Jacob I van La Marche
| Jacob I van La Marche | ||
| 1319-1362 | ||
| Graaf van Ponthieu | ||
| Periode | 1351-1360 | |
| Voorganger | Frans kroondomein | |
| Opvolger | Edward III van Engeland | |
| Graaf van La Marche | ||
| Periode | 1342-1362 | |
| Voorganger | Lodewijk | |
| Opvolger | Peter I | |
| Vader | Lodewijk I van Bourbon | |
| Moeder | Maria van Avesnes | |
Jacob I van La Marche (1319 - 6 april 1362) was de tweede (volwassen) zoon van Lodewijk I van Bourbon en van Maria van Avesnes.
In 1342 ontving hij als erfdeel La Marche. In 1349 werd hij kapitein-generaal van Langudeoc, ontving in 1351 het graafschap Ponthieu en werd in 1354 connétable van Frankrijk.
Jacob nam deel aan de Slag bij Poitiers van 1356 en werd door de Engelsen gevangengenomen en vrijgelaten bij het verdrag van Brétigny (Brétigny is een dorp bij Chartres), waarbij ook Ponthieu aan de Engelsen toekwam. De gesloten vrede bleek maar een labiel karakter te hebben. Talrijke huurlingenbendes teisterden het land. Een campagne om de vrije maatschappijen aan te pakken, mondde uit in de slag bij Brignais, waarbij zowel Jacob als zijn oudste zoon Peter dodelijk gewond geraakten.
Jacob was in 1355 gehuwd met Johanna, dochter van Hugo van Châtillon, en werd de vader van:
- Isabella (1340-1371), gehuwd met burggraaf Lodewijk II van Beaumont-au-Maine en met graaf Burchard VII van Vendôme,
- Peter I (1342-1362)
- Jan I (1344-1393)
- Jacob I van Bourbon-La Marche (1346-1417), gehuwd met Margaretha van Preaux.
| Voorganger: Charles de La Cerda |
Connétable van Frankrijk 1354-1356 |
Opvolger: Gautier de Brienne |