Jacques de Kadt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jacques de Kadt
De Kadt spreekt de kamer toe tijdens een debat over de kwestie Nederlands-Nieuw-Guinea (4 april 1962)
De Kadt spreekt de kamer toe tijdens een debat over de kwestie Nederlands-Nieuw-Guinea (4 april 1962)
Algemene informatie
Naam Jacques de Kadt
Geboren Oss, 30 juli 1897
Overleden Santpoort, 16 april 1988
Partij PvdA, SDAP
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Jacques de Kadt (Oss, 30 juli 1897 - Santpoort, 16 april 1988) was een Nederlandse journalist, publicist en politicus. Hij werd benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw op 29 april 1959.

Levensloop[bewerken]

De Kadt was een onafhankelijk politiek denker en activist, zoon van een welgesteld liberaal-joods bedrijfsleider bij vleeswarenfabriek Zwanenberg uit Oss. Na de HBS wilde hij niet studeren, maar begon als lokettist bij een postkantoor in Haarlem, om zich in zijn vrije tijd te kunnen ontwikkelen als schrijver. Hij werd actief in eerst communistische, later socialistische partijen, en vluchtte in 1933 na zijn oproep aan militairen om zich achter de muiters van de Zeven Provinciën te scharen, naar België, maar moest uiteindelijk toch drie maanden gevangenisstraf uitzitten.

Hij raakte bevriend met de schrijvers Menno ter Braak en E. du Perron, de politicus, activist en publicist Sal Tas en uitgever G.A. van Oorschot. In 1940 vluchtte hij met de overige leden van zijn familie naar Londen, en daarvandaan gingen zij naar Nederlands-Indië, waar de gezinsleden echter werden geïnterneerd in Jappenkampen, wat alleen De Kadt en één van zijn broers overleefden.

Hij trouwde in 1948 met Esther Stern. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. Hij woonde vanaf ongeveer 1948 in Heemstede.

Politiek leven[bewerken]

De Kadt kwam uit een liberaal-joods gezin, maar was in zijn jonge jaren en ook later tamelijk uitgesproken in zijn opvattingen. In 1919 werd hij lid van de Communistische Partij Holland. Hij raakte echter door de wat hij noemde 'kazernetucht' binnen de partij geïrriteerd en richtte met een aantal geestverwanten zoals Henriette Roland Holst, de Bond van Kommunistische Strijd- en Propagandaclubs (BKSP) op, waar hij redacteur van het wekelijkse orgaan 'De Kommunist' werd. De BKSP sloeg, tegen De Kadts verwachting in, niet aan bij het proletariaat en in 1927 hief de partij zichzelf weer op.

De Kadt werd lid van de SDAP en was daar ook zeer actief en vrij radicaal in zijn publicaties. In 1932 richtte hij het orgaan De Fakkel op, maar omdat dat niet in goede aarde viel werd hij later dat jaar geroyeerd door de SDAP. Daarop richtte hij de Onafhankelijke Socialistische Partij (OSP) op, waarvan hij secretaris werd. Na twee jaar verliet hij ook deze partij weer.

Stalin en Trotski[bewerken]

De Kadt was enige tijd aanhanger van eerst Lenin en later Trotski. Hoewel na Lenins dood in 1924 aanvankelijk ook een kritisch voorstander van Stalins aanpak, concludeerde De Kadt in 1933 dat er onder hem slechts armoede en chaos bereikt was in de Sovjet-Unie en dat bracht hem op weg naar een volkomen breuk met het communisme, mede vanwege de volgens De Kadt te zachte houding van de Sovjets tegenover de opkomende Hitler.

De Kadt stond aanvankelijk welwillend tegenover Trotski, met wie hij ook contact had. Trotski wilde dat de OSP ging samenwerken en zo mogelijk fuseren met Henk Sneevliets Revolutionair-Socialistische Partij (RSP), maar uiteindelijk zag De Kadt daarvan af. (Later zouden de partijen wel fuseren.) Hij had ook weinig vertrouwen meer in Trotski's plannen tot samenwerking in de Komintern. Zijn kritiek op Trotski leidde tot een reprimande van de laatste. De Kadt evolueerde na 1935 tot een uitgesproken anticommunist en anti-fascist.

