Józef Cebula

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jozef Cebula (Malnia, 23 maart 1902 - Mauthausen, 9 mei 1941) was een Pools geestelijke. Tijdens zijn studies in Opole kreeg Cebula tuberculose en genas op wonderbaarlijke wijze na een bezoek aan het heiligdom van de oblaten van de Onbevlekte Maagd Maria. Hij vertelde zijn verhaal aan de oblaat Jan Pawolek, die hem aanzette ook lid te worden van deze congregatie. In 1927 werd hij priester gewijd. Hij doceerde aan het seminarie van Lubliniec en werd er superior. Nadien werd hij superior en novicenmeester in Markowice. Onder de bezetting beschermde hij de kerkbeelden van Markowice tegen hun mogelijke ontheiliging. In mei 1940 werd hij door de Duitsers opgepakt en belandde hij in het concentratiekamp van Dachau, die een afdeling voor geestelijken had. In april 1941 werd hij gesnapt toen hij de communie aan een zieke bezorgde en werd naar het concentratiekamp van Mauthausen overgebracht, waar hij twee weken later door een kampbewaker werd doodgeschoten, onder het voorwendsel dat hij trachtte te ontsnappen. Jozef Cebula werd in 1999 zalig verklaard door paus Johannes Paulus II als één der 108 Poolse martelaren van de Tweede Wereldoorlog. Zijn feestdag is op 9 mei.