Isaak (aartsvader)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Izaäk (aartsvader))
Ga naar: navigatie, zoeken
Een engel weerhoudt Abraham ervan zijn zoon Isaak te doden. Schilderij uit 1635 van Rembrandt van Rijn.

Isaak, ook wel gespeld als Izaäk, Izak of Jitschak (Hebreeuws: "יִצְחָק" ) (Arabisch: "اسحاق" ʾIsḥāq), is de tweede aartsvader en de enige zoon die Abraham bij zijn vrouw Sara kreeg. Hij is de vader van Jakob en Esau (Genesis 21:26). Hij zou op de berg Moria (Tempelberg) door zijn vader geofferd worden in opdracht van God, maar werd door de tussenkomst van een engel gered. Hij wordt in de Bijbel als een nomadenvorst voorgesteld. Tevens komt hij verschillende malen in de Koran voor.

Isaak werd van de aartsvaders het oudst en was de enige aartsvader wiens naam niet gewijzigd werd. Hij was tevens de enige van de aartsvaders die Kanaän nooit heeft verlaten, alhoewel hij dit eenmaal probeerde, maar door God werd teruggeroepen. Vergeleken met andere aartsvaders uit de Bijbel, is de levensloop van Isaak minder kleurrijk, er worden weinig details omtrent zijn leven vermeld.

Etymologie[bewerken]

De naam Isaak is een vertaling van de Hebreeuwse term Jitschak, in de letterlijke betekenis hij lachte of hij zal lachen. De term is in overeenstemming met een bekend noordwest Semitische taal, maar wordt niet teruggevonden in andere taaltypes. De naam verwijst volgens sommigen naar de welwillende glimlach van de Kanaänitische god El, zoals beschreven in Ugaritische teksten uit de 13e eeuw v.Chr.. De Bijbel refereert echter eerder aan Isaaks moeder Sara dan aan deze godheid.[1] De reden van Sara's lach was dat zij, door Gods beschikking, ondanks haar hoge leeftijd en onvruchtbaarheid, toch nog een kind mocht krijgen.[2][3]

Levensloop[bewerken]

Toen God aan Abraham en Sara de geboorte van Isaak aankondigde, lachte Sara daar heimelijk om. Ze was namelijk ver over de vruchtbare leeftijd, en de voorspelling leek dan ook onmogelijk. Toen het kind echter geboren was, sprak ze: "God deed me lachen, opdat iedereen die het hoort met mij zou lachen".[4]

Abraham besneed zijn zoon Isaak toen deze acht dagen oud was. Toen het kind niet langer gezoogd hoefde te worden werd door Abraham een groot feest gegeven.[5]

Isaak was het enige kind van Abraham en Sara. Toen Sara zag dat Ismaël, het kind dat Abraham eerder bij haar slavin Hagar had verwekt, spottend om Isaak lachte, drong zij er bij haar echtgenoot op aan Ismaël en zijn moeder te verbannen, zodat Isaak de enige erfgenaam van Abraham zou worden.[6] Abraham twijfelde, doch God droeg hem op de wens van zijn vrouw in te willigen.

Jaren later stelde God Abraham op de proef. Hij droeg hem op zijn zoon aan Hem te offeren.[3] Abraham gaf gevolg aan dit verzoek en nam Isaak mee naar de berg Moria.[7] Zonder tegenstand liet Isaak zich door zijn vader vastbinden en als offer op het altaar leggen. Abraham nam zijn mes en hief zijn hand op om zijn zoon te doden, maar op het laatste moment verijdelde een engel deze daad. In plaats van Isaak, offerde Abraham een ram, dat verstrikt was geraakt in dichtbijgelegen struikgewas.