Het fascisme en de nieuwe vrijheid (1939)[bewerken]

De Kadt werd beïnvloed door auteurs als Friedrich Nietzsche, Georges Sorel en Hendrik de Man en pleitte voor een maatschappij die vrij en welvarend moest zijn en die op alle punten onder leiding diende te staan van een elite van de bekwaamsten. Voordat deze samenleving echter tot stand kon komen, dienden eerst, samen met de Verenigde Staten, zowel Hitler-Duitsland als de Sovjet-Unie verslagen te worden.

In de jaren 1934-1940 ontwikkelde De Kadt zijn ideeën over deze geheel eigen vorm van socialisme, waarin materiële vooruitgang ondergeschikt zou zijn aan culturele ontplooiing als hoogste doel van de politiek, een opvatting die later ook doorklonk in de socialistische slogan de verbeelding aan de macht. In De Kadts socialisme was geen plaats voor welke vorm van totalitarisme dan ook. Uitvoerig en met overtuigingskracht verwoordde hij deze gedachten in zijn boek Het fascisme en de nieuwe vrijheid uit 1939, dat zijn faam als aanzienlijk politiek denker vestigde en destijds op vele jonge linkse intellectuelen, zoals de jonge Joop den Uyl, grote indruk maakte. Hun na-oorlogse verwanten en ook latere PvdA-leiders als Wim Kok en Wouter Bos wilden van De Kadts denkbeelden echter niets weten.

Kamerlid[bewerken]

Na zijn terugkomst uit Japanse gevangenschap in Indië, steunde hij de onafhankelijkheid van de kolonie, als één van de weinige Nederlanders. In 1946 werd hij lid van de pas opgerichte PvdA, en in 1947 riep hij al op tot samenwerking tussen West-Europa en de VS tegen de Sovjet-Unie, ruim vóór de Truman-doctrine.

Een jaar later werd hij Kamerlid en woordvoerder buitenland. Hij conformeerde zich nu aan het partijstandpunt over Indië. In 1950 voorzag hij al naar aanleiding van de Koreaanse Oorlog, dat de communisten een wapenwedloop met het Westen niet vol zouden kunnen houden. Ook in dat jaar bepleitte hij het loslaten van ideologieën bij het oplossen van maatschappelijke problemen, wat later door onder meer Daniel Bell en Raymond Aron is verwoord. De Kadt bleef steeds een fel bestrijder van de Nieuw-Guineapolitiek van minister Luns.

Bij het bereiken van de pensioenleeftijd, in 1963, trad hij als Kamerlid af. Daarna bekritiseerde hij vernieuwingen in de PvdA, zoals Nieuw Links, dat hij de 'vijfde colonne van het Russisch imperium' noemde. Hij raakte verbitterd en stopte met publiceren na de dood van zijn vrouw in 1979.

Publicaties[bewerken]

  • Van Tsarisme tot Stalinisme (1935)
  • Europa's Toekomst (1936)
  • Georges Sorel (1937)
  • Het Fascisme en de nieuwe vrijheid (1939)
  • Rusland en wij. Hoe redden wij de vrede? (1947)
  • Verdediging van het Westen (1947)
  • Herman Gorter nee en ja (1948)
  • De Indonesische Tragedie (1949)
  • De consequenties van Korea (1950)
  • Inleiding tot het denken van Karl Marx (1951)
  • Beweringen en bewijzen (1965)
  • Ketterse kanttekeningen (1965)
  • Uit mijn communistentijd (1965)
  • De kiezer en zijn kansen (1967)
  • Methode Israel (1967)
  • De politiek der gematigden (1972)
  • Politieke herinneringen van een randfiguur (1976)
  • Jaren die dubbel telden: memoires van de Indische tijd (1978)

Externe link[bewerken]