Jürgen Partenheimer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jürgen Partenheimer (links) en Cees Nooteboom, Bad Homburg in 2005.
Jürgen Partenheimer, Stedelijk Museum Amsterdam, 1997
Jürgen Partenheimer, Weltachse V, installatie Gemeentemuseum Den Haag, 1999
Jürgen Partenheimer, CGAC, Santiago de Compostella, 1999
Jürgen Partenheimer, China National Museum of Fine Art, Peking, "World Axis", Imperial Archives, Verboden Stad, Peking, 2000
Jürgen Partenheimer, La robe des choses, S.M.A.K, 2002
Jürgen Partenheimer, La caida del humo, São Paulo, 2004

Jürgen Partenheimer (München, 14 mei 1947) is een Duits beeldend kunstenaar.

Hoewel het werk van Partenheimer binnen de traditie van het postminimalisme of de conceptuele abstracte kunst geplaatst kan worden, heeft het er een heel eigen plaats verworven. Dwars tegen alle hedendaagse kunstontwikkelingen in heeft zijn ‘metafysisch abstracte’ kunst zich ontwikkeld tot een onmiskenbaar persoonlijk universum, waarin tekeningen, schilderijen, sculpturen en kunstenaarsboeken hun plaats vinden. Na zijn deelname aan de Biënnale van Parijs in 1980 was zijn werk onder andere te zien op de Biënnale van Venetië, in het Museum of Modern Art in New York, het Stedelijk Museum in Amsterdam, het Gemeentemuseum Den Haag in Den Haag, het IVAM in Valencia, het Fundació Joan Miró in Barcelona, de Kunsthalle in Bern, de Neue Nationalgalerie in Berlijn en het Museum Ludwig in Keulen. In 1986 was hij te gast in het Museum van Hedendaagse Kunst in Gent voor de tentoonstelling 'Signaturen', in 2002 volgde in S.M.A.K. 'La Robe des choses' waarin hij de presentatie van zijn werk aan een nieuw onderzoek onderwierp. Sculpturen zoals zijn Weltachse werden er in nieuwe assemblages of gedemonteerd getoond, tekeningen en schilderijen in nieuwe reeksen of confrontaties samengebracht. Later volgden nog tentoonstellingen in de Pinacoteca del Estado de São Paulo, Museum Ostwall, Dortmund en de Staatliche Kunsthalle Karlsruhe.

Kunstenaarsboeken[bewerken]

Ook het kunstenaarsboek is voor Partenheimer een bewust gekozen uitdrukkingsvorm. Het boek verbindt verschillende media en is zelf een medium. De kunstenaarsboeken van Partenheimer zijn opzichzelfstaande kunstwerken in boekvorm. Zij nemen heel verschillende vormen aan; van Irrawaddy en Die Fliegende Birke waarin het boek een vrijplaats is voor ideeën en er een losse, bijna schetsmatige manier van werken gehanteerd wordt, tot meer prestigieuze boekwerken als Giant Wall, Über den Irrtum en À la rêveuse matière waarin de relatie van tekst en beeld, het samengaan met literatuur geëxploreerd wordt. Deze boeken passen binnen een traditie van een boek als Mattisse's Jazz, meestal aangeduid als 'livre d'artiste', 'livre de peintre' of 'fine-press limited edition'. 'De slapende goden | Sueños y otras mentiras', een livre de peintre met gedichten van Cees Nooteboom en lithografieën van Jürgen Partenheimer, past in deze traditie. Het is een tweetalige uitgave waarin het minimalisme van Partenheimer subliem geplaatst wordt tegenover de meer barokke poëzie van Nooteboom. De kunstenaarsboeken van Partenheimer werden getoond in MOMA (New York), Villa Massimo (Rome) en in SLUB Dresden (catalogus).

Tentoonstellingen[bewerken]

