Ivan de Veenboer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nabij de Poezenkaap tussen Almeria en Cartagena werden de acht schepen van Veenboer ontdekt. De Algerijnse zeerovers verloren 200 man tijdens de slag en de Veenboer liet zelf het leven, nadat zijn been was afgeschoten.

Ivan de Veenboer, Soliman-reys (Sulayman Reis) of Slemen Reis (Hoorn - Middellandse Zee nabij Cartagena (Spanje) of Cabo de Gata, 10 oktober 1620)[1] [2] [3] was een Hollandse kaper, piraat en grootadmiraal van het Ottomaanse rijk. Onderzoek in zijn geboortedorp zou hebben bevestigd dat zijn naam Ivan Dirkie de Veenboer was. De titel Soliman-reys ("reys" staat voor admiraal) kreeg hij van de Grootheer van Algiers in 1616 of 1617, nadat hij zich in 1607 of 1609 had bekeerd tot de islam.[4]

Van kaper tot piraat tot admiraal[bewerken]

De Veenboer begon in 1606 zijn carrière als schrijver onder Simon de Danser en heeft bij hem het vak van kaper geleerd. Hij had al gauw door dat de grootste rovers aan wal zaten en besloot om voor eigen rekening te gaan kapen. Hij roofde het jacht van schipper "Abbe van Winsen van Vlissingh", maar zette de bemanning op Chios aan land. Hij was zeer succesvol in de roverij en de bovengenoemde Grootheer van Algiers kreeg van hem een zijden kaftan ten geschenke die erg in de smaak viel. Hij stelde De Veenboer aan als grootadmiraal van het Ottomaanse rijk.[5]

Helaas dachten de heren "Staten" daar anders over, want iedere Hollandse kaper die voor een paar grijpstuivers aan prijsgeld zeeroof bedreef in naam van "de vlagh" en ten voordele van de "Edelachtbare heren" was een eerbiedwaardige zeeheld. Maar degene die zelf profiteerde van zijn kunnen was natuurlijk een ondankbare schurk, en als de winst ook nog eens naar de andere baas ging, was dat natuurlijk onvergeeflijk. Daarom was voor De Veenboer een terugkeer naar zijn geliefde Holland en met name Hoorn bij voorbaat kansloos. Dit beseffende heeft De Veenboer de dubieuze streken van de consul verdragen, omdat dit zijn enige kans was op een pardon.

De "princevlagh"[bewerken]

Als admiraal van de Turkse vloot was het moeilijk om zich afzijdig te houden als er gestreden werd tegen Hollandse schepen, maar als die veroverd waren kregen de Hollanders, Friezen en Zeeuwen de keuze tussen varen met ons, of als slaaf verkocht worden. Opvarenden van Franse, Engelse schepen of andere nationaliteiten werden als slaaf verkocht. Met de opvarenden van Spaanse schepen maakte hij korte metten, die werden zonder pardon overboord gezet. Hij had trouwens de door niet iedereen gewaardeerde gewoonte om schepen die de Spaanse vlag voerden zonder meer aan te vallen, en geen rekening te houden met de sterkte of aantallen van die schepen, en heel bijzonder is dat als hij dat deed, hij de "princevlagh" (oranje-wit-blauw) liet aanslaan.

Bontekoe[bewerken]

Dat Soliman-reys een zwak had voor zijn vroegere landgenoten blijkt onder meer uit de volgende gebeurtenis. Schipper Willem IJsbrantsz. Bontekoe, wiens journaal over zijn onfortuinlijke zeereis naar Indië later een bestseller zou worden, werd tijdens een reis naar Spanje in 1617 overvallen door Barbarijse zeerovers en meegevoerd naar Algiers. Hij werd samen met zijn broer voor 750 zilverstukken vrijgekocht door Soliman-reys en ontkwam zo aan een ellendig slavenbestaan. Zij keerden - zonder schip - naar het vaderland terug.

Zijn laatste dag[bewerken]

Nogmaals Cabo de Gata

Over het einde van De Veenboer bestaat geen twijfel, het relaas hierover is van de hand van "Capeteyn David Pietersz. de Vries" van Hoorn, die terugkwam van een tocht naar New Foundland met een lading stokvis aan boord.

Bronnen[bewerken]

Het meeste wat wij vandaag de dag weten van de Veenboer komt van de brieven die zijn geschreven door Wynant de Keyser van Bollandt die in 1616 naar Algiers vertrok als consul. Deze diplomaat werd door de zeeman, koopman en onderhandelaar "Moy Lambert" omschreven als "iemand dey onse natie geen goet en doen sal"; de volgende jaren bewezen het gelijk van Moy Lambert, en de beweringen van "Wynant" moeten dus met enige reserve worden bekeken. De brieven van Weynant en het verslag van David Pietersz. de Vries zijn bewaard gebleven in het nationaal archief. Deze zijn nauwkeurig onderzocht en in 1964 beschreven door de historicus en schrijver Dick Dreux.

Literatuur[bewerken]

  • Dick Dreux - De boekaniers - N.V. De Arbeiderspers, Amsterdam 1964.
  • Vrijman, L.C. Kaapvaart en zeeroverij. Amsterdam: L.C. Vrijman, 1938
Bronnen, noten en/of referenties