J.H. Speenhoff
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Jacobus Hendrikus Speenhoff (Kralingen, 23 oktober 1869 – Den Haag, 3 maart 1945) was een Nederlandse dichter-zanger. Voor de Nederlandse kleinkunst heeft hij een pioniersrol vervuld.
[bewerk] Bekende liedjes
- Het broekie van Jantje
- Brief van een moeder aan haar zoon die in de nor zit
- De schutterij (Ook wel bekend als: Daar komen de schutters)
- Ik hou van alle vrouwen
- Het meisje dat men nooit vergeet (opgenomen: 1907)
- Spotlied op de vegetariërs (opgenomen: 1903)
- De eerste klant (opgenomen: 1906)
- Dorussie uit het armhuis (opgenomen 1911)
- De vrije vrouwen (1904)
[bewerk] Levensloop
Speenhoff werd in Kralingen geboren als zoon van de ongehuwde Magdalena de Jager. Zijn moeder, katholiek en van eenvoudige komaf, trouwde bijna drie jaar na zijn geboorte op 12 juli 1872 met de Rotterdamse protestantse zakenman Jacob Speenhoff. Haar beide kinderen verkregen bij dit huwelijk de naam Speenhoff. Zijn vader begon een bedrijf, dat isolatiemateriaal produceerde voor stoommachines, in Krimpen aan de Lek. In deze plaats groeide Speenhoff op, bezocht er de lagere school en vervolgens de HBS in Rotterdam.[1]
In tegenstelling tot wat veel mensen denken heeft Speenhoff zichzelf nooit Koos Speenhoff laten noemen. Deze voornaam is hem in de volksmond toegedicht. Na een korte periode bij de marine - die hij vanwege een ongeval verlaat - treedt Speenhoff bij zijn vader in dienst als vertegenwoordiger. Hoewel hij in die hoedanigheid half Europa door mag reizen, verveelt het vak hem al snel. Omstreeks 1895 verruilt hij Krimpen aan de Lek voor het mondainere Rotterdam om daar het leven van bohemien te leiden. Uiteindelijk probeert hij van zijn hobby - het schrijven van versjes en liedjes - zijn beroep te maken. Zijn grote doorbraak komt in 1902 als hij in Tivoli te Rotterdam bij een matineevoorstelling van ’t Vrije Tooneel wordt geplaatst om het programma te vullen.
Rond 1903 is Speenhoff, dankzij de ongewone openhartigheid waarmee hij het volkse leven beschrijft en de even ongewone deftigheid waarmee hij zijn liedjes ten gehore brengt, een succesvol varrieté-artiest, die daarnaast ook bekendheid verwerft met het maken van illustraties - bijvoorbeeld bij zijn eigen verzenbundels. Zijn lijfspreuk luidt 't Is anders. Het motto is een treffende illustratie van de verwarring die in de loop van zijn leven rond de deftige volkszanger zal blijven bestaan.
Op 24 augustus 1905 trouwt Speenhoff met Cesarina Prinz. De twee treden gezamenlijk op als de heer en mevrouw J.H. Speenhoff-Prinz.
Hoewel het werk van Speenhoff in brede kring wordt gewaardeerd zijn er ook andere geluiden. Met name in conservatief-Katholieke kring wordt schande gesproken van het 'zedeloze' en 'ontaarde' karakter van Speenhoffs liedkunst. Men valt met name over het gebruik van woorden als sloerie, billen en de uitdrukking stijf-vloeken. Het levert diverse schandalen op die Speenhoff tot held van het vooruitstrevende volksdeel maken.
Op 13 februari 1915 geeft heel kunstminnend Nederland acte-de-presence bij Speenhoffs koperen artiestenjubileum. Er wordt vastgesteld dat de bloemenhulde die Speenhoff bij die gelegenheid wordt gebracht, alle records breekt en in het bijbehorende gedenkboek steken prominenten als Herman Heijermans, Willem Kloos en Henriette Roland Holst de loftrompet over de jubilaris.
Nog datzelfde jaar blijkt dat het jubileum tegelijk een soort afscheidsfeest was. Speenhoff is kennelijk niet met zijn tijd meegegaan en het kunstminnende publiek laat het steeds meer afweten. Eind 1915 veroorzaakt hij ophef doordat hij, als reactie op kritiek uit katholieke hoek, vertelt dat hij zelf katholiek is. De mededeling krijgt steeds meer het karakter van een bekering. Speenhoff zegt zich te schamen voor zijn vroegere werk. Hij kuist zijn oude teksten. Brief van een moeder aan haar zoon die in de nor zit heet vanaf dat moment Brief van een moeder aan haar zoon die in de gevangenis zit; de billen worden beentjes en onzedelijk geachte versregels worden vervangen door minder openhartige varianten.
Of Speenhoffs koerswijziging het gevolg is van nieuwe morele inzichten, of dat hij probeert meer optredens voor katholieke ontspanningsverenigingen te krijgen, blijft onduidelijk. In elk geval is hij vanaf dat moment voor velen het mikpunt van spot. In de loop der jaren ontwikkelt hij zich tot een verbitterde conservatief die regelmatig klaagt over het gebrek aan serieuze erkenning voor zijn werk.
In de jaren dertig doet Speenhoff een aantal antisemitische uitspraken en tijdens de oorlogsjaren doet het gerucht de ronde dat Speenhoff lid van de NSB is geworden. De naam Speenhoff wordt namelijk regelmatig genoemd in het pro-Duitse radioprogramma Het Zondagmiddagcabaret van Paulus de Ruiter (waaraan ook Jacques van Tol meewerkt.) Het is echter niet Speenhoff of zijn vrouw Cesarina, maar hun dochter Ceesje Speenhoff die in het programma optreedt. Speenhoff heeft zich altijd van de politieke activiteiten van zijn dochter gedistantieerd.
Vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog is Speenhoff een van de doden die vallen bij het bombardement op het Haagse Bezuidenhout. Hij wordt onder geringe belangstelling begraven op Crooswijk te Rotterdam. Zijn vrouw raakt bij het bombardement gewond en overlijdt een jaar later.
| Bronnen, noten en/of referenties: |
|

