had het gewoonterecht primaire gelding, terwijl het ius commune een subsidiaire rol had. In de praktijk kreeg het ius commune vaak een belangrijker rol dan het gewoonterecht. Dit had twee oorzaken. Enerzijds moest de gelding van het ongeschreven gewoonterecht bewezen worden, wat niet eenvoudig was. Daarom kon men zich beter op het geschreven gemene recht beroepen. Daarenboven werd door veel juristen het gewoonterecht restrictief uitgelegd, terwijl het ius commune een extensieve uitleg kreeg. Dat hield in dat het gewoonterecht slechts dan op een situatie van toepassing was wanneer deze exact aan de voorwaarden van het gewoonterecht voldeed. Aangezien dit zelden het geval was, kwam men in de meeste gevallen dus bij het ius commune uit.

Receptie[bewerken]

De receptie van het ius commune ging zeer langzaam. Het canonieke recht werd van meet af aan toegepast door de kerkelijke instellingen. Dat gold niet voor het Romeinse Recht. Hoewel dit aan alle universiteiten onderricht en onderzocht werd, werd aan de niet-kerkelijke rechtbanken aanvankelijk vooral het lokale gewoonterecht toegepast. Hier verliep de verandering dus zeer langzaam. Een belangrijke stap was de oprichting in 1495 van het Rijkskamergerecht als hoogste rechtsorgaan in het Heilige Roomse Rijk. Dit centrale gerecht, dat heeft bestaan tot 1806, hanteerde het ius commune als primair recht, terwijl het gewoonterecht alleen een aanvullende functie had. Vanaf de zestiende eeuw werd het gemene recht in bijna geheel Europa gesproken, behalve in Engeland dat zijn eigen common law behield.

Opkomst van nationale rechtsstelsels[bewerken]

Vanaf de zestiende eeuw ziet men dat lokale rechtsgewoonten weer sterker worden. In het tijdvak van de usus modernus ("modern gebruik" van het Romeins Recht) ziet men nationale varianten van het ius commune ontstaan, zoals in Nederland het Rooms-Hollands recht, in Duitsland het Rooms-Duits recht, enzovoorts. Toch was in deze nationale varianten de invloed van het ius commune nog steeds zeer sterk.

De nationale versplintering ging verder in het tijdperk van de Verlichting, die de kritische rede stelde tegenover het historisch gegroeide ius commune. Bovendien begonnen landen zelf hun recht te codificeren. Dit resulteerde in de Code Napoléon, dat nog steeds van kracht in België, het Nederlandse Burgerlijk Wetboek van 1838, en uiteindelijk ook het Duitse Bürgerliches Gesetzbuch in 1900. Omdat deze wetboeken zijn geschreven tegen de achtergrond van het ius commune kan men toch nog steeds stellen dat het gemene recht hier een gemeenschappelijk basis van vormt.

Een van de laatste gebieden waar een meer oorspronkelijke vorm van het ius commune nog geldt, is Zuid-Afrika, waar het Rooms-Hollands recht als Nederlandse variant van het gemene recht, nog altijd een rol speelt, zij het dat het Engelse common law hier inmiddels ook grote invloed heeft gekregen.

Common law[bewerken]

Letterlijk betekent common law ook gemeen recht of ius commune. Het is echter een geheel ander rechtssysteem dan het Europese gemeenschappelijke ius commune. Omdat de Normandische koningen van Engeland al in een zeer vroeg stadium de rechtseenheid bevorderen door overal koninklijke rechtspraak toe te passen, kende Engeland al zeer vroeg een eigen gemeenschappelijk recht. Daardoor was het minder vatbaar voor de triomftocht die het Romeinse Recht later op het Europese vasteland zou maken. Dit geldt niet voor Schotland. De Schotten namen wel het Europese ius commune over.

Met het grote invloed die Engeland als grootste kolonisator ten tijde van het imperialisme heeft gekregen, is uiteindelijk dit "lokale" common law ook wereldwijd zeer invloedrijk geworden, met name in de landen van de Britse Gemenebest.