Jacob van Strij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jacob van Strij
Portret door Pieter Christoffel Wonder (1812)
Portret door Pieter Christoffel Wonder (1812)
Persoonsgegevens
Geboren 2 oktober 1756
Overleden 4 februari 1815
Geboorteland Nederland
Beroep(en) Kunstschilder
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1776 - 1815
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Landschap met geboomte en vee bij Dordrecht door Jacob van Strij
Het jacht van de Kamer van Rotterdam begroet een Oost-Indiëvaarder

Jacob van Strij (Dordrecht, 2 oktober 1756 - aldaar, 4 februari 1815) was een Nederlands kunstschilder.

Biografie[bewerken]

Jacob van Strij, zoon van de Dordtse schilder en tekenaar Leendert van Strij en Catharina Snak, ontving zijn eerste opleiding tot schilder evenals zijn broer Abraham van zijn vader. Daarna volgde hij de opleiding aan de Antwerpse schildersacademie en kreeg vervolgens les van de Antwerpse schilder Andreas Lens. Terug in Dordrecht ontwikkelde hij zich tot een landschapsschilder. Zowel afzonderlijk als samen met zijn broer Abraham schilderde hij diverse behangsels voor opdrachtgevers in Dordrecht. Op 24 december 1786 trouwde Jacob van Strij in Dordrecht met de in Nijmegen geboren Magdalena Cornelia van Rijndorp. In zijn latere leven werd Van Strij geplaagd door jicht, waardoor het schilderen bemoeilijkt werd. Op het door Pieter Christoffel Wonder gemaakte portret van Van Strij is zijn lijden nadrukkelijk in beeld gebracht. Ook in het naar aanleiding van dit portret gemaakte gedicht door Van Braam wordt zijn ziekte genoemd. Hij bleef echter tot zijn overlijden zijn werk als schilder verrichten.

Zijn zoon Hendrik Johannes van Strij werd evenals zijn vader, oom en grootvader kunstschilder.

Werk van Jacob van Strij [1][bewerken]

  • Landschap met rivier en geboomte in de omgeving van Dordrecht
  • Landschap met geboomte en vee bij Dordrecht (zie: afbeelding)
  • Zomergezicht buiten Dordrecht
  • Wintergezicht aan de Devel
  • Landschap met dode boom
  • Bergachtig landschap met rivier
  • Michiel en Cornelis Pompe van Meerdervoort
  • Het lozen van het water uit de in 1809 ingebroken Alblasserwaard door de sluizen van het Elshout
  • Winterlandschap met boerenhuizen en twee kinderen onderweg
  • Riviergezicht met stroomversnelling
  • Landschap met koeien bij een rivier met schepen
  • Zomerlandschap buiten Dordrecht
  • Riviergezicht met ruiter
  • Ruiter met melkmeid bij een rivier

Gedichten op Jacob van Strij[bewerken]

Naar aanleiding van zijn portret Naar aanleiding van zijn overlijden
O ja! Dus leeft, dus denkt, dus spreekt mijn vriend Van Strij,
Gevoel voor waar en schoon blinkt in deez’ schilderij,
Het nijdig euvel spreidt een smertfloers op ‘s mans trekken,
Gelaten mannen, moed blijft in dit oog te ontdekken,
Moed, die deez’ hand bezield, hoe leider ongesteld,
Als hij ons leven schept in bosch en stroom en veld.
door: Pieter van Braam (1740-1817) ca. 1812 [2]
Treur, diep bedrukte gaâ, treur, diepbedrukte erven,
Treur, grijze Merwestad, die vriend en vader mist:
Natuur treurt met U mee, zij moet haar schepper derven,
Aan wien verbeelding al haar gaven had verkwist.
Neen, juicht! Van Strij is nu aan ‘t logge stof ontbonden,
En doopt het schoon penseel in Godgewijde inkt,
En maalt tafreelen daar, die eng’len hem verkonden,
Waarbij ‘s mans meesterstuk in ‘t aardsche niet verzinkt.
door: Mr. Peter Steven Schull (1791-1835) in 1815 [3]

Bibliografie[bewerken]

  • Erkelens, J. De gebroeders Abraham en Jacob van Strij; een biografie van twee Dordtse schilders, in: Oud Holland 90 (1976), p.186-200
  • Dumas, Ch. (red.) In helder licht: Abraham en Jacob van Strij: Hollandse meesters van landschap en interieur omstreeks 1800, Zwolle 2000 (cat. tent. Dordrecht, Dordrechts Museum, 6-1-2000/16-4-2000)
  • Balm, Angenetha en Boezeman, Jan Willem: Het geboortehuis van Jacob en Abraham van Strij, artikel in Vereniging Oud-Dordrecht nr. 2, Dordrecht, 2004.
  • Biografische gegevens bij het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Dordrechts Museum
  2. De Navorscher, jaargang 92, 1950/1951 blz. 21
  3. De Navorscher, jaargang 92, 1950/1951 blz. 19