Toen Isaak de leeftijd van 40 jaar had bereikt, zond Abraham Eliëzer naar Paddan-Aram om voor zijn zoon een vrouw te zoeken. Uiteindelijk werd een geschikte kandidate, Rebekka, gevonden en zij trouwde met Isaak. Zij bleek echter geen kinderen te kunnen krijgen. Isaak bad tot God om haar vruchtbaar te maken, hetgeen verhoord werd. Rebekka schonk vervolgens het leven aan een tweeling: Esau en Jakob. Isaak trok meer naar Esau, Rebekka meer naar Jakob.

Enkele jaren later dwong een hongersnood Isaak naar Gerar te verhuizen, waar Abimelech koning was. Hij refereerde aan Rebekka als zijn zus, net zoals Abraham onder gelijkaardige omstandigheden had gedaan, door zijn vrouw Sara voor zijn zus door te laten gaan. Toen Abimelech hierachter kwam, berispte hij Isaak wegens bedrog.

Toen Isaak heel rijk werd en zijn kudde zich vermenigvuldigde, werden de Filistijnen van Gerar zo jaloers dat ze alle waterputten die door Isaaks bedienden waren uitgegraven, weer opvulden. Gehoor gevend aan Abimelechs wens, vertrok Isaak en zette zijn tent opnieuw op in de vallei van Gerar, waar hij nieuwe waterputten groef, maar opnieuw werd hij voor moeilijkheden gesteld. Na een tijd keerde hij terug naar Beër Sjeva, waar hij zijn woonstede opknapte. Hier verscheen de Heer voor hem, en Hij vernieuwde de belofte aan Isaak hem te zegenen. Ook bezocht Abimelech hem om een alliantie te vormen.

Isaak bereikte een respectabele leeftijd (137 jaar) en werd volledig blind. Hij riep Esau, zijn oudste zoon, en vroeg hem op jacht te gaan en een hert te schieten, zodat hij daarvan kon eten, waarna hij Esau wilde zegenen. Maar terwijl Esau op jacht was, gebruikte Jakob, met medewerking van zijn moeder, Rebekka, een list, door zich voor te doen als Esau, zonder dat zijn blinde vader het doorhad. Hierdoor gaf Isaak aan Jakob de zegen, en maakte hem zo tot belangrijkste erfgenaam, terwijl Esau het nakijken had.

Isaak stierf, 180 jaar oud, te Mamre bij Kirjat-Arba, nu Hebron, waar ook zijn vader en moeder waren gestorven. Hij werd door zijn beide zoons, die zich inmiddels met elkaar hadden verzoend, begraven.

Bijbel[bewerken]

Isaak wordt meer dan 70 maal vermeld in het boek Genesis, maar dit buiten beschouwing gelaten verschijnt hij slechts 33 maal op andere plaatsen in de Bijbel. De frase "Abraham, Isaak en Jakob" wordt 23 maal in de Bijbel vernoemd. Het verhaal van Isaak wordt vermeld in de hoofdstukken 17-28 in het boek Genesis. Historici en academici op gebied van linguïstiek en bronkritiek geloven dat de verhalen over Isaak grotendeels tot J toebehoren (zie ook documentaire hypothese). Men gelooft echter dat het begin van Genesis 17:15-27 en het einde, van Genesis 27:46 tot Genesis 28:9 tot P, of Priesterlijke bron, toebehoren, terwijl Genesis 21:1-7 en Genesis 22:1-19 aanvaard wordt als zijnde van E, of Elohist bron.[8][9]

Joodse tradities[bewerken]

