Jacques Marie Eugène Godefroy Cavaignac

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jacques Marie Eugène Godefroy Cavaignac

Jacques Marie Eugène Godefroy Cavaignac (Parijs, 21 mei 1853 - Flée, 24 september 1905)[1] was een Frans ingenieur en politicus. Hij was de zoon van generaal Louis Eugène Cavaignac, die in 1848 premier en waarnemend staatshoofd was geweest.

De jonge Cavaignac studeerde technische wetenschappen aan het Lycée Charlemagne. Net als zijn vader was hij republikein. In 1867 won hij een prijs, maar hij weigerde die uit handen van kroonprins Napoleon Eugène Lodewijk Bonaparte in ontvangst te nemen. Tijdens de Frans-Duitse Oorlog (1870-1871) onderscheidde Cavaignac zich als garde mobile. In 1872 zette hij zijn studie technische wetenschappen aan de École polytechnique en werkte daarna als civiel ingenieur. In 1881 werd hij ambtenaar bij de Raad van State en in 1882 werd hij voor het departement Sarthe in de Franse Nationale Vergadering gekozen. Aanvankelijk was hij gematigd republikein, later werd hij behoudender.

Cavaignac was van 1885 tot 1886 onderstaatssecretaris van Oorlog in het eerste kabinet-Brisson en werd in 1892 minister van Marine en Koloniën in het kabinet-Loubet. Van 1 november 1895 tot 29 april 1896 was Cavaignac minister van Oorlog in het kabinet van Léon Bourgeois.

Dreyfus-affaire[bewerken]

Hij werd voor een tweede maal minister van oorlog in het tweede kabinet-Brison. In juli 1898 verscheen hij voor de Nationale Vergadering en las ervoor uit een tot dan toe geheim document waaruit bleek dat de Joodse kapitein Alfred Dreyfus schuldig was aan spionage voor de Duitsers. De socialist Jean Jaurès toonde echter in een reeks lange artikelen in zijn krant La Petite République aan dat deze documenten waren vervalst. Cavaignac was onder de indruk van de artikelen van Jaurès en stelde een onderzoek in. De documenten bleken inderdaad vervalst te zijn. Op 30 augustus 1898 verscheen Cavaignac opnieuw voor de Nationale Vergadering en maakte bekend dat de documenten waren vervalst door majoor Hubert-Joseph Henry.[2] Ofschoon een hernieuwd onderzoek naar Dreyfus' schuld een logische stap zou zijn, weigerde Cavaignac dit in te stellen en op 5 september 1898 trad hij af. Pas onder premier René Waldeck-Rousseau (1899-1902) werd een nieuw onderzoek ingesteld waaruit tenslotte bleek dat Dreyfus onschuldig was.

Na zijn aftreden als minister schaarde Cavaignac zich in de Nationale Vergadering aan de zijde der nationalisten en bleef geloven in Dreyfus' schuld. Hij werd spoedig de leider der nationalisten en één van de voornaamste aanhangers van de Ligue de la Patrie Française. In 1899 was hij presidentskandidaat voor de presidentsverkiezingen van dat jaar. Hij overleed op 5 september 1905 op het familiekasteel Ourne te Flée.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Jacques Marie Eugène Godefroy CAVAIGNAC - Arbre généalogique Philippe SAVIGNAC GeneaNet
  2. Deze pleegde op 31 augustus 1898 met medeweten van zijn collega-samenzweerders zelfmoord in de gevangenis.
Voorganger:
Émile Zurlinder
Minister van Oorlog
1895-1896
Opvolger:
Jean-Baptiste Billot
Voorganger:
Jean-Baptiste Billot
Minister van Oorlog
1898
Opvolger:
Émile Zurlinder