Jadeboezem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Jadeboezem met rechts het schiereiland Butjadingen
Ontstaan van het Jadeboezem en de tijdelijke delta van de Wezer: * blauw: doordringen van het water * groen: uitbreiding van het land * bruine tot rode lijnen = dijken * vet lichtblauwe lijn = huidige kust * lichtblauwe lijnen = huidige waddenkant * vuil lila lijnen = voormalige waddenkant * lichtroze tot lichtlila, lichtokergele en lichtgroene lijnen = geologische aardgrensen

De Jadeboezem (Duits: Jadebusen) is een 190 km² grote zeearm in de Noordzee, tussen de Dollard en de monding van de Wezer in Duitsland. De Jadeboezem maakt deel uit van de Waddenzee. De naam komt van de rivier de Jade.

De Jadeboezem is in de Middeleeuwen ontstaan ten gevolge van een reeks stormvloeden:

  • De eerste Sint-Marcellusvloed 1219 vernielde de Schlickerziel (Slickerzijl) tussen Heppens en Arngast.
  • In 1307 ontstond de Ahne, de eerste zeearm van de Wezer naar de Jade en scheidde Butjadingen af van het vasteland.
  • In 1308 de Jadeboezem breidde zich naar het westen uit, de Zwarte Brack ontstond.
  • In 1334 de Heete verbond Jadeboezem en Weser.
  • In 1362 de Eerste Grote Mandrenke (Tweede Sint-Marcellusvloed) breidde de Jadeboezem uit in de moerterreins. In het oosten ontstond de Lockfleth (Lokvliet).
  • In 1384 een nieuwe arm van de Wezer, de Harrier Brake, verbond zich met de Lockfleth. Nu was ook Stadland een eiland geworden.
  • Na de Sint-Antoniusvloed van 1511 bereikte de Jadeboezem zijn grootste uitgestrektheid.

De belangrijkste werken voor de terugwinning van land waren de afdamming van de Lockfleth bij Ovelgönne in 1514/15 en de construction van de Ellenserdam 1597 – 1615.

De Jadeboezem kreeg in 1725 ten gevolge van bedijking zijn huidige vorm. In 1856 begon de bouw van de grootste stad aan de zeearm, de (marine)havenstad Wilhelmshaven.

Midden in de Jadeboezem staat de vuurtoren Arngast, noordelijk van de plaats waar eerder een eiland heeft gelegen.

Bronnen, noten en/of referenties