In joodse tradities wordt de ouderdom van Isaak op het moment van het offeren verondersteld 37 jaar te zijn, hetgeen contrasteert met de gangbare afbeeldingen van Isaak als kind. Deze gangbare afbeeldingen lijken niet juist, gezien het feit dat God nadrukkelijk kinderoffers verbiedt (zie bijvoorbeeld Leviticus 18:21 en 20:2-5.) De Joodse uitleg over Isaäks leeftijd lijkt meer juist, en het westerse denken over deze scene is gekleurd door de verkeerde prentjes. De rabbijnen dachten ook dat de reden van Sara's dood het nieuws was van het beoogde offer van Isaak. Het offeren van Isaak werd geciteerd in smeekbeden voor Gods genade in latere joodse tradities.[10] De na-Bijbelse joodse interpretaties weiden vaak uit over Isaaks rol, de Bijbelse beschrijvingen overstijgend en focussen sterk op Abrahams beoogde offer van zijn zoon, de aqedah genoemd. Volgens een van deze interpretaties liet Isaak het leven tijdens het offer en werd weer tot leven gewekt. Volgens vele verklaringen van de haggada, was het Satan die Isaak testte, en niet God (in tegenstelling tot wat in de Bijbel beschreven staat).[11] Isaaks welwillendheid om Gods wil te volbrengen ten koste van zijn leven, was een model voor vele joden die het martelaarschap prefereerden boven het overtreden van de joodse wet.

Volgens de joodse traditie voerde Isaak het namiddaggebed in. Deze traditie is gebaseerd op Genesis 24:63.

Isaak was de enige aartsvader die gedurende zijn hele leven in Kanaän bleef, en hoewel hij tijdens een hongersnood naar Egypte scheen te willen, werd hem door God verteld dit niet te doen (Genesis 26:2). Joodse tradities verklaren dit omwille van het feit dat Isaak bijna werd geofferd, en alles gewijd als offer mag het Land van Israël niet verlaten.

Joodse literatuur verbond ook Isaaks blindheid (op latere leeftijd) met het offer: zijn ogen werden blind omwille van het feit dat de tranen van de engel, die tijdens zijn offer aanwezig was, op zijn ogen vielen.

Het Nieuwe Testament[bewerken]

Het Nieuwe Testament bevat weinig verwijzingen naar Isaak. Er zijn verwijzingen naar de offering van Isaak en het zegenen van zijn zonen. Paulus contrasteerde Isaak, die het christendom symboliseert, met de oudere, uitgestoten zoon Ismaël, die het jodendom symboliseert (zie Gal 4:21-30).[12]

In de vroeg-christelijke Kerk was Abrahams gehoorzaamheid aan Gods Woord om Isaak te offeren, een voorbeeld van geloof en gehoorzaamheid. Terwijl de brief aan de Hebreeën de verlossing van Isaak van het offer analoog stelt aan de verrijzenis van Jezus Christus, dateert het idee dat het offer van Isaak wordt beschouwd als voorloper van het offer van Jezus aan het kruis, reeds van het einde van de eerste eeuw na Christus. Het verscheen voor het eerst in het apocriefe brief van Barnabas en was later een belangrijk thema voor vele vermaarde artiesten.

Isaak in de islam[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Ishaq voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Stamboom[bewerken]

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Terach
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Sara
 
 
 
Abraham
 
Nachor
 
Haran
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Milka
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Betuël
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Isaak
 
 
 
Rebekka
 
Laban
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Esau
 
Jakob
 
Lea
 
Rachel
 
 

Tijdlijn[bewerken]

Volgens de Bijbelse tijdlijn is Isaak in 1938 v.Chr. geboren. Hij trad in 1898 v.Chr. in het huwelijk met Rebekka. Hij overleed in 1758 v.Chr..

Referenties[bewerken]

  1. Encyclopedia of Religion, Isaac
  2. Britannica Encyclopedia, Sarah
  3. a b Jewish Encyclopedia, Isaac
  4. Genesis 21:6 NBV
  5. M.G. Easton, Illustrated Bible Dictionary, 3rd ed., Isaac
  6. The New Encyclopedia of Judaism, Isaac
  7. Catholic Encyclopedia, Isaac
  8. Eerdmans Dictionary of the Bible, Isaac, p.647
  9. Encyclopedia of Christianity (Ed. John Bowden), Isaac
  10. Britannica Encyclopedia, Isaac
  11. Brock, Sebastian P., Brill's New Pauly, Isaac
  12. Galaten 4:21-30 NBV