Jacob Jan Cremer
Jacob(us) Jan Cremer (1 september 1827, Arnhem – 5 juni 1880, Den Haag) was een Nederlandse 19e eeuwse prozaschrijver en voordrachtskunstenaar. Hij schreef naast de bestsellers "Over-Betuwsche novellen" en " Nieuwe Over-Betuwsche novellen" ook enkele romans, gedichten en toneelstukken. De novellen spelen zich met name af in het Betuwse Driel, en zijn in het Betuws dialect geschreven.
Zijn betrokkenheid bij het toneel was groot, waardoor in Haarlem er nog steeds een toneelgezelschap met zijn naam is. Als schrijver en voordrachtskunstenaar was hij de eerste auteur in Nederland die volledig van zijn werk kon leven. Enkele werken zijn: Toneelspeelers, Anna Rooze, Hanna de Freule.
J.J. Cremer was tevens in zijn jonge jaren tekenaar, schilder.
Fabriekskinderen [bewerken]
Cremer was fel tegen kinderarbeid. In 1863 hield hij een lezing over Leidse fabriekskinderen die in de textielindustrie tien tot vijftien uren per dag moesten werken [1]. De lezing werd later als brochure verspreid en als boek uitgegeven. Het gaf aanleiding tot wetgeving waarin de ergste excessen werden bestreden. Ook zijn persoonlijke bemoeiingen hebben een belangrijke invloed gehad bij de besluitvorming om kinderarbeid af te schaffen. In 1874 kwam het Kinderwetje van Van Houten waarbij het verboden werd om kinderen onder de 12 jaar in fabrieken te laten werken.
Externe links [bewerken]
- Biografieën, werken en teksten bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (dbnl)
- Meer informatie over Cremer
- Kinderen in Arnhemse steenfabrieken
| Bronnen, noten en/of referenties |