Jacob Pieter Pompejus van Zuylen van Nijevelt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jacob Pieter Pompejus van Zuylen van Nijevelt
JPPZuylen.jpg
Geboren Dordrecht, 29 juni 1816
Overleden Den Haag, 4 november 1890
Religie Nederlands Hervormd
Titulatuur baron
Functies
1849-1852;
1854-1861;
1864-1867
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal
1852-1853;
maart-nov 1861
Minister van Buitenlandse Zaken
1867-1885 gevolmachtigd minister te Parijs
1888-1890 lid Eerste Kamer der Staten-Generaal
1889-1890 Minister van Staat[1]
Website
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Jacob Pieter Pompejus baron van Zuylen van Nijevelt (Dordrecht, 29 juni 1816Den Haag, 4 november 1890) was een Gelderse edelman en Thorbeckiaans Tweede Kamerlid, die aanvankelijk volgeling was van Thorbecke en in diens eerste kabinet minister van Buitenlandse Zaken. Na zijn derde huwelijk in 1857, met een dochter van oud-minister Jan Jacob Rochussen, kwam hij onder invloed van zijn nieuwe schoonvader in conservatiever vaarwater terecht. Na een kort ministerschap leider van de Zuylianen in de Tweede Kamer, die zich tegen liberalen en antirevolutionairen keerden. Nadien was hij gezant in Parijs en op hoge leeftijd nog Eerste Kamerlid. In 1889 werd hij benoemd tot Minister van Staat.

Tweede Kamer[bewerken]

Periode
13-02-1849 t/m 19-08-1850

07-10-1850 t/m 19-09-1852
20-09-1852 t/m 16-10-1852
18-09-1854 t/m 19-09-1858

Bronnen, noten en/of referenties
  • De informatie op deze pagina, of een eerdere versie daarvan, is geheel of gedeeltelijk afkomstig van www.parlement.com. Overname is toegestaan met bronvermelding.
  1. benoemd op voorstel van de ministerraad; was één van de twee Kamerleden die de inhuldiging van Willem III in 1849 nog hadden meegemaakt
Voorganger:
H. van Sonsbeeck
Minister van Buitenlandse Zaken
1852-1853
Opvolger:
F.A. van Hall
Voorganger:
L.N. baron van der Goes van Dirxland
Minister van Buitenlandse Zaken
1861
Opvolger:
M.P.H. Strens
Voorganger:
F.A. baron van Hall
Voorzitter van de Ministerraad
1861-1861
Opvolger:
S. baron van Heemstra