Jacob van Aaken
| Jacob van Aaken | ||
| Persoonsinformatie | ||
| Nationaliteit | Nederlandse | |
| Geboortedatum | ca. 1500 | |
| Overlijdensdatum | 1532 | |
| Overlijdensplaats | Leeuwarden | |
Jacob van Aaken was een Nederlandse bouwmeester. Hij was de bouwmeester van de Leeuwarder toren De Oldehove. Vermoedelijk kwam hij uit de Duitse stad Aken.
Inhoud |
De Oldehove [bewerken]
Op 28 mei 1529 wordt Van Aakens ontwerp voor een nieuwe kerk door het stadsbestuur uitgekozen en krijgt hij de functie van bouwmeester toegewezen. Volgens een afschrift van het bouwcontract (origineel is verdwenen), dat tegenwoordig bij het Historisch Centrum Leeuwarden bewaard wordt, kreeg hij voor deze taak acht stuivers per dag, een huis gedurende de 6 jaar waarin de toren werd gebouwd en een 'eerlyk niuw kleed'. Al snel na de bouw verzakte de toren. Van Aaken probeerde dit te compenseren door bovenop het verzakte gedeelte weer recht te bouwen, waardoor de Oldehove ook krom is. Drie jaar na het begin van de bouw van de toren, in 1532, sterft Van Aaken van "chagrin". Waarschijnlijk heeft hij na het fiasco van de bouw van de toren niet meer de vechtlust om tegen de ziekte te strijden. Na zijn dood wordt het werk voortgezet door Cornelis Frederiks.
Van Aaken in literatuur en toneel [bewerken]
De bouwmeester van de Oldehove komt terug in verschillende boeken en toneelstukken. Zo schreef in 1910 de Friese schrijver T. Velstra het stuk It Heechste Rjucht ef De Bouwmaster fen de Aldehou – Historisch Romantisch Tonielstik yn Trije Bidrieuwen en werd in 1957 het iepenloftspul van S.J. van der Molen en Piter Terpstra genaamd De Boumaster fan de Aldehou – Toanielstik foar de iepen loft (nei in âld folksforhael)opgevoerd op het plein vóór de Oldehove. Ook heeft de Friese schrijver Douwe Annes Tamminga een roman aan Van Aaken gewijd, genaamd De boumaster fan de Aldehou.
De meest recente productie is van theaterproducent Jan-Dirk van Ravesteijn (MuzeMotie). Hij schreef de musical "Mooi Mislukt"; Jacob over zijn Oldehove. Deze one-man-musical beleefde de première op 15 juni 2010 (Sint Vitusdag). De voorstelling werd twee weken in de toren gespeeld op de eerste verdieping. Ondanks de moeizame realisatie, of misschien wel dankzij, is de voorstelling nogmaals gespeeld tijdens de zomer van 2011. Deze wordt mogelijk ook volgende jaren herhaald. In het stuk wordt het bouwen vanuit het oogpunt van meerdere belangrijke figuren uit die tijd bekeken. Volgens de auteur kan Van Aaken onmogelijk de enige schuldige zijn aan het scheefzakken en is het vooral de hoogmoed, hebzucht en afgunst van de toenmalige Friezen geweest die de toren een duw in de verkeerde richting hebben gegeven.
Persoonlijkheid [bewerken]
Veel bronnen over Van Aaken zijn er niet. Een van de weinige bronnen die er nog wel is handelt over zijn eetgedrag:
- Di boumaster fon da Aldehou to Liowerd forthiana deis en braspenning.
- Iens up en dei kaem er t’hûs end frega sîn wif huet hia ita scoedon.
- Hiu hîe en pot mei grîene earton oer den flîer stêan en lîet him dá sian.
- Men dy baes lika det iten naut gûod ta end, wîlst er da pot umskupte, snaude hy hir ta:
- is det nu iten for en man, der deis en braspenning forthianath?
Vrij vertaald:
- De bouwmeester van de Oldehove van Leeuwarden verdiende een braspenning per dag.
- Op een keer kwam hij thuis en vroeg aan zijn huisvrouw wat het eten was.
- Zij had een pot met groene erwten klaar staan en liet hem dat zien.
- Maar die baas vond dat niet goed, en terwijl hij de pot omschopte snauwde hij:
- Is dat nu eten voor een man die een braspenning per dag verdient?