  • 1979 Richard Demarco Gallery, Edinburgh. „ Vom Bild zum Gedankenbild“
  • 1980 Kunsthalle Düsseldorf. „Was sind Sie denn von Beruf?“ (Cat.)
  • 1980 XI.Biennale Paris. Musée d'Art Moderne de la Ville de Paris (Cat.)
  • 1981 XVI.Biennale São Paulo, Nukleus I (Cat.)
  • 1981 Galeria de Arte Moderna, Lissabon, „Arte International“
  • 1981 Stichting De Appel, Amsterdam
  • 1982 Franklin Furnace, New York, „Drawings and Books“
  • 1982 Artists Space, New York
  • 1982 Articule Gallery, Montréal, Canada, „Monument Morale“
  • 1983 Kunstraum München, „Der Weg der Nashörner“ (Cat.)
  • 1983 Leo Castelli Uptown Gallery, New York
  • 1984 Kunstverein Freiburg, Schwarzes Kloster, „Der Umformer“ (Cat.)
  • 1985 Nationalgalerie Berlin,“1945-198 Kunst in der Bundesrepublik Deutschland“ (Cat.)
  • 1985 Kunstmuseum Bern, „Das poetische ABC“ (Cat.)
  • 1985 Galerie van Krimpen, Amsterdam
  • 1986 XLII. Biennale Venetië, Settore Arte Visivi (Cat.)
  • 1986 San Francisco Museum of Modern Art (Cat.)
  • 1986 Galerie Shimada, Yamaguchi, Japan
  • 1986 Galerie Wilma Lock, St.Gallen
  • 1986 Galerie Heike Curtze, Düsseldorf
  • 1987 Lorence Monk Gallery, New York
  • 1987 Galerie Onrust, Amsterdam (Cat.)
  • 1988 Nationalgalerie Berlin, „Verwandlung-Heimkehr“ (Cat.)
  • 1988 Museum van Hedendaagse Kunst, Gent, België (Cat.)
  • 1988 Galerie Erhard Klein, Bonn (Cat.)
  • 1988 Galerie Hans Strelow, Düsseldorf
  • 1989 National Gallery of Art, Washington, „The 1980s“ (Cat.)
  • 1989 Fundació Juan Miró, Barcelona, I Triennale der Zeichnung (Cat.)
  • 1989 Schloß Morsbroich; Kunstmuseum Düsseldorf; Kunstmuseum St. Gallen (Cat.)
  • 1990 Hamburger Kunsthalle „Vasts Apart“ (Cat.)
  • 1990 Kunsthalle Köln, „Individuelle Positionen“ (Cat.)
  • 1900 Galerie Onrust, Amsterdam
  • 1991 Neues Museum Weserburg, Bremen (Cat.)
  • 1991 Dorothy Goldeen Gallery, Los Angeles
  • 1991 Museum of Fine Art, Houston
  • 1992 National Gallery of Art, Washington (Cat.)
  • 1992 Museum Ludwig, Keulen
  • 1992 Elba Benitez Galerie, Madrid
  • 1993 Gemeentemuseum Den Haag, „Horos“ (Cat.)
  • 1993 Städelsches Kunstinstitut, Frankfurt, „Narrow Gates“ (Cat.)
  • 1993 The Grolier Club, New York (Cat.)
  • 1994 The Museum of Modern Art, New York (Cat.)
  • 1994 Museum of Fine Arts, Santa Fe, New Mexico (Kat.)
  • 1994 Staatliche Graphische Sammlung München; Kunstmuseum Bonn (Cat.)
  • 1995 MAC Museo de Arte Contemporaneo, Madrid (Cat.)
  • 1996 Museum Davidsturm, Jerusalem, Israël (Cat.)
  • 1997 Stedelijk Museum Amsterdam, „Cantos“ (Cat.)
  • 1997 Singapore Art Museum, Singapore, „German Art“ (Cat.)
  • 1998 IVAM Centre Julio Gonzalez, Valencia (Cat.)
  • 1998 Staatliche Kunsthalle Karlsruhe (Cat.)
  • 1998 Contemporary Art Museum, Tampa, Florida (Cat.)
  • 1999 CGAC Centro Galego de Arte Contemporanea, Santiago de Compostela (Cat.)
  • 2000 National Museum of Fine Arts, Peking (Cat.)
  • 2000 Fundaçao Centro Cultural de Belém, Lissabon (Cat.)
  • 2001 Galerie Wilma Lock, St.Gallen
  • 2002 S.M.A.K. Stedelijk Museum voor Aktuele Kunst, Gent, België (Cat.)
  • 2003 Galerie Hans Strelow, Düsseldorf
  • 2003 Häusler Contemporary, München
  • 2004 Pinacoteca del Estado São Paulo, Brazilië, „Suave Locoura“ (Cat.)
  • 2004 Museum am Ostwall, Dortmund, „Gentle Madness“ (Cat.)
  • 2004 Royal Hibernian Academy, Dublin (Cat.)
  • 2005 SLUB Dresden, „Künstlerbücher / Artists books“ (Cat.)
  • 2006 Staatliche Kunsthalle Karlsruhe (Cat.)
  • 2006 Galerie Onrust, Amsterdam
  • 2006 Galerie Hans Strelow, Düsseldorf

Literatuur[bewerken]

  • Beatrice v. Bismarck, Franz Kaiser: Jürgen Partenheimer. Ausgewählte Texte, Frankfurt. Edition Cantz, 1993 ISBN 3-89322-539-0
  • Christa Häusler: Partenheimer, Architektur und Skulptur, Hatje Cantz - Reihe Cantz, 1994 ISBN 3-89322-284-7
  • Rudi Fuchs: Partenheimer. Cantos, Amsterdam, 1997 ISBN 90-5006-122-2
  • Juan Manuel Bonet: Jürgen Partenheimer. Cantos y otras mentiras, Valencia. Richter Verlag, 1998 ISBN 84-482-1696-2
  • Klaus Schrenk: Jürgen Partenheimer. Fragmente, Karlsruhe. Richter Verlag, 1998 ISBN 3-928762-86-9
  • Miguel Fernandez Cid: Jürgen Partenheimer. Santiago de Compostela, 1999 ISBN 84-453-2589-2
  • Franz Kaiser: Jürgen Partenheimer. Architecture-Sculpture, Den Haag. Richter Verlag, 2000 ISBN 3-933807-32-8
  • Dieter Ronte: Partenheimer in China. Richter Verlag, 2000 ISBN 3-933807-56-5
  • Jan Hoet: Jürgen Partenheimer. La robe des choses, Gent. Merz Verlag, 2002 ISBN 90-769-7908-1
  • Heinz Althöfer, Bazon Brock: Jürgen Partenheimer. Der Schein der Dinge, Dortmund. Richter Verlag, 2004 ISBN 3-937572-10-4
  • Marcelo M. Araujo: Jürgen Partenheimer. Suave Loucura, São Paulo. Editora Estação Liberdade, 2005 ISBN 85-7448-103-3
  • Klaus Schrenk: Jürgen Partenheimer. Roma - São Paulo, Karlsruhe. Richter Verlag, 2006 ISBN 3-937572-53-8
  • Jürgen Partenheimer: Copan. São Paulo Tagebuch, Karlsruhe, 2006 ISBN 3-925212-65-5

Externe links[bewerken]